Woord van RIVM is niet meer heilig in Den Haag

Andere visie Lang waren de adviezen van het RIVM leidend in Den Haag. Nu mogen ook externe deskundigen meepraten.

Tijdens de crisis vertrouwde het kabinet op de adviezen van het RIVM, in de persoon van Jaap van Dissel, directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding van het instituut. Nu hoort het kabinet ook anderen.
Tijdens de crisis vertrouwde het kabinet op de adviezen van het RIVM, in de persoon van Jaap van Dissel, directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding van het instituut. Nu hoort het kabinet ook anderen. Foto Bart Maat/ANP

Ze hadden zelf soms moeite met hun macht, de leden van het Outbreak Management Team (OMT) van het RIVM. Zij gaven wetenschappelijke adviezen, vonden ze, geen marsorders. Maar toch leek hun wil in de eerste maanden van de coronacrisis wet.

Adviseerde het OMT om evenementen af te gelasten, dan kondigde premier Mark Rutte (VVD) dat aan. Dachten de virologen en epidemiologen dat het beter was om de horeca te sluiten, dan gíngen de kroegen dicht. En ook de anderhalvemeter afstand kwam uit dat overleg voort. Het was crisis, onzekerheid regeerde en de adviezen van Jaap van Dissel, RIVM-directeur en voorzitter van het Outbreak Management Team (OMT), waren „heilig”, aldus de premier.

Dat was april. Inmiddels mengen andere experts zich steeds openlijker in de coronabestrijding, en steeds vaker worden zij door het ministerie van Volksgezondheid binnengehaald. „Of wij serieus genomen worden, dat zien we natuurlijk pas in de uitwerking”, zegt Ira Helsloot. „Op zijn minst zijn we nu voor het eerst om onze input gevraagd.”

Helsloot, hoogleraar besturen van veiligheid aan de Radboud Universiteit, mocht dinsdag op uitnodiging van het ministerie in een videoconferentie zijn kritische kanttekeningen delen. Met behulp van zo’n tachtig experts trekt het ministerie deze maand lessen uit de eerste coronagolf en het kabinetsbeleid van de afgelopen maanden. Economen en gezondheidswetenschappers schuiven aan, maar ook autodidacten als Maurice de Hond.

Lees ook: Wetenschappers als beleidsmakers, „dat schuurt”

De gemene deler: allemaal komen ze van buiten de vijver van het ‘heilige’ OMT. Dat was het nadrukkelijke verzoek van PvdA-leider Lodewijk Asscher en SP-leider Lilian Marijnissen, die voor de zomer met een Kamermotie om zo’n onderzoek vroegen. „Als je zo intensief met één onderwerp bezig bent”, zei Asscher, „vernauwt ook je blik.”

De resultaten van deze zogeheten lessons learned-evaluatie worden op zijn vroegst eind deze maand verwacht. Maar zo lang kan er niet gewacht worden, zegt Wim Schellekens, voormalig hoofdinspecteur van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. „De snel oplopende besmettingscijfers vragen nú om een aantal keuzes van het ministerie, bijvoorbeeld over ventilatie, de heropening van scholen en het bron- en contactonderzoek.”

Luister ook naar NRC-podcast Haagse Zaken: Corona, de zomerupdate

Rood team

Schellekens is één van de initiatiefnemers van het ‘Red Team’. Die term stamt uit het bedrijfsleven: een ‘rood’ team dat onafhankelijk van een ‘blauw’ team problemen uitwerkt om tunnelvisie te voorkomen en tegenspraak te stimuleren. De tien leden – voornamelijk gezondheidswetenschappers - kennen elkaar van Twitter, zegt Schellekens. „Daar stelden we kritische vragen over de overheidsaanpak, zonder negatief te worden.”

Ook hij werd door het ministerie gevraagd om deel te nemen aan de evaluatie. Maar een aanbod aan het ministerie van Volksgezondheid om structureel „georganiseerde tegenspraak” te geven, werd volgens Schellekens door de secretaris-generaal afgewezen.

Daarom schreef het Red Team eind juli een brief die het ministerie opriep extra maatregelen te nemen, en stuurde het dinsdagavond een uitgebreide vragenlijst aan Kamerleden. In afwachting van de antwoorden van het ministerie wil Schellekens niet inhoudelijk ingaan op de brief. „De Kamer en het kabinet zijn nu aan zet.”

Eenduidig zijn de adviezen niet, ziet Helsloot. „Een aantal experts, onder wie ikzelf, zegt bijvoorbeeld: jongeren zijn niet echt een risicogroep, dus we moeten heel goed nadenken voor we op basis van besmettingen onder jongeren algemene maatregelen afkondigen. Terwijl er ook onderzoekers zijn die juist oproepen tot een nieuwe lockdown. Dat is écht een ander geluid.”

Gemene deler

Waar experts elkaar vinden, is in hun probleemanalyse. Veel van hen vinden dat het RIVM slechts beperkt voortschrijdend inzicht toont en te weinig voorzorgsmaatregelen neemt. En die kritiek komt niet langer alleen van buiten. Roel Coutinho, voorganger van Jaap van Dissel als directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM, zei vorige week ,in Nieuwsuur dat het RIVM te vaak wacht op „onomstotelijk bewijs” en te weinig openstaat voor nieuwe inzichten over mondkapjes en de verspreiding van aerosolen. „Ik denk dat mensen bang zijn dat ze hun geloofwaardigheid verliezen, maar dat is niet zo.”

Daarbij zit de verstrengeling met het kabinet het OMT in de weg, zegt Jochen Mierau, hoogleraar economie van de volksgezondheid aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Als de wetenschappelijke consensus verandert, komt het punt dat je beleid moet veranderen. Maar door zelf het onderzoek te doen, het beleid te maken, het advies te doen én de communicatie erover, wordt dat lastig.”

Mierau, die dinsdag ook was uitgenodigd, wijst op het Verenigd Koninkrijk, waar het onderzoek naar het nut van mondkapjes werd uitbesteed aan de Royal Society, de Britse tegenhanger van wetenschapsacademie KNAW. „Trek het genereren van bewijs los van het maken van beleid. Dan heb je veel meer vrijheid je beleid tussentijds te herzien.”