‘Hou je kop en integreer!’, zeiden ze. Maar dat deed hij niet

Zap De docu ‘Klanken van oorsprong’ laat zien hoe tegen Indische vluchtelingen in de jaren vijftig werd gezegd dat ze zich moesten aanpassen. In plaats daarvan leerden ze Nederland rocken.

Riem en Ruud de Wolff, van The Blue Diamonds, één van de succesvolle ‘Indo-bands’ uit de jaren na de oorlog.
Riem en Ruud de Wolff, van The Blue Diamonds, één van de succesvolle ‘Indo-bands’ uit de jaren na de oorlog. Omroep MAX

Dat muziek levens kan redden wist ik al. Maar het kan nooit kwaad daar af en toe weer eens extra aan herinnerd te worden. Dat gebeurde gisteravond, door de documentaire Klanken van oorsprong bij Omroep Max, van regisseur Hetty Naaijkens-Retel Helmrich. Hij ging over de Nederlanders van Indonesische afkomst die, na de onafhankelijkheid van Indonesië, van 1945 tot 1962 gedwongen werden uit hun land te vertrekken en terug te keren naar hun ‘vaderland’.

Het overgrote deel had Nederland nog nooit gezien en toen ze er met grote schepen aankwamen waren ze allesbehalve welkom. Ze waren dan weliswaar Nederlands, zo waren ze opgevoed, compleet met zaklopen, sinterklaasliedjes zingen en koekhappen – eenmaal in dat verre, koude land werden ze door de Nederlanders met de nek aangekeken. „We hoorden nergens meer bij”, zeggen ze in de documentaire. „We werden gewoon weggebonjourd”.

Veel van hen moesten bovendien de gruwelijkheden verwerken die hen in de Jappenkampen en door landgenoten was aangedaan – velen waren gemarteld of verkracht, hun familie was soms vermoord. Een aantal had vele decennia later nog steeds fobieën en angsten.

Maar waar de documentaire vooral over ging, was over de manier waarop sommigen al die gruwelijkheden verwerkten, of ‘gewoon’ uit heimwee: ze gingen muziek maken in Nederland, als uitlaatklep.

Wat ik niet wist, was dat deze muziek in die tijd uniek was in Nederland – de ‘Indo’s’ waren op dat gebied échte pioniers. Ik dacht altijd dat de rock-’n-roll eind jaren vijftig allang in Nederland was gearriveerd, maar de documentaire laat overduidelijk zien dat de Indische Nederlanders deze met bands als The Tielman Brothers en The Crazy Rockers in ons land introduceerden.

Ze maakten hier de eerste elektrische basgitaar, van het bed van een schoonvader, met drie snaren, in een tijd dat Nederland nog niet veel verder was dan muziek van de Selvera’s, die zongen over een trekschuit, of een postkoets (serieus). Gitaarbands bestonden toen nog niet. Bij ‘een band’ werd gedacht aan iets met een accordeon, en rock-’n-roll werd gezien als „van de duivel”.

En toch lieten de Indische Nederlanders die al horen, lang voor The Beatles, Elvis Presley en The Shadows hier voet aan de grond kregen. Rock-’n-roll en showmaken is door de Indo’s naar Nederland gebracht, zo weet je aan het eind. Daarmee bevrijdden ze niet alleen zichzelf, maar ook de Nederlanders.

Ze hadden er belachelijk veel succes mee, zo laat de documentaire ook zien. Niet alleen de rockers, ook al die andere muzikanten met Indonesische wortels. The Blue Diamonds, Anneke Grönloh, Liesbeth List, Boudewijn de Groot, Sandra Reemer en Ernst Jansz van Doe Maar, sommigen van hen tot aan Israël en zelfs Indonesië toe.

Ze komen in de documentaire allemaal aan het woord, net als (Duitse) fans, weduwen en managers – bijzonder, want een groot aantal van de geïnterviewden is inmiddels overleden.

Dat was eigenlijk mijn enige bezwaar tegen de documentaire: hij is overvol. Ik had wel meer delen gewild. Waarom alles in één uitzending gepropt, zo laat uitgezonden en bovendien nog in de zomer. Doodzonde. Ook omdat de boodschap van de documentaire zo sterk is.

„Hou je kop en integreer”, zei de vader van een van de jongens toen ze in Nederland aankwamen. Maar dat deden ze niet. In plaats daarvan openden ze hun mond, pakten een gitaar en veranderden de muziekgeschiedenis. Niks integreren maar een vlucht voorwaarts.

En de hele wereld werd er beter van.

vervangt deze week Arjen Fortuin.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.