Reportage

Het droge Leenderbos wordt weer nat

Periodes van droogte zullen vaker voorkomen. Nederland moet zich aanpassen. Aflevering 6 uit een serie: bomen helpen de grondwaterstand te verhogen.

Boswachter Erik Schram en ecoloog Emiel Brouwer bespreken de waterhuishouding in het Leenderbos. Dit jaar zijn er ruim 100.000 bomen aangeplant.
Boswachter Erik Schram en ecoloog Emiel Brouwer bespreken de waterhuishouding in het Leenderbos. Dit jaar zijn er ruim 100.000 bomen aangeplant. Foto’s Merlin Daleman

De geur van warm dennenhout, fietsers in korte broeken: dit is het Brabantse Leenderbos op een hete, droge, zomerdag. „Verderop woedt een brandje, maar de brandweer heeft het onder controle”, zegt boswachter Erik Schram, terwijl we in zijn Staatsbosbeheer-jeep over het terrein rijden.

„Grove den, douglasspar, sitkaspar, Oostenrijkse den, Corsicaanse den” – hij noemt de namen van naaldbomen die we passeren. Honderd jaar geleden werd het Leenderbos aangelegd: 2.500 hectare ingeklemd tussen Valkenswaard, Leende en de Belgische grens, om te voorzien in hout voor de Limburgse mijnbouw.

Maar het naaldwoud is aan verjonging toe: door uitdunning is een ‘hol’ dennenbos ontstaan, met veel open plekken. Fijnspar, een andere boomsoort die hier veel was aangeplant, heeft in z’n geheel het loodje gelegd door een schorskeversoort: de letterzetter. Door de droogte van de afgelopen jaren raakten de bomen minder weerbaar tegen de kevers die de bast kapot knaagden. Water en voedsel konden daardoor niet goed naar de naalden worden getransporteerd. Schram: „Dat overleven de bomen niet. Kijk, daar ligt een stapel dode, omgezaagde fijnsparren langs de weg.”

Een buitje van 2 of 3 millimeter raakt de grond niet eens omdat het onderschept wordt door de dikke naaldenkroon

Emiel Brouwer bioloog

En dus verandert het Leenderbos nu in een ‘toekomstbos’: een klimaatbestendig bos met bomen die – zo is de hoop – ook bij toenemende droogte fier overeind blijven. Dit voorjaar zijn in het gebied ruim 100.000 bomen bijgeplant. Ruim dertig soorten, vooral loofbomen: zowel ‘traditionele’ bomen als zomereik, maar ook soorten als kers, haagbeuk en winterlinde, die je hier van nature niet verwacht.

Loofbomen zijn gunstig in geval van droogte omdat ze minder verdamping veroorzaken, zegt bioloog Emiel Brouwer van het Nijmeegse ecologische adviesbureau B-ware. Hij was betrokken bij onderzoek naar de waterhuishouding in het gebied. „Groenblijvend naaldhout trekt extra veel water uit de grond, want er vindt het hele jaar door verdamping plaats. Een buitje van 2 of 3 millimeter raakt de grond niet eens omdat het onderschept wordt door de dikke naaldenkroon. Een loofbos is in de winter kaal, dus dan bereikt de neerslag wel de bodem, en kan de grondwaterstand worden aangevuld.” Ook verhogen loofbomen de biodiversiteit.

Knabbelende reeën

Schram loopt op een groepje jonge lindebomen af: elk boompje veilig omheind door een koker van lichtdoorlatend plastic. „Dat houdt knabbelende reeën op afstand, en laat tegelijkertijd voldoende zonlicht door.” Na een jaar of zes kunnen de plastic hulzen weg. „Verder doen we er niets aan – we hebben ze alleen water gegeven in het jaar van aanplanten.”

Deze bomen zijn al begin 2019 aangeplant, als onderdeel van een pilotproject met 1.800 bomen van elf verschillende soorten. „De komende jaren zullen we kijken hoeveel procent van de bomen het overleeft, en welke soorten goed gedijen”, zegt onderzoeker Bas Lerink, die vanuit Wageningen Environmental Research bij het project betrokken is. „Dan moet je vooral denken aan bomen die zich beter herstellen na droogte, en die langer doorgaan met groeien bij watertekort. Want bomen moeten blijven groeien om in leven te blijven: zo maken ze nieuwe houtvaten aan, die essentieel zijn voor het transport van water en voedingsstoffen. En hoe meer bomen er in leven blijven, des te meer CO2 er wordt vastgelegd.”

Klimaatbossen worden op meerdere plekken in Nederland aangelegd, maar niet alle boomsoorten slaan even goed aan, zegt Brouwer. „Op een bodem van vijf meter arm, droog zand – zoals op de Veluwe – redden vooral bomen van voedselrijkere bodems het vaak niet. Maar in een gebied als dit verwacht je leemlagen in de bodem, en dat zorgt ervoor dat er voldoende voedingsstoffen zijn.” Voordeel is ook dat de licht glooiende dekzandrug waarop we staan ligt ingeklemd tussen twee beekdalen: de Strijper Aa en de Tongelreep. Daardoor is het gebied plaatselijk vochtig.

Blauwe beekjuffers

Ironisch genoeg werd in het Leenderbos in het verleden juist naar verdroging in plaats van vernatting gestreefd, zegt Stram, terwijl we een heideveld doorkruisen. Hij blijft staan bij een rechte sloot. Een groene kikker kwaakt, blauwe beekjuffers scheren over het water. „Tot vijftien jaar geleden stond dit hele veld vol douglassparren. En douglas heeft droge grond nodig, dus werden er treksloten gegraven om het water zo gauw mogelijk af te voeren.”

Naast de aanplant van nieuw bos is het dus ook nodig om de beken droogtebestendiger te maken, zegt Brouwer. „Bijvoorbeeld door stuwen aan te brengen, zodat het water langer blijft staan. Ook willen we de beken laten meanderen, en minder diep maken. Allemaal om de waterstand omhoog te krijgen.”

Vernatten is nog niet zo eenvoudig als het klinkt, benadrukt hij. „Beekwater bevat vaak te veel stikstof, met als gevolg dat je vegetatie verruigt en de waterplanten in vennen worden vervangen door algen. Voor vochtige heide heb je juist schrale, voedselarme omstandigheden nodig.”

Een ander probleem is dat vochtminnende vegetatie zich bij droogte terugtrekt in de laagstgelegen delen in het landschap, zo dicht mogelijk op het nog aanwezige grondwater. „Maar juist die lage delen hogen we op, in een poging de algehele grondwaterstand in het gebied omhoog te brengen. Daarmee verdwijnen dan dus de zeldzame planten.”

De kunst is om niet te rigoureus en te snel in te grijpen, zegt hij. „Doe het geleidelijk. Blijf streven naar gradiënten in het landschap. Behoud het reliëf.” Hij bukt, en wijst naar een stuk met geoord veenmos en klein zonnedauw. „Zodat mooie soorten als deze niet ten ondergaan aan droogtestress.”