Opinie

Virus, bedankt

Marcel van Roosmalen

Mijn oudste dochter werd vijf, op het moment van schrijven zijn we halverwege de viering. Het is niet de bedoeling dat we haar op haar verjaardag tegenspreken hebben we gemerkt, ze heeft hier al twee keer jammerlijk om gehuild.

Ze kreeg een fiets.

De fietsenmaker kwam hem om klokslag tien uur zelf brengen. Hij had een plastic bloemenslinger om de bagagedrager gewikkeld. Mannen die dat doen hebben vaak zelf dochters.

Het is een roze fiets.

Onderweg naar de banketbakker in Wormerveer ging het goed, ze leeft nog. Het op- en afstappen is een probleem waaraan wordt gewerkt.

Slagroomtaart bij 35 graden, je moet het een keer geprobeerd hebben. We zaten net met elkaar in afzondering aan een tafeltje, toen een vrachtwagen vlak voor ons op de stoep parkeerde en het uitzicht blokkeerde.

„Je wilde in de schaduw, je krijgt schaduw”, zei ik in een poging grappig te zijn.

Taart op, voor de eerste keer de fietssleutel kwijt.

Zaak op z’n kop, de lieve medewerksters kropen tot in de wc.

Iedereen zweten.

Laatste verhoor.

„Hoe kan dit?”

„Denk eens goed na.”

Dan het antwoord: „Ik denk in papa’s onderbroek.”

Iemand: „Dat u daar niets van merkt...”

Terug naar huis, kleine valpartij voorbij de brug, weer bij het afstappen. We concludeerden dat het verjaardagscadeau nog even in de schuur moet tot haar benen gegroeid zijn.

Bezoek komt en gaat druppelsgewijs, ik oefen sociale vaardigheden. Ik heb al twee keer gezegd dat het nog warmer wordt. Een vader antwoordde dat hij nog nooit zo had gezweet als een avond eerder bij de barbecue.

We mogen om beurten even weg uit de tuin, straks gaan we spelletjes doen. Rondom het zwembadje lopen met een pollepel met een ei erop.

Iemand heeft haar een blokfluit gegeven.

Daarmee staat ze nu op de trap.

Ze wil chips in kleine zakjes, die moet ik nog halen, en ze heeft een microfoon nodig voor het lied dat ze voor zichzelf gaat zingen.

Toen ik zelf vijf werd, nam mijn vader een dag vrij van kantoor, er zijn foto’s van. Hij zat in een hoek van de kamer en las de krant.

Ze blaast op haar blokfluit, net zo lang tot ik stop met werken.

„Als jij doodgaat, ga ik gewoon naast jou in een doos liggen.”

We lopen naar beneden.

„Zonder corona was het nog veel drukker geweest.”

Ik dank het virus.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.