Opinie

Afgemaakt op de dag van aankomst

Wie de Jodenvervolging aangrijpt voor slogans, moet van Joyce Roodnat naar de dubbeltentoonstelling ‘Vermoorde kunst’ in Elburg en Nunspeet: werken van Joodse kunstenaars die geen van allen de Tweede Wereldoorlog hebben overleefd. Zie hun werk. Voel wat het betekent dat deze mensen zijn vermoord.

Joyce Roodnat

De viruswaanzinnigen die mondkapjes op één lijn stellen met de Jodenster, de extreme boeren die hun stikstofprobleem vergelijken met de Jodenvervolging – ik wuifde ze weg. Zonder respect voor historische feiten ben je een zombie: ondood en moordlustig want jaloers op wie wél leeft. Enfin, láát maar.

En nu roept de kunst me tot de orde. Ik zie schilderijen en ik krijg het benauwd. Laat maar? Dit kún je niet laten.

Niets op die schilderijen verwijst naar nazi’s, terreur, onderduik, vernietigingskamp. Het is gewoon mooie kunst van twee schilders. Ze waren een stel: Else Berg en Samuel ‘Mommie’ Schwarz. Ik zie het in Museum Sjoel Elburg waar ze zich voor je ogen ontwikkelen. Samen op Mallorca, in 1914, Else schildert er met vlakjes warm licht, Mommie ook, maar zijn licht is zwaar. De portretten van Else, steeds expressionistischer, de landschappen van Mommie, steeds heftiger. Winter 1942 schilderen ze allebei het besneeuwde Sarphatipark in Amsterdam, achter de ramen van hun woning. De beide schilderijen hangen hier naast elkaar. Ze knallen van het doek, vol ideeën en suggesties, hetzelfde beeld totaal anders uitgewerkt. Dit zijn kunstenaars in volle vaart… en dan ineens houdt dat op. Else Berg en Mommie Schwarz werden op 16 november 1942 via Westerbork afgevoerd naar Auschwitz, ze zijn daar vermoord. Hier zie je, hier voel je wat dat betekent.

Mommie Schwarz en Else Berg, ca. 1908. Foto collectie Wilma Schuhmacher

De expositie in Elburg hoort bij het project Vermoorde kunst in het Noord-Veluws museum in Nunspeet, waar het werk van nog eens vierentwintig Joodse kunstenaars wordt getoond. Er hangt kunst van min of meer bekende namen als Martin Monnickendam. De sterke sobere prenten van graficus Samuel Jessurun de Mesquita, gedood in Auschwitz, zijn er doordat zijn leerling M.C. Escher naar zijn atelier ging voor het leeggehaald werd en redde wat hij kon dragen. Van Rebecca van Gelder, afgemaakt in Bergen-Belsen, zie ik een fantastisch spottend zelfportret in pastelkrijt, in de stijl van de mode-illustraties, uit 1927. Van tien jaar later is haar ijl geaquarelleerde meisjesportret, hier sloeg ze een modernistisch pad in en dat beviel haar zo te zien uitstekend.

Aangeslagen bekijk ik de tentoonstelling. Al die schilderijen staan voor mensen die druk bezig waren zich te geven voor schoonheid en waarheid, toen ze om een drogreden werden weggehaald. Niemand overleefde, de meesten zijn vermoord op de dag van aankomst in een vernietigingskamp.

Wie Jodenster en Jodenvervolging verslijt voor multi-inzetbare actiekreten, verwijs ik naar deze onvoltooide Joodse kunst. Begrijpelijk voor ieder verstand, afdoend voor iedere grote muil. En nog mooi ook.