Reportage

Zorgeloos lullen, met een goed glas in de hand

Sociëteit De Vereeniging Bij sociëteit De Vereeniging in Utrecht kunnen de ‘heeren’ onder elkaar zichzelf zijn. „We voelen vriendschap, maar iedereen is eigenwijs.”

Op het ‘heerendiner’ van societeit De Vereeniging in Utrecht is jasje-dasje gewenst. En tutoyeren ook.
Op het ‘heerendiner’ van societeit De Vereeniging in Utrecht is jasje-dasje gewenst. En tutoyeren ook. Foto Olivier Middendorp

De ontvangst is allerhartelijkst. We krijgen na binnenkomst de instructie iedereen te tutoyeren en worden bij de bar van de fraai gelambriseerde zaal van sociëteit De Vereeniging in Utrecht bijkans belaagd door heren die allemaal zeggen de NRC een warm hart toe te dragen. „Ik heb vandaag zes flessen heerlijke witte wijn en een ventilator bij de krant besteld”, zegt iemand. Publiciteit kunnen we wel gebruiken, vertelt advocaat Ronald Denz, want het aantal leden van de sociëteit schommelt weliswaar op een redelijk stabiele driehonderd, maar daar kunnen er gerust meer bij; de gemiddelde leeftijd bedraagt 58 jaar en vooral jongeren zijn meer dan welkom. Verwante sociëteiten in Rotterdam (‘de Maas’), Amsterdam (‘Industrieele Groote Club’) en Den Haag (‘De Witte’) hebben bovendien veel meer leden. Enfin, dit is nu eenmaal Utrecht, zeggen de mannen.

Vanavond mogen we aanschuiven bij de wekelijkse ‘heerenmaaltijd’. De kledingskeuze is niet vrijblijvend; jasje/dasje is gewenst. Er hebben zich vanwege het coronavirus slechts ruim twintig leden aangemeld; het merendeel gepensioneerden uit de gegoede burgerij, vooral juristen en artsen. Veel ‘heeren’ zijn ooit lid geworden om een netwerkje op te bouwen; ze kwamen in de stad wonen waar ze nog weinig mensen kenden, of ze werkten de hele dag in andere steden.

„We zijn een nette club”, vertelt voorzitter Jan van Dijkhuizen tijdens het voorgerecht, een verrukkelijke misosoep. „Maar we zijn geen kakclub. Je hoeft geen doctor of professor te zijn, je komt hier ook binnen als je de MTS hebt gedaan.” Veel nieuwkomers wordt gevraagd lid te worden, maar in principe kan iedereen zich aanmelden; een ballotagecommissie buigt zich vervolgens over de aanmelding. De contributie bedraagt 350 euro per jaar, jongeren onder de dertig betalen 100 euro.

Er is wel één voorwaarde voor lidmaatschap: men moet man zijn. Of er vrouwen moeten worden toegelaten, is al enkele decennia onderwerp van debat in de vriendenclub. De meerderheid staat op het standpunt dat vrouwen, niet in de laatste plaats door hun aantrekkingskracht, de aandacht afleiden van waar het om draait: egalitaire broederschap.

„Ik heb bewust voor een mannenclub gekozen”, zegt gepensioneerd leraar Engels Leo Façee Schaeffer. „Als er vrouwen zouden zijn en er zitten een paar bloedmooie tussen, raken mannen in de war.” Advocaat Ton van der Gronde, binnenkort een kwarteeuw lid, buldert van het lachen en zegt: „Als er een wat jongere, goed uitziende vrouw met een kort rokje binnen komt lopen, dan zie je al die kerels van vijftig, zestig, zeventig als vliegen erop afgaan. De nog aanwezige hormonen beginnen dan ineens te draaien.” Vrouwen toelaten is eigenlijk gewoon zinloos, denkt orthopeed Bernard Mullers: „Als je dat doet, staan aan de ene kant van de zaal de vrouwen en aan de andere kant de mannen. Het wordt nooit echt gemengd.”

Als er vrouwen zouden zijn, raken mannen in de war

Leo Façee Schaeffer Lid De Vereeniging

Al zijn er ook heren die de aanwezigheid van dames zouden waarderen. Louis Sala, longarts in ruste: „Er zijn op zo’n club als deze altijd mensen met een grote mond die eigenlijk steeds hetzelfde verhaal vertellen. Ballenpraat. Vrouwen zijn vaak nuchterder, beter op de hoogte, hebben de kranten beter gelezen.” Overigens zijn op sommige evenementen, zoals binnenkort een barbecue, de vrouwelijke partners van de leden wel welkom.

Lees ook: Bij Café Nol blijft alles hetzelfde, behalve de tapijttegels

De gesprekken tijdens het hoofdgerecht, een geduchte kalfslende met aardappelen en artisjok, zijn geanimeerd, al doen ook hier de maatregelen tegen corona zich gelden en zit iedereen op anderhalve meter van elkaar en spreekt wat luider dan gebruikelijk. Naarmate de avond vordert wordt niet overal de gewenste afstand in acht genomen, maar er worden geen handen geschud en op schouders wordt niet of nauwelijks geslagen, ook niet na enkele glaasjes korenwijn. Sommige heeren verklaren ronduit bang te zijn geweest voor corona en gaan fysieke confrontaties uit de weg.

Een andere coronamaatregel behelst het schrappen van de uitnodigingen aan interessante sprekers. Zowat twee keer per maand maakten politici en bankiers hier hun opwachting, alsmede schrijvers, artiesten en sporters. „Ik wil niet opscheppen maar Rutte en diverse ministers zijn hier geweest,” zegt Rutger Ruempol, gepensioneerd controller bij Deutsche Bank. Zonder enige schroom tutoyeren we hem in een gesprek waarin hij uitlegt hoe gezellig het hier is en vraagt of de verslaggever nog iets wil drinken. Het glas is nog half vol. „Gaat dat niet op dan?” Hij loopt naar de bar.

Advocaat Ronald Dentz herinnert zich dat Nout Wellink, destijds president van de Nederlandsche Bank, zelfs niet afzegde op de avond in oktober 2009 dat hij tijdens de affaire rond de DSB-bank van Dirk Scheringa zwaar onder vuur kwam te liggen. „Hij kwam op een historisch moment. Dat zegt toch wel wat. Iedereen uit de top van Nederland komt hier langs. Dat is uniek. Ze weten dat ze hier kunnen praten zonder meel in de mond, want wat hier wordt verteld, blijft onder ons. Je hoeft geen politiek te bedrijven. Je hoeft niet bang te zijn voor je carrière.”

Dat er in coronatijd geen sprekers komen, daar ziet Rutger Ruempol eerlijk gezegd ook wel de voordelen van in. „Als er geen sprekers zijn is het eigenlijk leuker, want dan kun je zelf spreken.” Zijn buurman, gepensioneerd neurochirurg Tom Dokkum: „Dat is jouw mening.” Ruempol spreekt onverstoorbaar door. „Het is dan erg druk aan de bar, en zo’n man vertelt dingen die je ook in jouw krantje kunt lezen.”

Bij sociëteit De Vereeniging draait het om egalitaire broederschap. Foto Olivier Middendorp

‘Geen vrienden’

Voorzitter Jan van Dijkhuizen, zelf accountant, stelt er prijs op enkele namen te noemen van prominente heeren, onder wie kardinaal Wim Eijk, en „niet in de laatste plaats” burgemeester Jan van Zanen, die naar Den Haag is vertrokken en van wie binnenkort op gepaste wijze afscheid wordt genomen.

Wat de heeren ertoe brengt om na een dag hard werken het gezelschap van vrienden te verkiezen boven de rust van huis en haard, blijkt op deze maandagavond zonneklaar; het is de camaraderie, de broederschap. Ruempol: „Je bouwt een leuk netwerk op, en sommigen worden zelfs vrienden.” Hij wijst naar Tom Dokkum. „Hij zegt altijd dat we geen vrienden zijn.” Beiden lachen. Zorgeloos lullen, daar zijn ze hier goed in. Orthopeed Bernard Mullers: „Het is humor. Het is warmte. Het is vriendschap. Het is een feest om hier iedere maandag te zijn.” En het is meer dan dat: „We praten hier graag over wat zich in de wereld voordoet. Er zit hier ook geweldig veel expertise. Je leert hier veel. Je kunt het ook grondig met elkaar oneens zijn. Dat is heerlijk. We voelen vriendschap, maar iedereen is eigenwijs.”

Lees ook: De Rotary krijgt concurrentie van een nieuwe generatie netwerkclubs

Gas ter Planck

Wat de sociëteit uitdrukkelijk niet wil zijn, is een serviceclub zoals Lions of Rotary. „Wij zijn geen club van mensen die zich ‘ons soort mensen’ noemt, de betere stand die zich met enig dédain boven de armen stelt en liefdadigheidskransjes organiseert”, zegt advocaat Ton van der Gronde. Het plezier staat voorop. Behalve tijdens de wekelijkse heerenmaaltijd kunnen de mannen zich vermaken bij twintig genootschappen. Je kunt er bridgen en biljarten; er is een boekenclub, een genootschap dat de ‘vergeten oorlog’ in Korea onder de aandacht wil brengen, een horlogegenootschap en een groep die praat over e-commerce; een clubje whiskyliefhebbers en een genootschap voor liefhebbers van exclusieve en klassieke auto’s onder de naam Gas ter Planck; en er is ‘De langhste slaghe’, het grootse genootschap waarin honderd van de driehonderd leden af en toe een balletje golf slaan. Ook kan er toneel worden gespeeld. Advocaat Ronald Denz vertelt hoe veel plezier hij daar in heeft. „Ik heb altijd zeven dagen per week gewerkt. Dit is altijd ontspanning geweest. Zo’n avond toneel spelen geeft heel veel energie.” Hebben zijn kinderen hem vroeger niet veel gemist? „Daar hebben ze nooit over geklaagd. Het was zoals het was.”

Gepensioneerd leraar Engels Leo Façee Schaeffer (r.) in gesprek met advocaat Ton van der Gronde: „Iedereen heeft z’n problemen… Maar alles blijft hier binnenskamers.” Foto Olivier Middendorp

Andere werelden

Als de lezer langzamerhand de indruk krijgt van een studentikoze ambiance, dan klopt dat wel een beetje. Er wordt bier, wijn en jenever gedronken en hard gelachen; er worden diepzinnige gesprekken gevoerd en hartsgeheimen gedeeld. Leraar Leo Façee Schaeffer: „Iedereen heeft z’n problemen. Vijandschap in de familie. Iemand overleden. Je had iets anders willen worden dan je bent geworden. Dat soort dingen kun je hier kwijt. Fantastische verhalen. Maar alles blijft hier binnenskamers.”

Disgenoot Ton van der Gronde valt hem bij. „Als je eens wist wat ik hier allemaal heb gehoord.” Voor de advocaat is de club „heel belangrijk”, zegt hij. Zijn vrouw kreeg twaalf jaar geleden een hersenbloeding. Het leven thuis is zwaar, hij zorgt voor haar. De maandagavond is een onmisbaar verzetje. „Ze kennen me hier. Het voelt als familie. Je hoeft niks meer te bewijzen. En we hebben soms grote babbels, zoals ik, maar we gaan wel voor elkaar door het vuur.”

Aan het einde van de avond spreken we enkele jongere leden. „Het is hier gezellig”, verklaart de 34-jarige Michiel Bilderbeek zijn aanwezigheid. „Je kunt hier lekker eten. De drankkaart zit hier goed in elkaar. Je komt mensen tegen met een leuk verhaal. Je knoopt vriendschappen aan.” De advocaat is sinds twee jaar lid en participeert in het whiskygenootschap en de ballotagecommissie. „Toen ik hier lid werd, ontdekte ik dat mijn vader hier ook lid was. Dat had hij nooit verteld. Daar had hij het nooit over.” Naast hem zit Tom, liever zonder achternaam, een militair die werkt bij de Koninklijke Luchtmacht op Soesterberg en wiens lidmaatschap nog niet definitief is. Hij is hier voor de derde keer. „Ik denk niet dat mijn aanmelding wordt afgewezen, maar de formele regels schrijven voor dat er nog bezwaar kan worden aangetekend.” Hij ziet uit naar zijn lidmaatschap. „Ik heb het hier naar m’n zin. Ik wil andere werelden leren kennen.”