Wijn met een ‘biertintje’, zo probeert de Belgische wijnbouwer op te vallen

Wijnbouw in België België telt steeds meer wijnbouwers, maar overleven is niet eenvoudig. Wijnbouwer Ghislain Houben: „Je moet bioloog, chemicus en econoom tegelijk zijn.”

Sinds 2002 runnen econoom Ghislain Houben en zijn zoon het wijndomein Hoenshof.
Sinds 2002 runnen econoom Ghislain Houben en zijn zoon het wijndomein Hoenshof. Foto Chris Keulen

Het begon, achttien jaar geleden, eigenlijk allemaal als een hobby. Ghislain Houben (55) had het land van zijn ouders gekregen, fruitboeren die kersen en appels verbouwden voor wie de grond „heilig was”. Die mocht dus zeker niet verkocht worden.

Ghislain Houben was geen landbouwer. Maar de professor bedrijfseconomie aan de Universiteit Hasselt had weleens een paar wijncursussen gevolgd, „vooral om te proeven”. Houben besloot het zelf te proberen: hij plantte 250 stokken chardonnay – een bescheiden aantal – om wijn van te maken.

Dat lukte. Voor ons staat een glas mousserende wijn van zijn domein Hoenshof, gelegen in Borgloon in Belgisch Limburg. Wijn gemaakt van de johanniterdruif, één van de twintig druivenrassen die hij inmiddels verbouwt. „Gegist op de fles”, zegt de wijnbouwer wijzend naar het troebele restje onderin. Achter hem is een deel van zijn 6,5 hectare aan wijnranken te zien. Goed voor 25.000 stokken en, in een goed jaar, 25.000 liter wijn. Houben werkt nog in deeltijd aan de universiteit, de overige tijd steekt hij in het bedrijf. Zijn zoon Jeroen (23), sinds 2018 mede-eigenaar, werkt er fulltime. Het bedrijf heeft twee mensen in dienst. De hobby is, kortom, „een beetje uit de hand gelopen”, lacht Houben.

Internationale prijzen

Bierland België staat niet bekend om zijn wijn. Toch is Houben niet de enige professionele wijnbouwer in het land. In de Middeleeuwen werd al volop wijn gemaakt in België. Daar kwam, onder andere door een periode met kouder weer, een eind aan. Pas tegen het eind van de twintigste eeuw pakte een aantal wijnamateurs het vak weer op.

Sinds een paar jaar is de periode van hobbyisme in de Belgische wijnbouw echt voorbij, zegt Simonne Wellekens, die onder andere voor de Vlaamse krant De Standaard over wijn schrijft. De wijnkenner zag de laatste jaren flink wat veranderen, vertelt ze aan de telefoon. „Wijnbouwers hebben veel geïnvesteerd in materiaal, en er komen er steeds meer bij die er echt voor gestudeerd hebben. Het is veel professioneler geworden.”

De groei is ook te zien aan de cijfers van het Belgische ministerie van Economie. In 2014 telde België 96 wijnbouwers. Toen gebruikten ze 192 hectare. In vier jaar verdubbelde de hoeveelheid bebouwde grond: in 2018 hadden 136 wijnbouwers 384 hectare. Nederland telt volgens de laatste cijfers (2017) 92 wijnbouwers, goed voor 157 hectare.

De omvang van hun productie is misschien verwaarloosbaar in vergelijking met de 800.000 hectare aan wijngaarden in Frankrijk, maar wat betreft kwaliteit kunnen de wijnen „zeker concurreren” met dat land, aldus Wellekens. „Meerdere Belgische wijnen hebben al internationale prijzen gewonnen.”

Houbens 6,5 hectare aan wijnranken zijn goed voor 25.000 stokken en, in een goed jaar, 25.000 liter wijn. Foto Chris Keulen
Lees ook: De droogte kent niet alleen maar nadelen. Nederlandse wijnmakers profiteren van dit weer. Maar juichen durven ze nog niet.

Nieuwe druivensoorten

Het grootste deel van de Belgische wijnen is wit: 80 procent, waarvan de helft mousserend. Maar ook rode wijn kan in het relatief noordelijke België prima geproduceerd worden, zegt wijnbouwer Houben. De wijn wordt in het hele land, van Wallonië tot rond Antwerpen, verbouwd. Daarbij is niet zozeer de grond van belang, maar vooral het gebruik van de juiste druif, aldus Houben. In België wordt veel chardonnay verbouwd, maar hij experimenteert ook graag met nieuwe druivensoorten. „Je hebt nieuwe rassen die prima in ons klimaat gedijen. Je moet gewoon openstaan voor andere aroma’s.” Dat doen steeds meer wijnbouwers in België de laatste jaren, ziet ook wijnkenner Wellekens.

Ironisch genoeg helpt klimaatverandering de wijnbouwers een beetje. De zomers van 2018 en 2019 waren zeer droog en warm. Een ramp voor de meeste landbouwers, „maar in de wijnbouw zorgde het voor een uitzonderlijk goede oogst”, schreef de federale overheidsdienst in 2019. In 2018 werd 1.983.143 liter wijn geproduceerd, twee keer zo veel als het jaar ervoor.

Toch past tussen al het goede nieuws ook voorzichtigheid, vindt Houben. Klimaatverandering gaat – „in mijn geval helaas” – langzaam. Het weer wordt er bovendien grilliger van, merkt hij. „Dit jaar heeft het de hele winter nauwelijks gevroren. In april plotseling wel. Bijna alles is toen bevroren.”

Het betekent dat de wijnbouwer dit jaar slechts zevenduizend flessen zal vullen, nog geen derde van het normale aantal. Een mislukte oogst is in België vaker een probleem. „In tien jaar heb je misschien twee topoogsten, maar ook drie totale misoogsten, zoals dit jaar. Kun je in een land als Frankrijk misschien tot 12.000 liter wijn per hectare produceren, in België is dat gemiddeld 3.500. Dat maakt rendabele wijnbouw in België heel moeilijk.” Ook Houben zelf komt nog altijd niet uit de kosten.

Van de 136 wijnbouwers in België zijn er volgens hem slechts vijftien voltijds bezig met wijn. „En dat zijn dan vaak nog mensen die heel goed bemiddeld zijn en een misoogst wel kunnen dragen.”

Die lastige omstandigheden verslechteren ook de concurrentiepositie van Belgische wijnen. De prijs ligt al snel boven de 10 euro per fles, wil een wijnbouwer enigszins uit de kosten komen. Terwijl dat volgens Houben voor veel consumenten een magische grens is. „De groep die meer dan 10 euro uitgeeft aan een fles wijn, is klein.” Voor een grotere afzet moeten Belgische wijnbouwers naar het buitenland. Maar ook dat is niet makkelijk, zegt Houben: „Er is wijn genoeg wereldwijd. Te veel zelfs. Waarom zou iemand een wijn uit België kopen?”

Of waarom zou iemand eigenlijk wijnboer in België willen zijn? Houben, die na achttien jaar nog „in de investeringsfase zit”, is „ervan overtuigd dat de kostprijs op een creatieve manier verlaagd kan worden”.

Om uit de kosten te komen combineren veel Belgische wijndomeinen hun werkzaamheden met toerisme, zoals wijnproeverijen. Foto Chris Keulen
Lees ook: Belgische boeren vreesden een mislukt jaar door corona. Asielzoekers en tijdelijk werklozen helpen.

Overnachting in een wijnton

De realiteit is vooralsnog dat veel Belgische wijnbouwers nog een andere baan hebben, en velen bovendien verlies lijden. Volgens Simonne Wellekens zal concurreren voor de Belgische wijnen, gezien de relatief hoge prijs en het kleine volume, „altijd moeilijk blijven”. Maar het gaat steeds beter, ziet ze, inderdaad mede door creatieve oplossingen van wijnbouwers zelf. „Veel domeinen hebben bijvoorbeeld ook een restaurant, of combineren hun werkzaamheden met toerisme, zoals wijnproeverijen.”

Zo ook Houben. Tussen het stukje boomgaard van zijn ouders dat intact is gebleven, staat sinds kort een aantal wijntonnen waarin toeristen kunnen overnachten. Er is een café waar ze wijnen kunnen proeven, tussen de boomgaard en de wijnranken. Zelfs op deze vroege dinsdagmiddag zitten vijftien mensen op het terras.

En Houben bedacht iets om de kosten te drukken. „Voor een hectare moet je ongeveer een investering van 100.000 euro rekenen”, vertelt hij. „We wilden wel groeien, maar zo’n zak met geld had ik niet liggen.” Hij en zijn zoon besloten samen te werken met lokale fruittelers. Die verbouwen nu druiven op hun eigen grond, op eigen kosten, de Houbens nemen de oogst gegarandeerd af. Zo kregen de wijnbouwers er 30 hectare aan druiven bij, voor slechts 25 procent van de gebruikelijke kosten.

„Om te slagen in de wijnbouw moet je bioloog, chemicus en econoom tegelijk zijn”, concludeert Houben. Hij probeert zich te onderscheiden door vooral rode wijn te maken. En om internationaal op te vallen, maken de Houbens wijn met een biertintje. „België staat misschien niet bekend om zijn wijn, maar wel om zijn bier. Daarom maken we Chardonnay Lambic, in de hoop dat het een ingang is om ook onze andere wijnen aan de man te brengen.” Op internationale beurzen slaat deze wijn goed aan, zegt hij.

Al dat experimenteren kan niet eeuwig duren, relativeert zoon Jeroen Houben even later, als hij de rondleiding van zijn vader overneemt en de verschillende manieren toont waarop de twee hun wijn laten rijpen (eikenhouten vaten, graniet, staal). „Die twintig druivenrassen kosten ook geld”, lacht hij. Maar vader Houben is overtuigd: alleen door te blijven vernieuwen zal België de komende jaren kunnen doorbreken als wijnland. „Als we niets veranderen, gaan we er niet komen”, denkt hij: „Veel collega’s hebben iets te veel naar The Flintstones gekeken. We moeten niet kijken naar het verleden, maar naar de toekomst.”