Het verplichte kontmapje

Woordhoek

Vorige week ging het hier over verhaspelingen. Lezers stuurden allerlei aanvullingen op. Daar zaten opvallend veel, uh, hoe zeg ik dat, ondeugende verhaspelingen tussen. Corona heeft ons moe gemaakt en ons concentratievermogen aangetast, las ik, maar het deel van ons brein dat een joy forever is lijkt nog prima te functioneren.

Hier de mooiste inzending: „Ik miste een actuele verspreking die ik al een paar keer per ongeluk heb gepleegd: het kontmapje”, aldus een man uit Den Haag. Sommige verhaspelingen beklijven onmiddellijk. Ik vrees dat ik mondkapje voorlopig niet meer kan horen of lezen zonder dat het kontmapje zich aandient. Curieuze bijkomstigheid: als je kontmapje intikt in het tekstverwerkingsprogramma Word, komt er geen rode kringelstreep onder te staan. Kont en mapje zijn gangbare woorden en kennelijk rekent Word daardoor automatisch ook de samenstelling goed, net als kontdrabje en mondgrapje.

Uit dezelfde lichaamsstreek: de (corona)regels aan je aars lappen. Andere inzendingen: de onanieme zaaddonor, dyslesbisch als sprekend bewijs voor dyslectisch, penetraire inrichting voor penitentiaire inrichting en vaginistische recepten.

Van sommige verhaspelingen vermoed ik dat ze zijn verzonnen („Daar ga ik geen borden aan vuilmaken”), maar deze verspreking was vorige week te horen in het zesuurjournaal: de medewerkers van de GGD doen stinkend hun best. Als je die uitdrukking googelt krijg je als bovenste resultaat de vraag: „Waar komt de uitdrukking ‘stinkend je best doen’ vandaan?”

Het antwoord valt in tweeën uiteen: „Misschien is het afgeleid van stinkend rijk zijn. Stinkend je best doen om stinkend rijk te worden. Stinkend rijk komt weer van het feit dat rijke mensen eerder onder de kerken werden begraven en dus stonken.” Deel twee: „Stinkend je best doen kan natuurlijk ook komen van bijvoorbeeld fysieke inspanningen, waarbij je, indien je echt je best doet, gaat zweten wat door de meeste mensen als ‘stank’ wordt waargenomen.”

Dat kom je bij mijn weten niet vaak tegen, een relatief uitgebreide, serieus bedoelde herkomstverklaring van een uitdrukking in de verkeerde vorm, want de correcte vorm is natuurlijk: je stinkende best doen.

De herkomst daarvan is overigens omstreden. We kennen deze uitdrukking pas sinds 1930. Het radioprogramma De Taalstaat zette vorig jaar uiteen dat we je stinkende best doen danken aan de wijze waarop wij de „zindelijkheidstraining van kinderen” aanpakken. „Als een kindje zindelijk moet worden dan zetten ouders het op een potje, en daar gaat het dan z’n stinkende best doen.” Mij lijkt het waarschijnlijker dat stinkende simpelweg is ontstaan als een volkse, versterkende concurrent van uiterste, want je uyterste best doen kennen we zeker al sinds de zeventiende eeuw. Andere varianten zijn: je beste best doen, je allerbeste best, je godvergeten best, enzovoorts.

Nog even terug naar het kontmapje. In niet-verhaspelde vorm is dat natuurlijk een onnauwkeurig woord, want we dienen dat kapje niet alleen over de mond te dragen, maar nadrukkelijk ook over de neus. Vandaar dat er allerlei alternatieven te vinden zijn, zoals het mond-en-neuskapje, mond-en-neusmasker, mondneuskapje en mondmasker. Nederlanders hebben echter een sterke voorkeur voor korte woorden, dus zonder twijfel zal mondkapje zegevieren. Bovendien heeft het de oudste papieren, want we kennen het al sinds 1937. Toeval of niet: dat is slechts een paar jaar na het debuut van stinkende best.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.