Rechtszaak tegen staat om oorlogsschade Japanse bezetting Nederlands-Indië

75 jaar vrede Stichting Japanse Ereschulden stelt de staat aansprakelijk voor tijdens WO II geleden schade. Nederland zou hebben geweigerd mee te denken over een oplossing.
Voorzitters Jan Anthonie Bruijn (Eerste Kamer) en Khadija Arib (Tweede Kamer) in 2019 tijdens de herdenking van oorlogsslachtoffers in Nederlands-Indië.
Voorzitters Jan Anthonie Bruijn (Eerste Kamer) en Khadija Arib (Tweede Kamer) in 2019 tijdens de herdenking van oorlogsslachtoffers in Nederlands-Indië. Foto Koen van Weel/ANP

Japanse Ereschulden begint een rechtszaak tegen de Nederlandse staat om compensatie af te dwingen voor de fysieke en psychische schade die Nederlanders in Nederlands-Indië hebben geleden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat heeft de stichting dinsdag aangekondigd. Volgens de organisatie weigert de staat verantwoordelijkheid te nemen voor de schade van slachtoffers van de Japanse bezetting terwijl „de route naar volledige compensatie” door Japan is „afgesneden” als gevolg van het in 1951 met dat land gesloten vredesverdrag. Hiermee zou Nederland hebben afgezien van vorderingen tegen Japan van Nederlandse slachtoffers.

Het Japanse Keizerrijk bezette in 1942 Nederlands-Indië en sloot veel van de Nederlanders die er toen woonden op in interneringskampen, waar duizenden van hen overleden. Slachtoffers van de Japanse oorlogsmisdaden, zo schrijft de stichting in een persbericht, kregen naast met opsluiting ook te maken met marteling, uithongering, ontzegging van medicijnen en de vernietiging van hun huizen, inboedels, wijken en dorpen.

Dat niemand hier juridisch aansprakelijk voor is gesteld en zo de geleden schade erkent „doet pijn, zelfs als deze pijn 75 jaren geleden is ontstaan”, aldus Japanse Ereschulden. Nederland is volgens de organisatie verplicht aansprakelijkheid te erkennen „voor de positie waarin hij betrokkenen heeft gebracht” door ondertekening van het vredesverdrag.

Japanse Hoge Raad

Dat vredesverdrag leidde er in 2004 namelijk toe dat de Japanse Hoge Raad de zaak die slachtoffers hadden aangespannen om het Aziatische land aansprakelijk te stellen niet-ontvankelijk verklaarde, zegt stichtingsvoorzitter Jan-Frederik van Wagtendonk. De Raad zou toen geoordeeld hebben dat met het vredesverdrag de kwestie rondom Japanse aansprakelijkheid was afgehandeld. Volgens Van Wagtendonk heeft Nederland met het ondertekenen dan ook „de Nederlanders in de steek gelaten”.

Van Wagtendonk zegt sinds die uitspraak de staat meermaals op zijn verantwoordelijkheid te hebben aangesproken en aangeboden te hebben mee te denken „over mogelijke oplossingsrichtingen”. Nederland zou hier echter niet op gereageerd hebben. Volgens Japanse Ereschulden is dat „extra pijnlijk in dit belangrijke herdenkingsjaar”. Een rechtszaak zou nu de enige manier zijn „waarop de al 75 jaar durende impasse tussen de staat en de Indische gemeenschap kan worden doorbroken”.