Opinie

Straatbeeld

Lotfi El Hamidi

‘Alles gaat kapot’. Deze drie woorden zijn onlangs vluchtig maar opvallend groot in graffiti aangebracht op een hoge muur aan de Coolsingel, boven een pand van een bekende Zweedse modeketen. De cynische tekst staat in schril contrast met de boodschap op de matrixborden verspreid in de stad, die enigszins hoopvol belooft dat we samen corona onder controle krijgen.

Cynisch of niet, er zal een hoop kapot gaan, al moet je het niet al te anarchistisch opvatten. Want wie in het centrum van Rotterdam loopt, waar ondanks het plaatselijke gebod veel mensen zonder mondkapje lopen, of het om hun arm hebben gewikkeld, merkt dat het rustig is – te rustig. De economische crisis in slow motion, met straks veel ondernemers die ten onder gaan, behalve de grote en populaire namen die zich in elke crisis wel staande houden.

Andere ondernemers die doorgaans crisisbestendig zijn gaan wellicht alsnog kapot, maar niet door toedoen van Covid-19. Zo staat het Vietnamese loempiakraampje aan het einde van de Lijnbaan niet meer op zijn plek. Officieel vanwege verbouwingen in de omgeving, maar als het aan de gemeente ligt keert het kraampje niet meer terug. Reden: het past niet in het straatbeeld.

‘Het straatbeeld’ is een vaak gebruikte term in gemeentelijke bestemmingsplannen. Wat wel in het straatbeeld past, en wie dat dan bepaalt, hoor je meestal niet. Toch wel interessante vragen, vooral over een binnenstad die, zoals in zoveel andere steden, steeds eentoniger wordt. Elk centrum in een moderne stad in een willekeurig land lijkt op een kopie van een kopie van een kopie – je treft er steeds weer dezelfde fastfoodrestaurants, drogisterijen, koffietenten en kledingzaken aan.

God verhoede dat een loempiakraampje het schitterende zicht op de Primark verpest.

Eerder raakten andere Vietnamese loempiakraampjes in het centrum in conflict met de gemeente. Een familie die al decennialang op twee locaties loempia’s verkoopt heeft inmiddels nieuwe snackwagens staan die wat meer bij het ‘straatbeeld’ passen, met onder meer het keuzemenu op plasmaschermen. Toch is het bureaucratische getouwtrek om de locaties nog altijd gaande.

De druk op deze kleine ondernemers lijkt onderdeel van een bedenkelijke vorm van maakbaarheidsdenken die al jaren in het stadhuis gemeengoed is geworden. De stad moet strakker, gelikter, als een soort permanente campagnereclame voor het Eurovisiesongfestival. Vrijheid en spontaniteit worden ingeruild voor uniformering en voorspelbaarheid. Dat gaat soms zo ver dat in winkelstraten zoals op de Schiedamseweg sinds kort bijna alle gevelteksten boven winkelpanden in exact dezelfde steriele witte neonletters worden aangegeven.

En dan moet de troosteloze leegstand nog komen.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.