Het gas dat verspild wordt bij oliewinning is genoeg om Afrika van stroom te voorzien

Affakkelen Wie naar olie boort, krijgt er automatisch gas bij. Een deel wordt ongebruikt verbrand. Dit gas opvangen kan, maar gebeurt lang niet altijd.

Gas dat wordt afgefakkeld in Texas.
Gas dat wordt afgefakkeld in Texas. Foto Bronte Wittpenn/Bloomberg

Bijna viermaal de jaarlijkse gasconsumptie van Nederland, dat is de hoeveelheid gas die vorig jaar wereldwijd bij oliewinning werd afgefakkeld. Deze nutteloze verbranding nam het afgelopen decennium geleidelijk af, maar stijgt weer sinds 2018. Dat gebeurde vooral in de Verenigde Staten (plus 23 procent) en Rusland (plus 9 procent).

„We zitten weer op het niveau van 2009”, constateert Zubin Bamji, die binnen de Wereldbank de strijd tegen het affakkelen voert, in een recente studie. „De coronacrisis zorgt voor nieuwe uitdagingen, waarbij duurzaamheid en zorgen over het klimaat mogelijk opzij worden geschoven.”

Vorige maand maakte het Global Gas Flaring Reduction Partnership (GGFR) van Bamji, onderdeel van de Wereldbank, bekend dat vorig jaar 150 miljard kubieke meter gas bij de winning van olie is afgefakkeld. Deze verbranding – Nederland gebruikt jaarlijks zo’n 40 miljard kuub aardgas – zorgt voor een CO2-uitstoot van 400 miljoen ton. Dat staat gelijk aan de jaarlijkse uitstoot van het Verenigd Koninkrijk.

Bij de winning van olie komt altijd gas vrij, associated gas. „Dat kan je afvangen en bijvoorbeeld in een elektriciteitscentrale gebruiken. In Europa gebeurt dat ook, maar op veel plekken in de wereld kiest men voor affakkelen”, zegt onafhankelijk olie-expert en geoloog Jilles van den Beukel. Als het mondiaal verspilde gas gebruikt werd voor de stroomvoorziening, zou dit volgens het GGFR ruim voldoende zijn om heel Afrika van elektriciteit te voorzien.

„Het fakkelen van gas zou eigenlijk heel snel moeten verminderen om de doelstellingen van Parijs – opwarming van de aarde beperken tot ruim onder de 2 procent – nog te halen”, zegt Van den Beukel. „Maar die snelle daling zie ik niet gebeuren. Alleen al omdat de gasprijs nu laag is, waardoor opvang en gebruik van gas weinig oplevert.”

Lees ook: BP neemt voorsprong op concurrenten met concrete klimaatplannen

Leidingen ontbreken

Grootste verbrander van vrijkomend gas is Rusland, met ruim 23 miljard kuub. Irak en de Verenigde Staten, de grootste olieproducent, fakkelden elk meer dan 17 miljard kuub af. Dat de VS de grootste stijging lieten zien, verbaast Van den Beukel niet. „De olieproductie is daar zo toegenomen dat de infrastructuur dat niet kon bijhouden. In het eerste kwartaal van dit jaar zie je de cijfers weer dalen.” Al kan dat laatste ook met een lagere olieproductie te maken hebben.

Om het vrijgekomen gas af te voeren, zijn leidingen nodig, bijvoorbeeld voor transport naar elektriciteitscentrales. „In Wyoming bijvoorbeeld is slechts een beperkte markt voor gas en wordt een deel van het vrijgekomen gas structureel gefakkeld. In Texas zou dat geen probleem moeten zijn, want daar is een gasmarkt”, zegt Van den Beukel, die voor Shell in die Amerikaanse staat actief is geweest. „Maar de toezichthoudende Texas Railroad Commission levert automatisch elke zes maanden een verlenging van de benodigde vergunning voor fakkelen.”

Een onderneming die van plan is een beperkt aantal jaren een oliebron te exploiteren, kan in veel landen zelf berekenen wat het meeste oplevert: fakkelen of opvangen. Saoedi-Arabië laat als tweede olieproducent van de wereld zien dat beperkt affakkelen technisch heel goed mogelijk is. In dat land wordt ruim 2 miljard kuub vrijgekomen gas afgefakkeld, slechts 10 procent van wat Rusland jaarlijks verspilt.

Van den Beukel: „Rusland beschikt over 130.000 olieputten en ze gaan echt geen gasinfrastructuur aanleggen voor elk afgelegen veldje in Siberië. Saoedi-Arabië is onvergelijkbaar omdat het een beperkt aantal erg productieve putten heeft. En staatsbedrijf Saudi Aramco heeft westerse normen en doet dingen netjes. Dat is niet met het Russische Rosneft te vergelijken.”

Vier grote verspillers

Het GGFR rapporteerde onlangs dat de toename vorig jaar bijna helemaal is veroorzaakt door de vier grootste verspillers – Rusland, Irak, de VS en Iran. De meeste andere landen laten juist een daling zien en dat geeft volgens de organisatie nog enige hoop de doelstelling voor 2030 te halen: niet meer structureel affakkelen. „Tachtig regeringen en bedrijven, samen goed voor de helft van de olieproductie, hebben toegezegd een einde te maken aan deze 160 jaar oude praktijk”, schrijft Bamji. Westerse oliebedrijven als Shell, BP en ExxonMobil hebben zich aangesloten bij het initiatief.

De dertig landen die het GGFR in zijn overzicht noemt, zijn bij elkaar verantwoordelijk voor 95 procent van het gefakkeld gas. Slechts één ervan, los van koploper Rusland, is Europees: het Verenigd Koninkrijk, op de 26ste plek. Nu is Europa niet zo olierijk, maar het geringe gefakkelde gas heeft volgens Van den Beukel ook met wetgeving te maken. „ In Noorwegen werd 25 jaar geleden al zo’n hoge prijs op fakkelen gezet dat elke ondernemer het wel uit zijn hoofd liet. Ook in Nederland wordt niet structureel gefakkeld. Dat gebeurt hoogstens bij onderhoud, veelal niet langer dan één of twee dagen.”

Bij raffinaderijen, bijvoorbeeld in de Rotterdamse Botlek, zijn ook gasfakkels zichtbaar. Vaak gaat het om een waakvlam: alleen bij storingen of onderhoud is sprake van „een hoge fakkel”. Dat kan overlast geven, maar de hoeveelheid gas die daarbij wordt verbrand staat niet in verhouding met de praktijken in de oliewinning.

Milieu-inspanningen

Een recente publicatie van onderzoeksbureau Rystad Energy laat zien dat de Noorse milieu-inspanningen effect hebben. Elk vat olie dat wordt gewonnen, gaat in Noorwegen gepaard met een CO2-uitstoot van 7 kilo. Een land als Irak komt uit op 31 kilo CO2 per vat, bijna het dubbele van het mondiale gemiddelde. De verklaring voor die hoge uitstoot is volgens Rystad Energy het jaarlijks fakkelen van de bijna 18 miljard kubieke meter gas, omdat het land de benodigde infrastructuur voor nuttige toepassing mist. Precies die hoeveelheid gas importeert Irak momenteel vanuit buurland Iran voor binnenlands gebruik.