Foto Simon Lenskens

Interview

Koken van een bijstandsuitkering: ‘Hoe dieper je bukt, hoe goedkoper’

Budgetkoken Wat er op het bord ligt, zegt iets over hoe we in het leven staan. In deze aflevering: Sasja Spek leeft van een bijstandsuitkering. „Soms ruil ik kleren voor koffie.”

Sasja Spek (49) heeft twee vriezers en allebei zitten ze tjokvol. Kroketten, patat, pompoensoep, snijbonen. „Veel groente uit de tuin van mijn moeder. Ik vries alles in, zelfs banaan. En als de rode en groene pepers in de aanbieding zijn, gaat er ook een voorraadje in.”

Sasja’s zoons, acht en tien jaar, zitten te Fortniten op hun kamer, Sasja maakt de lunch klaar. Afbakstokbrood van de Aldi, „49 cent”, met brie, walnoot en basilicum. De walnoten komen uit Frankrijk, gekregen van een vriendin. Ze giet er een klein beetje zelfgeslingerde honing van haar moeder overheen en schuift de broodjes in de oven. „Wil je ook een krentenbol met kaas?”

Haar flat in de Alkmaarse wijk Oudorp is licht en fris geschilderd. Boven het fornuis hangt een verzameling koekenpannen. Dolgelukkig is ze, dat ze hier woont. Tot tweeënhalf jaar geleden zat ze met haar jongens in de opvang met twee andere dakloze gezinnen. Drie hernia’s gehad, baan in het onderwijs kwijt, huwelijk op de klippen, huis kwijt, en omdat de scheiding nog niet rond was: geen urgentie, dus geen zicht op een sociale huurwoning. Zo kan het lopen, in een notendop. „En ineens sta je met twee kinderen op straat. Dat kán toch niet, denk je dan. Het kan dus wel.”

Mensen denken vaak dat daklozenopvang gratis is, zegt Sasja. „500 euro per maand kostte het. En víés dat het was. Ik heb met de tandenborstel staan schrobben om het een beetje leefbaar te krijgen.”

Ze deelde de keuken met de andere gezinnen, eigen kastje, eigen koelkast, een gedeeld fornuis. Elke donderdag, van twee tot vier uur, ging ze naar de Voedselbank. „Een krat vol, vaak nog een tas erbij. Van een tafel kon je pakken wat anderen hadden achtergelaten, en op verzoek was er zuivel en brood.”

In het krat zaten vaak A-merken die ze zelf nooit zou kopen. Cola, koek en snoep. Pakjes en zakjes. „Heel lief allemaal, alleen niet wat ik zelf zou kopen. Maar als het erin zit, maak je er toch wat van. Je gooit het niet weg.” En gelukkig, zegt ze, misschien omdat ze in Alkmaar omringd worden door telers, zat er altijd veel groente en fruit in.

Lees ook: Een bonte stoet voor twee kippenpoten

Waar ze andere mensen soms zag mopperen en spullen uit hun krat zag halen – wat moet ik hiermee, geen idee wat het is – was zij er blij mee. „Gele bietjes of paarse wortels, ik schrik daar niet van. Door de tuin van mijn moeder ben ik gewend aan gekke groenten.” Soms was er varkenshaas of zalm. „Eend zelfs. Ik heb in de opvang een keer eendenborstfilet gemaakt met sinaasappelsaus. Dat moet ik dan wel even opzoeken, en soms heb je niet alles wat in het recept staat. Maar dan kijk ik wat ik wél heb, wat ik weg kan laten en welke ingrediënten ik kan vervangen door een budgetvariant.”

Zo deed haar moeder het al. En zo doet Sasja het nog steeds. „Currygerechten bijvoorbeeld, daar gaat vaak een waslijst aan ingrediënten in, met heel veel verse kruiden. Daar maak ik dan een simpele versie van. Het kan altijd goedkoper.” In plaats van parmezaan kun je ook onbekende harde kaas over je pasta raspen.

Tien euro per dag

Toen ze haar leven weer op de rit had, bleek ze net boven de grens van de Voedselbank te komen. Nogal een tegenvaller, in dat krat zat algauw voor vijftig euro aan boodschappen. En zoveel meer geld had ze niet. Ze leeft nog steeds van de bijstand. Of eigenlijk van de toeslagen, zegt ze. Met een bijstandsuitkering van 811 euro en 55 cent kom je niet ver.

Ze haalt een ordner uit de slaapkamer en laat een overzicht zien van haar inkomsten en uitgaven. Onderaan de streep blijft er 300 euro per maand over voor de boodschappen, 10 euro per dag. Voor álle boodschappen, dus ook tandpasta, vuilniszakken en caviavoer.

Stress, onzekerheid, schulden – mensen in armoede hebben wel iets anders aan hun hoofd dan gezond eten. „Dan snap ik dat je vaker voor iets makkelijks kiest, waarover je niet hoeft na te denken. Toen ik in de opvang zat, was ik dag en nacht bezig met een woning. Maar voor mij is koken een uitlaatklep. Ik heb in die periode zoveel gekookt en gebakken. Samen eten geeft ook rust. Koken was mijn redding.”

Een hele kip lijkt duur, maar je kunt ‘m wel drie keer gebruiken als je ‘m helemaal uit elkaar plukt

Sasja Spek

Het helpt dat ze het kán. Ze begon al met koken toen ze het op haar dertiende, veertiende overnam van haar moeder, die rugklachten had. En ze kwam uit een handige familie. Opa stroopte soms paling, een haas of een konijn. Haar moeder heeft ze weleens een kip zien slachten. „We aten altijd gezond, altijd aardappelen, vlees, en groenten uit de tuin. En mijn moeder maakte heerlijke soep.” Soep is zo dankbaar, zegt Sasja. Eén keer per week kiepert ze alle restjes uit de groentela in een grote pan – de puntjes van de boontjes zijn voor de cavia’s – en dan heeft ze voor twee dagen soep. Ook voor de buurvrouw, met wie ze veel deelt.

Goed en gezond eten voor weinig geld is niet moeilijk, zegt ze, niet voor haar. „Het kost alleen heel veel tijd.” Naast de bank ligt een stapel folders. Ze pluist alle aanbiedingen uit en fietst langs alle supermarkten, bijna dagelijks maakt ze een rondje. „Lidl en Aldi zijn niet zo goedkoop meer, valt me op.” Vaak gaat ze naar de Turkse groenteboer. Of naar Jumbo, Vomar of Albert Heijn. „En dan bukken. Hoe dieper door de knieën, hoe goedkoper.” Voortdurend opletten ook. „Dan staat er: twee bakjes blauwe bessen voor de prijs van een. Maar dan blijkt één grote bak toch goedkoper te zijn. Je moet de hele tijd scherp zijn.”

Foto Simon Lenskens
Foto Simon Lenskens
Foto’s Simon Lenskens

Besparen is ook: vooruitkijken. Op het aanrecht staat een biologische basilicumplant. „Twintig cent duurder dan gangbaar. Maar die gewone kun je na twee dagen weggooien. Deze staat minstens een week. En als ik ’m op het balkon in de aarde zet, groeit-ie nog door.” Of neem kip. Een hele kip líjkt duur, maar je kunt ’m wel drie keer gebruiken als je’m helemaal uit elkaar plukt. „In de nasi, in de soep, en als pulled pork op een broodje”.

Hoe minder geld, hoe creatiever ze wordt. „Ik ruil soms spullen voor boodschappen. Dan vraag ik voor een tas met kleren geen geld maar koffie. Filterkoffie. Het Nespresso-apparaat heb ik verkocht toen ik had uitgerekend dat ik voor die cupjes dertig, veertig euro per maand kwijt was.”

Lees ook: ‘Wie in armoede leeft heeft geen energie om verantwoorde keuzes te maken’

De keuken van Sasja is verre van armoedig. Een goedgevulde koelkast, een uitpuilende voorraadkast – het resultaat van slim inkopen, goed bewaren, en af en toe iets krijgen. „Ik heb zulke lieve ouders en broers. Zonder netwerk ben je nergens.”

Buitenshuis is het ingewikkelder, het sociale leven draait om eten en drinken, ontdek je als je niet met alles kunt meedoen. Een barbecue met vrienden of familie – hartstikke leuk, maar vlees is duur. Soms bakt ze op verzoek een grote feesttaart met figuurtjes, haar specialiteit: „Ik doe het graag, maar mensen vergeten soms dat het best lastig is om dure materialen zoals fondant voor te schieten.” De laatste keer uit eten – nu moet ze even hard nadenken – was anderhalf jaar geleden. „En toen werd er voor me betaald.”

Ze gunt haar kinderen af en toe McDonald’s – en zichzelf dan een McFlurry – maar veel lekkerder en goedkoper, zegt ze, zijn haar eigen kipnuggets, met haar eigen kruidenmix, gefrituurd in panko.

Foto Simon Lenskens

Eten gaat voor alles, zegt Sasja. „Alles wat ik over heb, gaat naar eten.” Het kan zo simpel zijn. Maar omdat ze heeft gezien dat dat niet voor iedereen geldt, blogt ze erover op basishulp.nl en schrijft ze budgetrecepten, ook in opdracht voor de Voedselbank en bedrijven. „Het liefst maak ik dan drie varianten met één ingrediënt, zodat mensen kunnen kiezen wat ze doen met die ene courgette.”

Lees ook: Als het geldgebrek je niet nekt, dan wel de stress

Als iets mensonterend is, zag ze bij de Voedselbank, is dat het wel, het gevoel dat je geen keuze hebt. „Het zou al zoveel schelen als je bij de Voedselbank het eten niet in een krat krijgt, maar als je uit de schappen kunt pakken wat jij lekker vindt en nodig hebt. Iets te kiezen hebben, dat geeft je waardigheid als je verder niet veel hebt.”