Komen Amerikaanse bedrijven na woorden tegen racisme ook met daden?

Diversiteit Het regende steunbetuigingen van bedrijven bij het jongste antiracismeprotest in de VS. Maar doen Amerikaanse concerns meer?

Cosmeticaketen Sephora kondigde aan dat ten minste 15 procent van de merken die het bedrijf verkoopt straks van zwarte ondernemers moet komen, maar stelde zichzelf geen deadline.
Cosmeticaketen Sephora kondigde aan dat ten minste 15 procent van de merken die het bedrijf verkoopt straks van zwarte ondernemers moet komen, maar stelde zichzelf geen deadline. Foto Brendan McDermid / Reuters

Het script gaat meestal als volgt. Eerst is er de ontzetting. („In de ziel van onze natie en in de harten van miljoenen is een diep leed gekerfd”, Apple.)

Misschien komen de tóch al lastige tijden even ter sprake. („Overal ter wereld voelen mensen de verwoestende impact van de Covid-19-crisis”, YouTube.)

Dan worden het institutioneel racisme en de diepe ongelijkheid in de VS benoemd. („Zwarte Amerikanen worden maar al te vaak rechten geweigerd die voor anderen vanzelfsprekend zijn”, Citibank.)

En tot slot is er het bruggetje naar het eigen bedrijf. („Wat betekent dit voor ons... voor Walmart? Woorden en gevoelens doen er toe, maar dat is niet genoeg”.)

Na de dood van George Floyd – een zwarte Amerikaan die stierf door toedoen van een witte politieman – en de wereldwijde protesten tegen racisme die dit sinds mei in gang zette, regende het steunbetuigingen van bedrijven: vóór de Black Lives Matter-beweging, tegen racisme. Google sprak zich uit, McDonald’s, Facebook, Nike, L’Oréal, Lego, Adidas – om maar een paar grote namen te noemen.

De laatste jaren doen veel bedrijven aan wat ‘merkactivisme’ wordt genoemd. Ze nemen publiekelijk stelling in maatschappelijke kwesties, in de wetenschap dat ze hierdoor zowel klanten aan zich binden als van zich vervreemden. Al kan dat laatste een bedrijf óók weer klanten opleveren.

Lees ook: Het nieuwe ‘merkactivisme’: bedrijven buitelen over elkaar heen in steun voor anti-racisme

Nu er minder demonstranten de straat op gaan, rijst de vraag of de steun van bedrijven slechts voor de bühne was, of dat ze hun woorden in daden omzetten. Wat doet corporate America náást zich solidair verklaren? De grootste werkgever van Amerika, supermarktketen Walmart, verklaarde zelf: „Woorden zijn niet genoeg.”

Dan is dus actie nodig. Het uitblijven daarvan leidt tot een verwijt dat merkactivisme vaak aankleeft. Een steunbetuiging publiceren is veilig, een makkelijke manier om goede sier te maken zonder dat je als bedrijf echt iets hoeft te veranderen. Terwijl juist multinationals, met hun tienduizenden werknemers en miljardenomzetten, kunnen bijdragen aan wezenlijke verandering.

Diversere schappen

De afgelopen maanden hebben verschillende bedrijven concrete toezeggingen gedaan om diversiteit – intern en in hun productieketen – te verbeteren.

Zoals Sephora, onderdeel van het Franse luxeconglomeraat LVMH. De cosmeticaketen heeft winkels over de hele wereld en verkoopt naar eigen zeggen zo’n driehonderd make-upmerken. Slechts zeven ervan zijn black owned, van ondernemers met Afro-Amerikaanse achtergrond. Sephora kondigde begin juni aan dat ten minste 15 procent van de merken in de winkel van zwarte ondernemers moet zijn. De cosmeticaketen heeft zichzelf daarbij geen deadline gesteld.

Die 15 procent is niet zomaar een getal. Ontwerper Aurora James bedacht in de nasleep van de antiracismeprotesten de 15 Percent Pledge. Zij roept bedrijven op diverser te worden door meer producten van Afro-Amerikaanse ondernemers in hun winkelaanbod op te nemen. Want: 15 procent van de Amerikaanse bevolking is zwart. „We vragen nu ook 15 procent van de schappen.” Nog een handjevol andere bedrijven verbond zich aan het 15-procentsvoornemen.

Op sociale media worden ook individuele consumenten opgeroepen te kopen bij black owned businesses. Het achterliggende idee is hetzelfde: kopen bij zwarte ondernemers steunt Afro-Amerikaanse gemeenschappen. En hoe langer en hoe meer mensen dat doen, hoe kleiner de economische ongelijkheid tussen zwarte en witte Amerikanen uiteindelijk wordt. De oproep won nog aan actualiteit doordat onderzoek uitwees dat de coronacrisis bedrijven van Afro-Amerikaanse ondernemers het hardst treft.

Durfkapitaal

Ook investeringsfonds Andreessen Horowitz, dat zo’n 12 miljard dollar beheert, kwam met een concreet initiatief. In juni kondigde het een programma aan voor ‘talentvolle ondernemers’, die ‘mogelijkheden missen’. Deelnemers krijgen van de investeerder uit Silicon Valley een startkapitaal en begeleiding bij het maken van een bedrijfsplan, om zo weer bij andere fondsen investeringsgeld los te krijgen. Andreessen Horowitz, dat groot werd met beleggingen in onder meer Twitter, steekt 2 miljoen dollar in het fonds.

Het programma voor ‘minderheidsgroepen’, meldt de durfkapitalist in een persbericht, zou al voor de Black Lives Matter-protesten in de maak zijn geweest.

Softbank, de Japanse techinvesteerder die onder meer miljarden stak in Amerikaanse ondernemingen, kondigde een soortgelijk fonds aan, waarin 100 miljoen dollar beschikbaar komt. Dat is specifiek bedoeld voor ondernemers „van kleur”.

Techgigant Apple maakte midden juni bekend ook een eigen fonds te beginnen, en stopt daar eveneens 100 miljoen dollar in. Een hoge Apple-manager gaat Apple’s Racial Equity and Justice Initiative leiden. Met het fonds wil het bedrijf raciale achterstelling verminderen in onderwijs, economie en het Amerikaanse rechtssysteem en gevangeniswezen. Hoe dat precies vorm krijgt, is nog niet bekend.

Ook videosite YouTube, eigendom van Google, richt een fonds op. Het steekt er 100 miljoen dollar in, bedoeld om Afro-Amerikaanse kunstenaars te ondersteunen. Dat geld kan bijvoorbeeld worden gebruikt om zogeheten ‘Youtube Original’-programma’s te maken.

Google zelf deed ook een hoop toezeggingen. Een kleine greep: het bedrijf wil dat werknemers uit „minderheidsgroepen” er in 2025 ten minste 30 procent van de „leiderschapsrollen” invullen. Een talent liaison moet daartoe het promotie- en aannamebeleid verbeteren. Het bedrijf gaat geld steken in fondsen die specifiek in zwarte ondernemers investeren. Daarnaast geeft Google 12 miljoen dollar aan maatschappelijke organisaties die racisme bestrijden.

Dat doen andere techreuzen trouwens ook: Amazon doneert tegen de 30 miljoen dollar (mede afkomstig uit een inzameling door eigen personeel), Facebook stort 10 miljoen.

Vredesoproep

Aan doneren kleeft wel hetzelfde bezwaar als aan merkactivisme: een mooi gebaar, maar zolang het bedrijf zich niet toelegt op zelf diverser worden, blijft het vooral dat: een gebaar. Wat bijvoorbeeld echt zou helpen, zeggen critici, is als Amazon zijn magazijnmedewerkers beter ging betalen. Of als Facebook racistische berichten van zijn platform zou weren.

Toch is ook al veel veranderd sinds de massale antiracismeprotesten in 2014, na de dood van Michael Brown en Eric Garner. Beide zwarte mannen kwamen om het leven door politiegeweld. Techwebsite The Verge zocht uit wat techreuzen deden in de nasleep van die protesten. Tim Cook, topman van Apple, retweette toen een vredesoproep van de paus, en ook Jack Dorsey (nu de baas van Twitter), plaatste een tweet. Verder was het stil.

Actuele vacatures

Meer vacatures

Uitgelichte artikelen

Meer artikelen