Reportage

Italië heeft ineens een tekort aan badanti

Covid-19 Quarantaineregels veroorzaken grote problemen voor inwonende Oost-Europese vrouwen die in Italië hulpbehoevenden verzorgen.

Een bejaarde Italiaanse vrouw met haar verzorgster, of badante, in Rome in 2011.
Een bejaarde Italiaanse vrouw met haar verzorgster, of badante, in Rome in 2011. Foto Alberto Cristofari/A3/Contrasto

Van onder de schaduw van een boom laat Valentina haar ogen dwalen over de parkeerplaats. Door de week is het hier bij het station van Tor di Valle, een buitenwijk van Rome, vol met auto’s van forensen die het aftandse treintje naar het centrum nemen. Maar deze zondagmorgen lijkt het even Klein-Moldavië. Touringcars en busjes met een MD- sticker staan in de snikhete zon klaar voor de reis naar het vaderland, zeker 35 uur lang. Mensen komen van alle kanten met pakketten die naar het thuisfront worden gestuurd: XXL-dozen wasmiddel, trays met blikken tonijn, pakken pasta, flessen olijfolie, rollen koekjes, een mountainbike.

„Ik heb geluk gehad”, zegt Valentina. Terwijl haar zoon en schoondochter een grote tas vol blikken levensmiddelen naar een van de busjes brengen, vertelt ze dat ze vijftien jaar geleden van Moldavië naar Italië is gekomen om te werken als badante, een soort onofficiële thuiszorg met kost en inwoning. Vorig jaar is ‘haar’ signora overleden, maar ze had al snel weer een nieuwe. „Die heeft me gelukkig niet op straat gezet toen de pandemie begon. Genoeg van mijn landgenoten is dat wel overkomen.” Ze lacht even en zegt dan: „Dat zou ook niet verstandig zijn geweest van mijn mevrouw. In haar eentje redt ze het niet.”

Zoals Valentina („Achternamen doen we hier niet, en zeg maar: de vijftig ruim voorbij”) zijn er honderdduizenden in Italië. In 2017 telde Domina, een organisatie voor hulp in huis, bijna 400.000 geregistreerde badanti. Het aantal zwartwerkende badanti, voor wie geen sociale premies worden betaald, is naar schatting zeker zo groot. Driekwart van hen komt uit het buitenland, voor meer dan de helft uit Oost-Europese landen als Moldavië, Oekraïne, Bulgarije en Roemenië.

‘Prachtig Italiaans fenomeen’

„De inwonende badante is een prachtig Italiaans fenomeen dat het onze ouderen mogelijk maakt in waardigheid te leven”, zegt advocaat Massimo De Luca, expert op het gebied van de regelgeving hierover. „Ook mensen die niet goed meer voor zichzelf kunnen zorgen, kunnen zo in hun eigen omgeving blijven wonen, met hun eigen spullen en hun eigen familie om zich heen. Maar het coronavirus heeft wel voor een aantal problemen gezorgd.”

Deze weken speelt vooral de quarantaine. Wie uit de vier eerder genoemde Oost-Europese landen naar Italië komt, moet twee weken in quarantaine. „Dat kan natuurlijk niet bij degene voor wie je moet zorgen, dat zou te riskant zijn”, zegt De Luca. „Maar waar dan? Ze hebben geen ander onderdak. Als je voorzieningen treft om die terugkeerders bij elkaar te laten slapen, bijvoorbeeld in een afgehuurd hotel, vergroot je het risico op besmettingshaarden.”

Lees ook: Het verdriet van de Noord-Italiaanse krant L’Eco di Bergamo

Het is een probleem voor de grote groep die op en neer reist met een drie maanden geldig toeristenvisum. Of voor wie een paar weken familie en vrienden wil bezoeken in het geboorteland. En dan moet je, in ieder geval in Moldavië, ook daar nog twee weken in quarantaine. Veel vrouwen uit Oekraïne en Moldavië besluiten niet terug te keren. „Er is nu een tekort aan badanti aan het ontstaan”, zegt De Luca.

Op de parkeerplaats van Tor di Valle gaat het veel over die quarantaine. „Ik maak me geen zorgen”, zegt Marina, een badante die met een vriendin op vakantie gaat naar Moldavië. En de quarantaine als ze terugkomt? „Gewoon bij mijn signora.” Ook Konstantin, die met zijn vrouw en twee kinderen de schaduw van een parasol heeft opgezocht, maakt zich niet druk. „In Moldavië wonen we op het platteland, daar is ook in quarantaine genoeg te doen. En als we terugkomen hier? Wij hebben een eigen huis, daar kunnen we in lockdown. Net als in het voorjaar.”

Maar Liviana vertelt dat ze nu voor het eerst in zestien jaar in augustus in Italië blijft. Ze woont met haar Moldavische man in een dorpje ten westen van Rome en werkt als colf, hulp in de huishouding (collaboratrice familiare). „Te veel gedoe met die quarantaine. We kunnen beter proberen hier wat te blijven verdienen.”

Geen documenten

„Veel mensen zijn naar huis gegaan en hebben ontdekt dat ze niet konden terugkomen”, vertelt Tatiana Nogalic, de woordvoerder van de Moldavische vrouwen in Italië. „Wie reisde op een toeristenvisum, bijvoorbeeld. Als je dat nu wilt doen, moet je een retourbiljet hebben, laten zien waar je overnacht. Maar een heleboel mensen werken zwart. Die kunnen dat soort documenten niet laten zien en reizen nu dus niet.”

Vooral in het zuiden zijn veel mensen volgens haar op straat gezet, toen in maart de lockdown inging. De familie zelf zou de verzorging wel op zich nemen. In het noorden waren er weer andere problemen, vertelt ze in een telefoongesprek. „Als er iemand thuis was overleden in steden als Brescia, Bergamo of Milaan, vertelde de familie niet dat er een badante in huis was. Die werd dan vervolgens zonder pardon en zonder vergoeding op straat gezet en kon geen kant op.” Zij verwacht overigens dat nog veel Moldaviërs zullen vertrekken uit Italië. Veel mannen werkten in de toeristenindustrie of in de horeca, twee sectoren die voorlopig nog lang niet hersteld zijn van de coronaklappen.

Silvia Dumitrache, de woordvoerder van de Bulgaarse vrouwen in Italië, zegt telefonisch vanuit Milaan dat het hele systeem van badanti onder druk staat door het coronavirus – en op een vergelijkbare manier ook het huishoudelijke werk. Want ook daar werken honderdduizenden vooral Oost-Europese vrouwen.

Daarom vindt zij bijvoorbeeld dat de overheid het quarantaineprobleem moet oplossen door twee weken onderdak te regelen voor terugkerende badanti en schoonmakers uit Oost-Europa. „Italië heeft een tekort aan dit soort mensen”, zegt Dumitrache. „Ze zijn essentieel voor de samenleving.’’