Recensie

Recensie Film

Enigmatische pyromaan versus duistere natuurkrachten

Arthouse Het mysterieuze ‘Fire Will Come’ gaat over een pyromaan, maar eigenlijk over mannelijkheid en vernietiging.

Het mystieke ‘O que arde’ (Fire Will Come) is gesitueerd in Galicië, de regio die ooit als een uiteinde van de wereld werd beschouwd.
Het mystieke ‘O que arde’ (Fire Will Come) is gesitueerd in Galicië, de regio die ooit als een uiteinde van de wereld werd beschouwd.

Soms is de titel van een film het hele verhaal. Vuur gaat komen, zoveel is zeker in de derde film van de Franse, aan de beroemde Pompeu Fabra-filmschool in Barcelona opgeleide regisseur Oliver Laxe (1982). Je verwacht het tijdens de regen die de hele film klam en koud maakt. Je voelt het tijdens de nachtelijke proloog in een diepduister bos. Elektrisch lamplicht danst op de mist. Een verre schorre vogel kondigt onheil aan. Het groen golft en vervormt. En dan beginnen één voor één de bomen te vallen. Ver tussen die kaarsrechte stammen stuiten we op een oerboom. Majestueus. Niet van plan te wijken. Het licht dooft.

Laxe situeerde het mystieke en immersieve O que arde (Fire Will Come) in Galicië, de noordwestelijke Spaanse regio die ooit als een uiteinde van de wereld werd beschouwd en waar ook bedevaartsoord Santiago de Compostella zich bevindt.

Maar hoofdpersoon Amador keert terug van een heel ander soort pelgrimage. Hij heeft gevangengezeten wegens brandstichting en hoewel het karige script het hoe en waarom naar de randen van het verhaal verbant, zien zijn dorpsgenoten hem liever gaan dan komen. Terwijl hij zijn moeder helpt hun kleine stukje land te onderhouden, zich om de koeien bekommert, zijn zwerftochten in steeds grotere cirkels uitbreidt, wordt zijn raadsel almaar groter. Wat smeult er in deze introverte, enigmatische man? Wat schuilt er echt in zijn tirades tegen de snelgroeiende uitheemse eucalyptusbomen?

Net als onder de gelooide huid van Amador broeit er ook in Fire Will Come van alles wat zorgvuldig verstopt blijft onder het mysterieuze minimalisme van de film. Behalve een karakterstudie, of beter: een portret van de amateuracteur Amador Arias, is de film evenzeer een studie van mannelijkheid, van vernietiging. En een kampvuurverhaal over de duistere kracht van de natuur, een ecologische fabel.

Die rijkdom en diepte van het verhaal zijn des te opmerkelijker als je je bedenkt dat Fire Will Come grotendeels een soort docudrama is, een hybride tussen observerende cinema en het fantastische. Niet alleen werd de film grotendeels met locals opgenomen, ook hadden Laxe en zijn crew het geduld of het geluk dat ze tijdens twee zomers draaien een echte bosbrand konden filmen. Blushelikopters cirkelen dan als buitenaardse insecten boven een apocalyptisch landschap.