‘We moeten het ongemak met elkaar opzoeken’

Rondetafelgesprek Deze zomer betoogden talloze schrijvers dat de vrije uitwisseling van ideeën dagelijks wordt ingeperkt. Voelen beeldend kunstenaars dat ook zo? Een rondetafelgesprek via Zoom.

Illustratie Kamagurka

‘De vrije uitwisseling van ideeën, de levensader van een liberale samenleving, wordt met de dag verder ingeperkt.” Met deze woorden gaven 150 schrijvers, journalisten en academici – onder wie grote namen als Salman Rushdie en Margaret Atwood – deze zomer in het Amerikaanse tijdschrift Harper’s Magazine aan dat ze zich door de Black Lives Matter-beweging en extreem-rechts beperkt voelen in hun verbeelding, hun expressie en het verwoorden van hun gedachten. Is er inderdaad sprake van zelf opgelegde censuur, van grotere gevoeligheden in het debat? Of is de vrijheid om je uit te drukken juist groter geworden?

NRC legde de vraag via een gesprek op Zoom voor aan vijf beeldend kunstenaars: Liesbeth Bik (LB), Quinsy Gario (QG), Patricia Kaersenhout (PK), Daan Roosegaarde (DR) en Jonas Staal (JS).

DR: „In Nederland lijkt er meer geloof te zijn in regels dan in de verbeelding. Dat is raar, in de jaren zestig en zeventig leek het alsof er nieuwsgierigheid was naar de toekomst. Het is nu alsof we er bang voor zijn. Als we de toekomst niet kunnen verbeelden, kunnen we die ook niet creëren.”

PK: „Ik denk dat we nu juist ook moeten terugkijken, om ons af te vragen hoe we hier terechtgekomen zijn. Er zijn wel mensen bezig met innovatie en vernieuwing, maar ik zie dat ook als een vorm van damage control. Er is geen gelijkwaardigheid: wanneer sommige mensen hun visie op de wereld geven, worden ze om de oren geslagen met het verwijt dat ze een cancel culture [het boycotten van mensen wanneer je het niet met ze eens bent] nastreven. Het is afleiding, om niet te hoeven praten waar het werkelijk over gaat.”

Quinsy Gario Foto Annemarija Gulbe

QG: „Het interessante aan die brief is dat die gaat over het behoud van macht. Het gaat de schrijvers niet om mensen die uitgesloten worden of mensen die daadwerkelijk hun platform kwijtraken. De schrijvers van die brief willen op een zo comfortabel mogelijke manier kunnen voortgaan. Als je verandering wilt, dan zullen de mensen aan de top van de instituten zich op een gegeven moment niet meer comfortabel voelen. Als we het hebben over verandering, cancel culture, vrijheid van meningsuiting: het zijn allemaal dwaalsporen om het niet te hoeven hebben over structurele veranderingen die mensen eisen.”

DR: „Een soort afweermechanisme?”

QG: „Dat ja. Maar het gaat me ook om de energie die gestopt wordt om het er niet over te hoeven hebben. Ik bedoel: dit is NRC. Hoe vaak worden jullie pagina’s niet gevuld met mensen die stropoppen opgooien om verandering om zeep te helpen. Zihni Özdil schreef laatst een column over dat de witte man beschermd moet worden. Ik dacht echt: wat lees ik nu?”

PK: „Wat ik ook link vind aan de brief is dat witheid denkt neutraal te kunnen zijn. Ik vind die neutrale positie problematisch. Ook in de journalistiek.”

Lees ook: Interview met Patricia Kaersenhout

QG: „Precies.”

PK: „De witte westerse norm over wat kunst is, wordt erin als uitgangspunt genomen. Veel van mijn werk beweegt daar juist van weg, maar die witte, en ook nog vaak heteronome en westerse kijk op kunst is nog steeds de norm. Ik kreeg positieve reacties op mijn werk Guess Who’s Coming To Dinner Too [een installatie waarin louter vrouwen van kleur vertegenwoordigd zijn], maar er volgt altijd een ‘ja, maar…’ Is de tafel wel divers genoeg? Waarom zitten er geen mannen aan tafel, waarom alleen vrouwen van kleur? Waarom mag die tafel niet gewoon zijn zoals ik die heb samengesteld?”

JS: „Vanuit propagandaperspectief gaat wat jullie beschrijven over het succes van het afdwingen van een specifieke norm. Daarbinnen moet alles zich verantwoorden en verklaren, behalve degenen die die norm hebben geschapen en daar het maximale voordeel uit halen. Er is nog steeds een koloniaal, kapitalistisch, racistisch systeem waardoor ik niet op dezelfde manier bevraagd word op mijn witheid. Want witheid wordt gepropageerd als deel van een zogenaamd neutraal systeem, waarin ieder ander zich wel moet verklaren. In Black Lives Matter wordt witheid uitgesproken, geïdentificeerd en de consequenties – in de vorm van een herverdeling van macht – geëist. Die brief van de schrijvers probeert dit tegen te gaan. De liberale intelligentsia ziet z’n macht en privileges die daarmee samenhangen bedreigd. Ze willen de controle weer terugwinnen. Dat doen ze geniepig door weliswaar te stellen dat extreem-rechts een groot gevaar is, maar ze suggereren dat de progressieve krachten ook gevaarlijk zijn, bijvoorbeeld voor de vrijheid van meningsuiting. Daarmee wordt een naargeestig en gevaarlijk equivalent geschapen tussen extreem-rechts en emancipatiebewegingen.”

Daan Roosegaarde Foto Merlijn Doomernik

DR: „Hebben jullie het gevoel dat de situatie waarin het steeds gaat over de vraag hoe en met wie we leven meer openheid tot verandering creëert of juist tot bevestiging leidt van wat we al weten? Zelf heb ik het gevoel dat mensen zich op een essentiële manier weer gaan afvragen: wat is belangrijk en wat wil ik nou eigenlijk echt? Dat creëert ruimte voor verandering, toch?”

PK: „Verandering is onvermijdelijk. Maar ik zie dat witte mensen hun hakken in het zand zetten. Ik vergelijk het wel eens met de groeipijn van een puber. Vervelend, maar volwassen word je toch. Veel mensen voelen zich aangevallen en zijn bang dat hun iets afgenomen wordt. Ik zeg dan altijd: ik kom uit een cultuur waardoor ik weet wat het betekent als mijn voorouders en mij iets afgenomen wordt. Dus ik zou jou dat nooit aan willen doen. Het enige wat ik wil doen, is iets toevoegen. Om het verhaal completer te maken, om het duidelijker te maken, om te laten zien dat er in deze wereld meerdere werelden naast elkaar kunnen bestaan. Nu wordt alles in een soort neo-liberale jas gegoten, maar kijk eens wat het teweegbrengt.”

LB: „Ik vind het voor de uitwisseling van ideeën heel erg belangrijk om met elkaar in gesprek te zijn en te blijven. Mag ik het nog ingewikkelder maken? De confrontatie tussen een dominante cultuur en een emancipatoire beweging in relatie tot cancel culture doet me denken aan de argumenten van de nieuwe directeur van de Centre of Contemporary Art in Warschau, een instituut waar sinds 1989 de culturele meerstemmigheid van hedendaagse kunst intensief getoond werd. Aangesteld door de huidige regende partij PiS en zonder een open procedure, zei hij: dat is nu afgelopen. De afgelopen dertig jaar hebben we alleen maar geluisterd naar kunstenaars, naar linkse mensen, naar homoseksuelen. Nu zijn ‘wij’ aan de beurt, want ‘wij’ zijn de cultuur die niet getoond werd. Het lastige is: hij gebruikt eigenlijk dezelfde soort argumenten. Hij zei dat de propaganda van de afgelopen dertig jaar een verkeerd soort emancipatie was, en daarom moest dat weg, en dat is wat nu gebeurt, en in een rap tempo.”

Patricia Kaersenhout Foto Merlijn Doomernik

JS: „Nou ja, in die zin hebben we continu met een propagandastrijd te maken, onze realiteit bestaat uit een continue botsing van verschillende verhalen die proberen een bepaalde norm af te dwingen. En het zijn altijd de politieke machthebbers en de trillion dollar companies die in staat zijn het dominante, traditionele narratief af te dwingen. Maar je kunt een extreem-rechtse propaganda en een emancipatorische propaganda niet gelijkstellen.”

PK: „Ik ben blij dat je dat zegt. In Nederland zie je dat verrechtsing steeds meer genormaliseerd wordt. In het taalgebruik bij de NPO en ook in kranten.”

LB: „Normaliseren van die taal bedoel je?”

QG: „Neem nou iemand als Marcel van Roosmalen, die roept dat je niks meer kan zeggen terwijl hij Kunta Rincho, Nancy Jouwe, Seada Nourhussen, Sunny Bergman, Anousha Nzume, Ebissé Wakjira-Rouw, Mariam El Maslouhi en Dipsaus aanvalt op NPO Radio 1. Heeft hij zelf niet door dat dat niet helemaal klopt als je columnist bij de NPO en NRC bent?”

PK: „Je ziet dat er nu iets moet gebeuren in de instituten, maar niemand is bereid om zijn positie op te geven of te delen. Want dat is waar een offer begint, dan ben je solidair en ben je echt bezig om een systeem te veranderen.”

DR: „Ik wil mijn plek wel delen hoor.”

JS: „Het gaat niet om jouw of mijn vermeende witte goodwill, Daan, het gaat om het afdwingen van garanties voor de herverdeling van macht en reparaties, herstelbetalingen voor koloniale plundering en moord die nog altijd doorwerkt in ons heden.”

Liesbeth Bik

Liesbeth Bik Foto Angus R Shamal

PK: „Zoals het nu is: meer zwarte kunstenaars laten exposeren of een naam van een instituut veranderen, dat is leuk, maar het is niet de oplossing. Offers moeten gevoeld worden, maar het pijnlijke gesprek moet ook gevoerd worden.”

DR: „En hoe maak je plekken waar iedereen zich verbonden voelt? Er zijn plekken, een krant, een museum, een bibliotheek, waar je in de programmering iets moet kunnen doen. Een plek waar mensen zich met elkaar kunnen verbinden, waar iedereen zijn of haar eigen verhaal kwijt kan.”

QG: „Plekken… Ik denk eerder aan situaties, maar dat komt waarschijnlijk ook door mijn performance-achtergrond…”

DR: „We bedoelen hetzelfde.”

QG: „Ja, een situatie – of een plek – waar op een gevoelige, veilige manier kwetsbaarheden uitgewisseld kunnen worden. Ik denk dat dat voor mij een van drijvende krachten is: hoe zorg je ervoor dat je de dingen die onzichtbaar moeten blijven om alles draaiende te houden, juist zichtbaar maakt?”

Jonas Staal Foto Andreas Terlaak

LB: „Je wilt eigenlijk het samenkomen rondom een kwestie activeren: een uitnodiging om rondom een plek – of in een situatie – het noodzakelijke aan de orde te stellen.”

DR: „Ik denk echt dat de kunstenaar daar meer dan ooit een rol in kan gaan spelen.”

LB: „De kracht van deze voorstellen is dat mensen zich geroepen voelen zich te verzamelen, misschien zelfs zonder zich volledig bewust te zijn van wat hen erheen brengt.”

QG: „Ik denk wel dat het belangrijk is om te benoemen dat dit niet de momenten zijn waarop je bestaansrecht ter discussie kan worden gesteld.”

PK: „Ik denk dat we dat ongemak met elkaar moeten opzoeken, want als er geen ongemak is, ontstaat er geen bewustzijn.”

DR: „Ik las een boek van Kevin Kelly. Hij had het over ‘Protopia’, van prototype. We weten niet precies hoe de toekomst eruit gaat zien, maar we weten wel ongeveer waarheen we gaan.”

PK: „Ik zou een ‘pluriversum’ willen – waar meerdere werelden, naast elkaar, mogelijk zijn, waarin geen enkele cultuur een andere domineert en er geen ja, maar… is.”

Lees ook: Recensie van het boek over propagandakunst van Jonas Staal

Illustratie Kamagurka