Reportage

Ontsnapt aan de 1,5-metersamenleving

100 jaar Salzburger Festspiele Overal is alles afgelast, maar in Oostenrijk gaan de 100-jarige Salzburger Festspiele gewoon door. Het geheim: testen, gezichtsmaskers en een zeer krachtige politieke lobby.

Halfvolle zaal in het Grosse Festpielhaus in Salzburg, vlak voor de opvoering van ‘Così fan tutte’ op 2 augustus
Halfvolle zaal in het Grosse Festpielhaus in Salzburg, vlak voor de opvoering van ‘Così fan tutte’ op 2 augustus Foto Barbara Gindl/APA/AFP

‘Festspiele, Maskenspiele” kopt het festivalkrantje. Beter nog was ‘Festspiele, Testspiele, Maskenspiele’ geweest. Dan was in één zin duidelijk geweest waarom de Salzburger Festspiele deze zomer als een van de zeer weinige grote internationale podiumkunsten wél kunnen en mogen doorgaan.

Aan algehele afzegging – het lot dat festivals in Amsterdam, Aix-en-Provence, Avignon, Edinburgh en Bayreuth dit jaar delen – ontsnapte ook Salzburg maar nipt. De honderdste editie van het chique en bemiddelde Oostenrijkse festival (budget 62 miljoen euro tegenover 6 miljoen bij het Holland Festival) zou groots en bijzonder worden. Nog voor corona waren er 180.000 kaartjes verkocht, goed voor 24,5 miljoen euro. Die inkomsten werden allemaal teruggestort; afzegging van het geplande programma, met artiesten van over de hele wereld en operaproducties die maandenlange voorbereidingen zouden vergen, kon zelfs de krachtige Oostenrijkse kunstlobby niet voorkomen. Wel kwam er steun voor een nieuw, coronaproof (nood-)programma. Kleiner. Voor minder mensen. Geen 44, maar 30 dagen, geen 200 maar 110 voorstellingen. Maar dan nog.

De prijs? Een verregaand pakket aan voorzorgsmaatregelen. Alle concerten en voorstellingen zijn zonder pauze, Mozarts opera Così fan tutte is daartoe bekort tot iets minder dan tweeëneenhalf uur. Slechts de helft van het normale aantal bezoekers wordt toegelaten, geplaceerd in een dambordopstelling. Die oogt overigens nog steeds ‘druk’, omdat er – anders dan in Nederland – geen tussenrijen vrijgelaten zijn: er zit iemand voor je op de inmiddels intiem aanvoelende afstand van dertig centimeter. Maar de festivalorganisatie weet wel precies wíé dat is. Een kaartje kopen, is je registreren. Bij de entree moet nogmaals je ID tonen. Mondkapjes zijn verplicht en mogen alleen af tijdens de voorstelling. En er wordt getest: snel, veel, systematisch en in een teststation op het festivalterrein. Zangers en musici moeten wekelijks: zo ontsnappen ze aan de anderhalvemeter-samenleving. Ondersteunend personeel wordt ook getest en houdt afstand.

Repetitie van ‘Elektra’ in Salzburg op 27 juli. Foto Andreas Schaad/EPA

„Het voelt ambivalent”, zegt de Nederlandse regisseur Dick Kuijs, die tv-registraties voor onder meer de zender Arte verzorgt. „Het herhaaldelijke testen zelf is niet prettig, maar je weet tenminste wel dat je met je collega’s gewoon kunt omgaan, al dragen we allemaal ook mondkapjes.”

Hoezo zit u naast mij?

Het vierde concert in de Beethoven-Zyklus van pianist Igor Levit is uitverkocht. ‘Ter viering van het Beethovenjaar 2020’, meldt een banier naast het Haus für Mozart. O ja, het Beethovenjaar. Wie denkt daaraan nog, na alle afzeggingen?

Op het balkon ontstaat ophef als een jong stel op het laatste moment van stoel wisselt en er daardoor vijf mensen direct naast elkaar komen zitten. „Hoezo zit u zo dicht naast mij? Mag ik uw kaartje zien”, vraag een meneer als gestoken. De ouvreuse grijpt direct in: het stel zit fout en wordt daadkrachtig weggeleid naar het zijbalkon. „Mooi zo”, mompelt de meneer. „Ik pas ervoor door hun nalatigheid straks weer in quarantaine te moeten.”

Als Levit opkomt, mogen de kapjes af. Maar velen houden ze toch op – vier sonates, ruim honderd minuten lang. Vooral in de onstuimige sonates – Der Sturm en de Pathétique – doet Levit je toch alles vergeten met zijn benadering vol Sturm und Drang en uitersten, steeds op zoek naar de grenzen van virtuositeit en zeggingskracht.

Igor Levit met sonates van Beethoven op 2 augustus. Foto Marco Borelli

Honderd musici op één podium

Theaters en zalen in Nederland zijn onder de actuele anderhalvemeter-regelgeving maximaal kwartvol. In Salzburg is het halfvol – een ‘bijna net als vroeger’-sensatie die nog intenser aankomt bij een concert door de Wiener Philharmoniker in het grote Festspielhaus.

De Wiener zijn in Salzburg huisorkest, ze begeleiden alle twaalf operavoorstellingen van Mozarts Così fan tutte en Strauss’ Elektra. Daarnaast verzorgen ze een groot deel van de losse symfonische concerten, al komen het West-Eastern Divan Orchestra met Daniel Barenboim en de Berliner Philharmoniker met Kirill Petrenko hier ook gewoon – en zijn er zelfs nog kaartjes.

Honderd musici, onder wie haaks op de mondiale trend nog steeds slechts een handvol vrouwen, betreden het podium voor Mahlers Zesde symfonie. Pas als dirigent Andris Nelsons opkomt, gaan de kapjes af. Verder is het orkest normaal opgesteld: geen spatschermen, geen afstand.

Lees ook: Andris Nelsons lijkt de ideale kandidaat voor chefschap

Dat Nelsons een geweldige dirigent is, blijkt direct uit deze energiek opgestarte, ondanks het afgrondelijke karakter trefzeker gedoseerde en gedirigeerde Zesde, de zogenaamde ‘Tragische’ met zijn omineuze klappen van een houten reuzenhamer als stem van het noodlot.

Andris Nelsons laat spectaculaire vergezichten verrijzen, met een veelheid aan contrasten onder één spanningsboog. Het Andante moderato valt op door de langlijnige zangerigheid waarin hij met het glanzende Weense strijkerscorps ook excelleert. Zo ontvlamt opnieuw de hoop dat Nelsons – ondanks de huidige, maandenlange radiostilte – alsnog wordt benoemd tot de nieuwe chef van het Concertgebouworkest, waar hij in elk geval eind augustus weer te gast is.

Eerste vrouw in Salzburg

Salzburg is een conservatief bolwerk. Dat wordt onderstreept door het weetje dat de jonge Duitse Joanna Mallwitz dit jaar als eerste vrouwelijke dirigent ooit is gepland en wel een volledige operaproductie voor haar rekening neemt (er waren wel al vrouwelijke vervangers).

De verwachtingen zijn hooggespannen – en worden meervoudig overtroffen. Bijna ongelooflijk is het om te zien en te horen hoe Mallwitz zonder pathos en met precisie en perfectionisme als gereedschap Mozarts Così fan tutte alles meegeeft wat je wenst: zwier, lichtheid, scherpe karaktertekeningen. En dan zijn er de Wiener, die staan voor – bijvoorbeeld – een hoornsolo die de geneugten van prille liefde weer even binnen gevoelsafstand brengt. Voor komend voorjaar staat overigens ook Mallwitz’ debuut bij De Nationale Opera gepland, met Wagners Fliegende Holländer: spannend of dat doorgaat.

Scène uit ‘Così fan tutte’. Foto SF/Monika Rittershaus

Op het eerste gezicht wekt deze eerder in Frankfurt beproefde succesproductie wel enige argwaan. Kan het uitgebeender dan deze spierwitte deurenwand met zwarte kostuums voor de zes toch zo kleurrijke personages? Maar Loys personenregie blijkt door intelligentie en eenvoud alleen maar verrukkelijk, ruim baan gevend aan de excellente cast.

Stralend middelpunt is de jonge sopraan Elsa Dreisig. Haar stem heeft een natuurlijke straalkracht die je de adem beneemt. Maar ook tenor Bogdan Volkov en bariton Andrè Schuen zijn uitstekend. En de manier waarop de stem van Dreisig versmelt met die van Marianne Crebassa is van een zodanige schoonheid dat ze je doen filosoferen over de waarde van het werkelijk sublieme – in Salzburg is de prijs ervoor in elk geval 454 euro voor de eerste rang.

Desolate tombe

De festivalproductie van Richard Strauss’ Elektra is wel echt nieuw. De enscenering van regisseur Krzysztof Warlikowski en partner Malgorzata Szczesniak (decors en kostuums) is typerend: de mythe van koningsdochter Elektra die aan niks anders denkt dan bloedwraak op moeder Klytaimnestra is vormgegeven als een eigentijds upperclass-drama.

Voor de door Strauss en librettist Hugo von Hofmannsthal royaal bemeten dosis duisternis en psychologische kraters vormt de Felsenreitschule met zijn monumentale bühne (breedte: veertig meter) een gedroomd schouwtoneel. De rechterzijde oogt als een akelig badhuis met een beladen rij douches, links staat de al even unheimliche broeikas waarin Klytaimnestra zich ophoudt.

Warlikowski’s eigentijdse aanpak werkt (op een Noorse trui en een stom dansje na) uitstekend, met name de zussenband tussen Elektra (Ausrine Stundyte) en haar jongere, naar een ‘echt vrouwenlot’ verlangende Chrysothemis (prachtige Asmik Grigorian) komt strak uit de verf.

De ruim 110-koppige Wiener laten Strauss’ partituur heerlijk brullen en koken; de zeven contrabassen voel je trillen in je buik.

Veel voorstellingen van de Salzburger Festspiele zijn te zien op Arte tv, https://www.arte.tv/en/arte-concert