GGD’s moeten elkaar nu te hulp schieten

Capaciteitsproblemen Uitslagen van coronatesten laten op zich wachten. In Amsterdam en Rotterdam is de grens bereikt. Is de GGD er wel op toegerust om de stuwende kracht te zijn in de bestrijding van het coronavirus?

Een bezoeker vult haar contactgegevens in bijbezoek aan een koffiebar.
Een bezoeker vult haar contactgegevens in bijbezoek aan een koffiebar. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Achtenveertig uur na zijn coronatest belde Sebastiaan Diepeveen (25) GGD Haaglanden. Heb geduld, zeiden ze. Daarna belde hij toen hij zag dat hij op ‘no show’ stond. Toen verdween ‘no show’ en moest hij weer geduld hebben. En toen hij vier dagen na de test voor de vijfde keer belde, zeiden ze dat hij de test opnieuw moest doen. „Ik ben nogal boos”, zegt hij bijna een week na de eerste test, wachtend op de uitslag van de nieuwe. „Onze overheid vraagt heel veel van ons. Begrijpelijk, maar dan mag je verwachten dat ze hun zaken zelf op orde hebben.” Sommige van zijn vrienden, die zelf geen klachten hadden, zijn met de quarantaine gestopt, omdat ze het „niet te doen” vonden zolang uit voorzorg thuis te blijven.

Meer mensen hebben last van lange wachttijden voor de uitslag van hun test of de test zelf. In Amsterdam en Rotterdam, waar veel besmettingen zijn, is er te weinig personeel om het bron-en contactonderzoek uit te voeren. GGD’s uit andere regio’s springen daarom bij, laat GGD-vereniging GHOR aan NRC weten. Vorige week is bij 30 procent van de besmettingen geen bron- en contactonderzoek uitgevoerd, zei RIVM-directeur Jaap van Dissel dinsdag in de Tweede Kamer. Terwijl GGD’s eind mei nog zeiden klaar te zijn voor „uitgebreid bron- en contactonderzoek”. „Opschalen als het erger wordt, kan nu makkelijk”, zei Christian Hoebe, hoofd infectiebestrijding van de GGD Zuid-Limburg een maandlater in NRC.

Inmiddels rijst de vraag: zijn deze regionale gezondheidsdiensten er wel op toegerust om de stuwende kracht te zijn in de coronabestrijding? „Perfectie bestaat niet in een crisis”, zegt Arjen Boin, crisisexpert en hoogleraar aan de Universiteit Leiden. „In het begin waren de GGD’s een beetje overvallen door hun taak; het coronavirus kwam zó snel en ze hadden al hun andere taken. Maar de laatste maanden is er veel werk verricht, in zekere zin succesvol. Zo is het beeld van de haarden veel scherper.”

Landelijk georganiseerd

De vraag of zo’n belangrijk taak in een crisis niet beter landelijk georganiseerd moet worden, zoals bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid of het ministerie van VWS, vindt Boin wel relevant. „Maar die moet je niet midden in een crisis stellen. Ga je verbouwen als het regent, dan wordt alles nat.”

De scenario’s gingen uit van 30.000 testen per dag in de zomer, oplopend naar 70.000 in het najaar. Dat komt, met een vindpercentage van 2 procent, uit op ongeveer 600 positief getesten per dag. Landelijk gezien klopt dat, zegt Paul van der Velpen, directeur van GGD Gelderland Midden. „Maar in Rotterdam is het vindpercentage bijna 10 procent en in Bergen op Zoom ruim 14 procent. Oftewel: je kunt landelijk wel genoeg capaciteit hebben, maar je weet van tevoren niet waar de brandhaarden ontstaan.”

GGD’s schieten elkaar daarom te hulp. Ze zijn bovendien vanaf begin mei aan het opschalen. Daarvoor wordt veel nieuw personeel geworven. Van Velpen: „ Dat moet worden geschoold door ervaren artsen of verpleegkundigen. En die heb je er niet zomaar even bij.” Tel daarbij op dat mensen sinds 1 juli met veel meer mensen nauw contact hebben en op meer locaties komen. Dat maakt het vinden van de bron van de besmetting lastiger. Bovendien wordt informatie niet altijd makkelijk verstrekt, zeker niet als het om een illegaal feest gaat. „Jongeren zien dat soms als ‘anderen erbij lappen’”, aldus Van Velpen.

Lees ook: Bellen, elektronische polsbandjes of verplicht hotelverblijf. Zo houden overheden toezicht op de quarantaine

Al deze zaken maken het bron- en contactonderzoek complex. Maar GGD’s zijn ook kwetsbaar, zegt Roel Coutinho, die in 1977 hoofd van de afdeling volksgezondheid van de GGD Amsterdam werd en daar van 2000 tot 2005 directeur was. „Het zijn gemeentelijke organisaties, afhankelijk van de steun uit de lokale politiek.” Dat betekent: veel discussies met wethouders, en dat is extra lastig als een GGD veel verschillende gemeenten bedient. Het leidt tot grote verschillen in de kwaliteit van GGD’s. Over het algemeen geldt dat lokale problemen met de volksgezondheid helpen om de noodzaak van de dienst politiek uit te leggen, zegt Coutinho. Brabant bijvoorbeeld kampte met Q-Koorts, Amsterdam met aids en drugsproblematiek. „Hoe meer problemen, hoe meer politieke steun, hoe meer kwaliteit. Want als er problemen zijn, is het leuker om ergens te werken.”

Voor de kwaliteit helpt het niet dat de GGD onderaan de hiërarchie staat van geneeskundige beroepen. „Volksgezondheid staat niet hoog aangeschreven, zegt Coutinho. „Dat sijpelt door in de kwaliteit van de mensen en het zelfvertrouwen waarmee ze werken.” Dat is ook een probleem omdat de GGD een belangrijkere rol heeft gekregen, bijvoorbeeld ten opzichte van ziekenhuizen. „Dat stuit daar op weerstand: hoezo bemoeit de GGD zich ermee?” Er zijn in de loop der jaren wel maatregelen genomen om het niveau te verhogen.

Sebastiaan Diepeveen kreeg na bijna een week zijn testuitslag: negatief.