O, is hij piloot?

Nicolien Mizee

De oudste zoon van mijn man woont in het hoge noorden van Canada, waar hij internet verkoopt aan de Inuit. Enige tijd geleden kregen we de indruk dat er een nieuwe man in zijn leven was. Dat bleek tot onze vreugde ook zo te zijn. De vriend heette Sebastian, werkte bij een luchtvaartmaatschappij en zat nu door de coronacrisis werkeloos thuis bij zijn ouders.

Gisteren belde Lucas op om zijn vader te feliciteren met diens verjaardag. Lucas spreekt een soort cowboy-Canadees dat moeilijk te verstaan is, en Thijs zat dan ook met gesloten ogen te luisteren. Op een gegeven moment hoorde ik hem verbaasd zeggen: „O, dus Sebastian is piloot?”

„Yeah, what did you think?”, spotte Lucas. „A stewardess or something?”

Na afloop van het gesprek zei Thijs verlegen: „Dat is toch wel bevooroordeeld van mij. Blijkbaar denk ik bij een homo in de luchtvaart meteen aan een purser.”

Ik had een andere verklaring. De vorige vriend van Lucas kwam uit een weeshuis, had geen opleiding en voelde zich zo minderwaardig dat hij ons nauwelijks onder ogen durfde te komen. Hij zat zwaar onder de plak bij Lucas. Een piloot met een familievangnet klonk veelbelovend. Misschien zou deze man Lucas beter aankunnen.

Zo kwamen wij te spreken over afkomst en partnerkeuze. Vroeger hoorde je nog wel praten over ‘een eenvoudig meisje’ of ‘een jongen uit een achterbuurt’. Dat soort dingen hoor ik nooit meer. Een jaar geleden kwam mijn nichtje thuis met een dakloze, van wie ze al spoedig zwanger werd. De zwerver werd door de ouders met open armen ontvangen en ging al spoedig aan het werk als pindabrander. Al die tijd heb ik geen onvertogen woord over hem gehoord. Waren de oude oordelen verdwenen of ondergronds gegaan?

Bij wijze van experiment zijn Thijs en ik de zonen en dochters van vrienden en familie eens nagegaan. Over al die kinderen hebben we ons zorgen gemaakt want ze gingen zonder diploma van school, raakten verslaafd, maakten schulden, bleven thuis hangen of verdwenen van de radar. Lucas, tussen haakjes, heeft bijna al deze stadia doorlopen voor hij in Canada wortel schoot. Daar waren we natuurlijk blij om maar we maakten ons wel zorgen omdat er louter beren, watervallen en ijsbergen op zijn foto’s stonden. Was hij niet eenzaam?

Wie van al die jongvolwassenen was naar ons idee nou ‘goed terechtgekomen’? Het antwoord verbaasde onszelf. Er waren er een paar bij die we niet zo leuk vonden, maar die waren qua opleiding en baan juist vaak heel succesvol. De pindabrander daarentegen, is een van onze favorieten. Wat Thijs en ik allebei zwaar verteerbaar bleken te vinden, is dus saaiheid. Je verwacht het nooit van kinderen, maar sommigen van hen worden zeer saaie volwassenen.

We concludeerden dat de sociale grenzen geslecht zijn. Het klimmen en dalen op de maatschappelijke ladder gaat tegenwoordig zo snel dat je er geen zinnig woord over kunt zeggen.

Lucas wil zich vestigen in Dawson City, waar Oom Dagobert zijn eerste fortuin vergaarde. Na lang zeuren om een foto van Sebastian kregen we gisteren eindelijk de foto waar we op hoopten: die waarop hij en Sebastian elkaar een kus geven.

Nicolien Mizee verving Frits Abrahams tijdens zijn vakantie. Dit is haar laatste column.