'De kalverliefde ging voorbij, wij bleven’

Badgasten Wie zijn de vaste gasten van de Nederlandse stranden? De kust in portretten.

Voor Tonny Aarts (72) en haar man is dit – na dertig jaar – het laatste jaar aan zee in Breskens. Ze hebben een chalet van 12 bij 4 meter op een vakantiepark van Roompot. „Onder het mom van ‘herstructurering’ komen er vakantiehuisjes op deze plek. Mensen willen luxe, dat verkoopt beter. Op 19 december kwam de aangetekende brief dat we weg moesten. Nou, lekkere kerstboodschap.”

Aarts en haar man zijn tussen april en november steeds twaalf dagen in Breskens en dan een week thuis in het Brabantse Maarheeze. „Na ons pensioen zijn we bewust in een appartement gaan wonen omdat we in het seizoen veel aan zee zitten en niet nog een tuin kunnen onderhouden.” Als ze aankomen, gaan ze „altijd eerst even een Trapistje pakken”, in het loungemeubel onder de partytent.

Het dorp heeft een gezellig centrum, zegt ze. Klein, maar gemoedelijk. Op het plein wordt in de zomer van alles georganiseerd: markten, visserijfeesten, optredens. Vaste prik elk jaar is de Lange Strangetocht: een wandeltocht van Cadzand naar Breskens. „Onderweg haal je bij elk strandpaviljoen een stempel. Voor 18.00 uur moet je bij de finish zijn, anders krijg je geen gladiolen!”

Wat Breskens voor hun extra speciaal maakt: hun zoon en dochter hebben ieder met hun eigen gezin ook een chalet in de straat. In de weekenden en de schoolvakanties zijn hier dus drie generaties Aarts te vinden.

Ze hebben Breskens ontdekt door de kalverliefde van dochter Chantal (43): „Toen ik dertien was, leerde ik op de camping in Spanje een jongen kennen. Hij kwam uit dit dorp.” Tonny Aarts zegt lachend: „Vier dagen na terugkomst stond hij bij ons aan de deur. ‘Wij hebben ook mooie campings hoor’, en hij gaf ons wat folders. In de herfstvakantie zijn we meteen een week gegaan. Na een half jaar was de liefde tussen die twee voorbij, maar wij zijn blijven hangen.”

Een nieuwe vaste plek aan zee vinden, zit er voor Tonny en haar man niet meer in. „We hebben veel voor het chalet betaald, er een hoop aan verbouwd en krijgen er nu bijna niks voor terug omdat we hem zonder staplaats moesten verkopen. Bovendien is dit de tweede keer in tien jaar dat we van een vakantiepark af moeten, dat risico willen we niet meer lopen.” De Lange Strangetocht blijven ze wel elk jaar doen. „Dan nemen we lekker een hotelletje.”