‘Operatie Champions League’: voetballen volgens strikt protocol

Champions League De Champions League móést doorgaan. Dus houden ballenjongens afstand, blijven spelers in hun hotel en worden ballen ontsmet.

Paris Saint-Germain bereidde zich in Faro voor op het duel met Atalanta Bergamo, een wedstrijd in de kwartfinales van de Champions League.
Paris Saint-Germain bereidde zich in Faro voor op het duel met Atalanta Bergamo, een wedstrijd in de kwartfinales van de Champions League. Foto Sebastien Boue/ANP

‘Operatie Champions League’ begint voor de overgebleven deelnemers in een gedesinfecteerde spelersbus, die hen zo dicht mogelijk afzet bij het ontsmette vliegtuig dat ze naar Portugal brengt. Aan boord niemand anders dan spelers, trainers, fysio’s, materiaalmannen, clubdokters en perschefs, van wie wordt aangenomen dat zij allemaal niet het coronavirus dragen – op basis van de laatste tests.

De voetballers, die gezichtsmaskers moeten dragen, zijn dan al meermaals getest. Eerst de niet verplichte maar geadviseerde ‘prescreening’, tien tot veertien dagen voor de wedstrijd. De tweede test is drie tot twee dagen voor vertrek, om besmette spelers tijdig te isoleren.

Lees ook: Champions League en Europa League: in 12 dagen moet het lukken

Wie het vliegtuig haalt, treedt toe tot wat idealiter een coronavrije microkosmos zou moeten zijn, een afgesloten mensenbubbel waarin de wetten van het return-to-play-protocol van de UEFA gelden. Een raamwerk van 31 pagina’s, uitgewerkt met militaire precisie, dat niets aan het toeval overlaat vanaf het moment dat de spelers de lucht ingaan.

Bestemming Lissabon: stad van levendige straatjes en verscholen Fado-bars, met haar eigen versie van de Golden Gate Bridge over de Taag. Doorgaans een toeristische trekpleister, nu een stad die zucht onder negatieve reisadviezen en een tweede (gedeeltelijke) lockdown. In negentien wijken mogen mensen sinds juli alleen naar buiten voor werk, boodschappen en de aanschaf van medicijnen.

Ook de spelers moeten binnenblijven. Na de landing worden ze via een afgesloten ingang snel naar een gedesinfecteerde touringcar geleid die naar het hotel rijdt. In- en uitstappen moet via de middelste ingang van de bus. De voorste is voor de op corona geteste chauffeur, van wie ze twee meter afstand moeten houden.

Een verplicht buffet

In de (volledig afgehuurde) hotels hebben alle spelers – van Atalanta Bergamo, Paris Saint-Germain, Manchester City, RB Leipzig, Bayern München, FC Barcelona, Olympique Lyonnais en Atlético Madrid – een eigen kamer, die vlak voor aankomst dient te zijn gedesinfecteerd. De Protocol Compliance Officer, ook onderdeel van de bubbel, waakt hierover, zoals de Medical Liaison Officer toeziet op het afnemen van de coronatests.

Eten doen de spelers in afgesloten ruimtes, met zo min mogelijk hotelpersoneel in de zaal. Ze krijgen hun eten niet opgediend, maar scheppen zelf op van een buffet. Pas als iedereen van tafel is, ruimt het personeel de tafels af.

Een dag voor de wedstrijd worden spelers op Covid-19 getest. Hiervoor is een afgesloten ruimte beschikbaar van minimaal 12 vierkante meter, met twee bureaus, drie stoelen, één raam, een aparte in- en uitgang en een wachtkamer waarin vijf tot zeven personen mogen plaatsnemen op twee meter afstand van elkaar.

Een virusuitbraak, zoals bij Atlético Madrid, dat twee spelers voor vertrek uit Spanje positief zag testen, vormt niet direct een probleem: zolang een club over elf veldspelers en twee reserves beschikt, wordt er gevoetbald. Testresultaten dienen minimaal zes uur van tevoren bekend te zijn, zodat besmette spelers niet in het stadion komen. Daar meten stewards van iedereen de temperatuur.

De stadions zijn onderverdeeld in vier zones, waarvan zone 1 ( het veld, de spelerstunnel en de kleedkamers) het domein van de teams is. Per team zijn slechts 45 mensen welkom in deze zone. Wel de clubdokter, niet de voorzitter en zijn medebestuurders – zij mogen in het stadion nooit in de buurt van de spelers komen. Afstand houden blijft in Lissabon het devies, ook tussen spelers onderling. Als beide teams vooraf het veld willen inspecteren, mogen ze niet tegelijk door de spelerstunnel lopen. De UEFA adviseert een warming-up waarbij fysiek contact zoveel mogelijk wordt vermeden. Iedere speler moet zijn eigen drinkbus hebben.

Ballenjongens met mondkapje

Om 20.53 uur, zeven minuten voor de aftrap, betreden de teams het veld. Afzonderlijk van elkaar. Zónder bewonderende kinderen aan hun hand, zonder dansers, zonder gezang van de tribunes en welke andere vorm van sfeer ook die deze Europese knock-outwedstrijden zo bijzonder maken dat ze in 180 landen worden uitgezonden. Reden dat de UEFA ze koste wat het kost wilde uitspelen; zendgemachtigden en sponsors betalen jaarlijks 3,25 miljard euro voor de rechten.

De ballenjongens zitten op hun plek als de spelers het veld opkomen, mondkapje op, de handen gewassen. Dat laatste doen ze voor en na de warming up én voor en na elke speelhelft. Van de spelers houden ze twee meter afstand, de bal ligt aan hun voeten.

Om 20.57 uur klinkt de befaamde hymne in een leeg stadion. „Die Meister! Die Besten! Les Grandes Équipes! The Champions!” Elkaar omarmen kunnen de spelers niet. Ze dienen één meter afstand van elkaar te houden, net als de coaches en hun assistenten in de dug-out. Om 21.00 uur wordt er afgetrapt met een ontsmette bal, in de hoop dat de bubbel niet knapt.