Recensie

Recensie Beeldende kunst

Geleid door gene zijde

Buitenstaanders Volgens Augustin Lesage werd zijn hand bij het schilderen geleid door zijn jong gestorven zusje. Zijn werk en dat van andere Franse spiritistische schilders is nu te zien op een wonderlijke tentoonstelling in Parijs. De spiritistische doeken zijn immens, vervreemdend en religieus-mystiek.

Augustin Lesage: Nefertiti, omstreeks 1952. Rechtsboven: Fleury Joseph Crepin: De tempel van de fantomen, 1940
Augustin Lesage: Nefertiti, omstreeks 1952. Rechtsboven: Fleury Joseph Crepin: De tempel van de fantomen, 1940 Foto's Philip Bernard en N. de Witte/LaM

Ze waren mijnwerker, slotenmaker-loodgieter-zinkbewerker en kruidenier annex caféhouder. Ze woonden in Noord-Frankrijk, niet ver van de grens met België, in gehuchten als Saint-Pierre-lez-Auchel, Montigny-en-Gohelle en Fouquières-lès-Lens. En ze hoorden een stem, van boven, die hun opdracht gaf te gaan schilderen. Nooit waren ze in de buurt van een schildersezel geweest, noch hadden ze ooit een museum bezocht. Maar ze gehoorzaamden aan die stem: schilderen gingen ze.

Nu is hun werk te zien in Musée Maillol in Parijs, op een wonderlijke, fascinerende tentoonstelling, onder de titel Esprit, es-tu là? Les peintres et les voix de l'au-delà (Geest, ben je daar? Schilders en de stemmen van boven). Die ‘stem van boven’ gidste hun hand, leidde hun penseel, bepaalde de precieze vorm van hun werk. Die stem zorgde er ook voor dat ze zich vestigden als medium. Ze stonden immers in contact met het hiernamaals, ze hadden een direct lijntje met de doden. En doden waren er veel in het Noord-Frankrijk van vlak na de Eerste Wereldoorlog. Hun families hadden er alles voor over om in contact te komen met hun gesneuvelde dierbaren. Zo werd de regio een vruchtbare bodem voor het spiritisme.

De tentoonstelling in Musée Maillol toont niet alleen werk van Augustin Lesage, Fleury Joseph Crépin en Victor Simon, de bekendste Franse spiritistische schilders van het begin van de twintigste eeuw. Ook de context wordt in kaart gebracht, je volgt de geschiedenis van het spiritisme in vogelvlucht. Vlak na de ingang loop je langs een portrettengalerij van beroemde kunstenaars. Allemaal interesseerden ze zich, door de eeuwen heen, voor communicatie met de ziel van de doden: van Honoré de Balzac tot Paul Klee en Vassili Kandinsky, van Victor Hugo tot Emanuel Swedenborg en het echtpaar Curie.

Al aan de vooravond van de Franse Revolutie (1789) trokken hypnotiseurs en somnambulisten veel publiek: ze brachten mensen in trance en lieten hen met hun overleden dierbaren spreken. In de historische roman Het oog van de engelvan Nelleke Noordervliet vinden we er een prachtig voorbeeld van. Victor Hugo nam tijdens zijn ballingschap op Jersey deel aan spiritistische seances, waarbij hij via een dansende tafel in contact probeerde te komen met zijn verdronken dochter. In 1857 publiceert Alan Kardec Het boek der geesten, het standaardboek van het spiritisme over de onsterfelijkheid van de ziel (ook nu nog leverbaar). Tezelfdertijd communiceren de gezusters Fox in New York via kloptonen met geesten. De utopist Charles Fourier, de arts en schrijver Arthur Conan Doyle, de nobelprijswinnaars Pierre en Marie Curie – allemaal zijn ze gefascineerd door het spiritisme.

Precisie

Het wonderlijke, met geen andere kunststroming te vergelijken werk van de schilders in Musée Maillol, moet in deze context gezien worden. Hun doeken zijn vaak immens groot, vervreemdend en religieus-mystiek. Wat ze gemeen hebben is symmetrie en precisie.

Joseph Crepin: De tempel van de fantomen, 1940

Augustin Lesage (1876-1954) schildert grote kleurrijke bloemmotieven, driehoeken en ovalen in pasteltint. Egyptische goden, christusfiguren en vogels verbeeldt hij in piramidevormige bouwwerken die tot in detail zijn versierd en ingekleurd. Zijn hand wordt, naar eigen zeggen, geleid door zijn jong gestorven zusje Marie. Zijn immense tableaus zijn fascinerend door hun mathematische precisie.

In 1939 krijgt Fleury Joseph Crépin (1875-1948) van een stem te horen dat hem een taak is toebedeeld: hij moet een einde maken aan de oorlog. Als hij driehonderd doeken schildert, zal er vrede komen in Europa. Crépin gaat aan de slag. Zijn schilderijen bestaan uit duizenden kleine stipjes: oosterse gebouwen met kleurige vogels, gezichten, vensters. Brengt het repetitieve karakter van zijn werk hem in trance? Laat zijn geest de werkelijkheid los door het eenvoudige, herhalende, machinale karakter van zijn bewegingen? Hoe dan ook, Crépin voltooit zijn 300e schilderij aan de vooravond van de wapenstilstand. Op zijn laatste doeken brengt hij de vlaggen van de geallieerden aan. Hij stuurt er een aan Montgomery, Eisenhower, Stalin en De Gaulle.

Victor Simon (1903-1976), de derde schilder in Maillol, werkt vanaf zijn twaalfde in de kolenmijn. Van jongs af aan heeft hij dromen en visioenen met mystieke inslag, leest hij veel over religie en esoterie. Als hij zijn eerste opdracht krijgt van ‘het hogere’, laat hij zijn werk voor wat het is. Ook zijn doeken zijn immens en precies. Ze zitten vol verwijzingen naar de iconografie van het christendom, het hindoeïsme en bouddhisme. Zijn duizelingwekkende 'Toile bleu' van maar liefst 10 vierkante meter is een drieluik van zijn eigen 'mentale kerk' met invloeden uit de Oriënt. Ook Simon zegt dat zijn penseel niets anders doet dan de aanwijzingen volgen van boodschappen 'uit een andere wereld'. Hij richt een tijdschrift op, Forces spirituelles, schrijft boeken over zijn spirituele ervaringen, geeft lezingen. Als de Franse kunstenaar Jean Dubuffet zijn werk ontdekt spreekt hij van prominente 'art brut'. Voor hem is Simon een sjamaan, een ziener die een weg heeft gevonden naar ‘de andere wereld’.

Victor Simon, La toile bleue

Geen wonder dat de surrealisten, en vooral hun voorman André Breton, gefascineerd warenn door het bizarre werk van deze schilders. Volgens hen zou de poëtische revolutie voortkomen uit het irrationele, het occulte en de magie. Lesage, Crépin en Simon zijn blanco, allesbehalve intellectueel. Bij hen zien ze iets terug van hun eigen écriture automatique, waarbij het onderbewustzijn ongefilterd naar boven komt.

Lees ook: Het Rijk van het Onwerkelijke; De gesloten kunst van autodidacten, geestelijk gestoorden en andere buitenstaanders

Ook vrouwen waren actief in het spiritisme, veelal als medium, maar soms ook als kunstenaar. Van hen is, zoals vaak het geval is, weinig werk bewaard gebleven. De expositie toont onder andere La fille de Jaïrus van Hélène Smith en sluit af met Marguerites, een prachtig doek van Séraphine Louis, die haar immense boeketten schilderde in opdracht van de maagd Maria.