Aantal faillissementen is niet gestegen, maar gedaald. Hoe kan dat?

Coronacrisis en faillissementen Het land was in lockdown en de economie krimpt fors. Toch daalde het aantal faillissementen. Hoe verklaren curatoren dat?

Winkel van Miss Etam in Leeuwarden. Moederbedrijf FNG heeft faillissement aangevraagd.
Winkel van Miss Etam in Leeuwarden. Moederbedrijf FNG heeft faillissement aangevraagd. Foto Vincent Jannink/ANP

„We zien de gevolgen wel om ons heen, maar de coronacrisis drukt zich nog niet uit in het aantal faillissementen”, constateert de Groningse curator Peter Fousert. „Al verwacht eigenlijk iedereen dat er sprake is van stilte voor de storm.”

Curatoren worden door de rechtbank aangesteld om faillissementen af te wikkelen. En van faillissementen zijn er de laatste tijd opvallend weinig. In tegenstelling tot wat verwacht werd gezien de lockdown en economische horrorscenario’s (de economie krimpt dit jaar naar verwachting met 7 procent), ligt het aantal faillissementen tot nog toe opvallend laag. En die situatie is stabiel.

Het aantal bedrijven dat omviel, daalde in mei en juni zelfs. Alleen april vertoonde een kleine piek: toen registreerde het CBS 335 faillissementen, ongeveer evenveel als afgelopen december. Donderdag presenteert het CBS de nieuwste faillissementscijfers. Geen van de curatoren die NRC raadpleegde verwacht een forse stijging.

Liquiditeitsprobleem

Maar dat wil niet zeggen dat het bedrijfsleven er crescendo voorstaat, integendeel. „Heel veel bedrijven zijn met hun laatste strohalm bezig”, ziet curator Philippe Schol uit Enschede. De analyse van zijn Maastrichtse confrère Ad van Bergen is vergelijkbaar. Hij verwacht vanaf september of oktober flink meer faillissementen als de tweede ronde noodsteun van de overheid is uitgewerkt. „Dat kan haast niet anders.”

Lees ook: ‘De economie is nu verdoofd, maar wat komt daarna?

Veel bedrijven zijn met hun laatste strohalm bezig

Philippe Schol curator

Een faillissement is een gevolg van een gebrek aan liquiditeit van een bedrijf waardoor het niet meer aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen. De afgelopen periode zijn er verschillende maatregelen genomen die zorgden dat bedrijven (net) niet in liquiditeitsproblemen kwamen. Via de NOW-regeling nam de overheid tot 90 procent van de loonkosten van bedrijven voor haar rekening, de Belastingdienst verleende uitstel van betaling en banken schortten aflossingen op. Ook verschillende grote brouwers en vastgoedbazen verleenden hun klanten in bijvoorbeeld de horeca en retailsector uitstel van betaling.

Maar op de NOW-regeling na, zijn dat allemaal geen kwijtscheldingen of giften. „Uiteindelijk zal er toch betaald moeten worden”, zegt Schol. „Het moet uit de lengte of de breedte komen. De banken, verhuurders en grotere leveranciers die uitstel van betaling verlenen, kunnen dat zelf ook niet eeuwig volhouden.”

Een cruciale vraag is dan ook hoelang zij uitstel van betaling kunnen en willen blijven verlenen, zegt de Rotterdamse curator Maria Bowmer. Zij hebben immers ook verplichtingen. „Er zitten allerlei schakels aan elkaar. Het faillissement van de een, kan ook dat van een ander veroorzaken.” Bowmer wijst erop dat het – ook los van de coronasteun – niet raar is dat het aantal faillissementen op zich laat wachten. Zij lopen per definitie enigszins achter de conjunctuur aan. „Bij de vorige crisis begonnen de grote klappen pas te vallen na een aantal maanden.”

Probleemsectoren

In mei en juni gingen de meeste bedrijven failliet in de handel en horeca, zo blijkt uit CBS-cijfers. Fousert ziet ook in het noorden van het land terug dat juist bedrijven in deze sectoren het zwaar hebben. De curator constateert dat de coronacrisis vooralsnog, anders is dan een ‘normale crisis’ zoals in 2008. „Die crisis raakte iedereen, nu zie je dat specifieke sectoren zoals de horeca geraakt worden.”

Schol ziet in het oosten van het land dat met name de evenementensector, horeca en detailhandel („er wordt meer online en minder in de winkel gekocht”) het zwaar hebben. „In feite is de overheidssteun nu de enige dobber waar de boel nog op drijft.”

Van Bergen vreest in het zuiden voor „horeca, theater: eigenlijk alles waar mensen samen mogen komen”. Veel hangt volgens hem af van hoe ondernemers uit de zomervakantie komen. Hij vermoedt dat ondernemers, gebruikmakend van de noodsteun van de overheid, ervoor kozen om de zomerperiode af te wachten en nog niet de stekker uit hun bedrijf te trekken. „De zomerperiode brak aan en er was het positieve gevoel dat alles weer open mocht. Ik denk dat veel ondernemers ervoor hebben gekozen om na de vakantie te kijken hoe ze er voor staan.”

Lees ook dit opiniestuk van hoogleraar Van Wijnbergen: ‘Voorkom eerst faillissementen, stimuleer daarna de bestedingen