Opinie

Wende Snijders is beter dan ‘Ruim voldoende’

Cultuur verbaast zich over de beoordeling van subsidieaanvragen door het Fonds Podiumkunsten. Is de commissie een zangcoach geworden? Is dit The Voice of Holland?

Scène uit ‘Merkel’ van theatergroep Nineties Producties. Foto Julian Maiwald
Scène uit ‘Merkel’ van theatergroep Nineties Producties. Foto Julian Maiwald

Het Fonds Podiumkunsten maakte vorige week de toekenningen bekend voor de vierjarige projectsubsidies. Het was een slagveld. Een verrassing is dat niet in een land dat al tien jaar in staat van permanente kunst- en cultuurhaat verkeert. Schokkender is dat die teneur nu duidelijk ook stem heeft gekregen binnen het Fonds zelf.

Laat ik beginnen alle makers te feliciteren met hun toezeggingen. Velen van hen maken met bloed, zweet en tranen prachtige, eigenzinnige dingen. Laat ik er voor de duidelijkheid ook maar even bij zeggen dat ik me als schrijver en theatermaker volledig buiten het gesubsidieerde circuit beweeg, dus ook geen enkel persoonlijk belang in deze kwestie heb.

Goed. We zagen vooral woede over het volgende: veel groepen kregen wel een positief advies, maar geen toekenning, vanwege een gebrek aan budget. Daarmee richt de woede zich logischerwijs weer op politiek Den-Haag, waar de kunsten al jaren liefdeloos worden uitgehold. Maar laten we toch ook maar eens even kijken naar het Fonds zelf…

Want ik stoorde me namelijk aan iets heel anders. Ik heb de adviezen van de commissies bestudeerd en moet helaas concluderen dat het paternalistische, badinerende toontje over kunst en cultuur, zeg maar precies het toontje waarmee de VVD en rechts Nederland de sector nu al tien jaar toespreken, ook is doorgedrongen tot commissieland. De pedante, belerende manier waarop makers van kritiek worden voorzien, grenst aan vernedering. Leest u even mee.

Lees ook: Veel theatergezelschappen in zwaar weer na wegvallen subsidie

Inhoud en vorm niet los te zien

Over Wende Snijders: „De commissie beoordeelt de artistieke kwaliteit van het werk van de maker(s) als ruim voldoende”. Ja, dat mag ik in godsnaam toch wel hopen, dat een theatercommissie het werk van een van Nederlands’ beste performers en meest oorspronkelijke makers op z’n minst als ruim voldoende beoordeelt. En dan nog, een Ruim Voldoende voor de artistieke kwaliteit van Wende Snijders?! Alsof je opschrijft dat ene Erwin Olaf best aardige foto’s maakt of dat Carice van Houten een veelbelovende actrice is.

Bij het jonge, vernieuwende gezelschap CLUB GEWALT, dat positief werd beoordeeld, maar geen geld krijgt, prijst de commissie eerst de vorm. Om vervolgens dit te schrijven: „Op basis van de aanvraag verwacht de commissie geen bijzondere betekenis op inhoud, omdat het werk van Club Gewalt geen aanbod betreft dat inhoudelijk verder weinig te zien is op de Nederlandse podia”. Het onderscheid maken tussen inhoud en vorm is op zichzelf al krankzinnig. Vorm is inhoud en andersom. Of zeggen we ook dat Pulp Fiction geen inhoudelijke kunst is omdat het vooral vorm is, maar inhoudelijk verwaarloosbaar, omdat er al zoveel misdaadfilms zijn? Natuurlijk niet. Daarbij hebben we het hier over een gezelschap waarover The New York Times recent schreef: „Their work looks like nothing else on the European stage, and with any luck, an international career beckons.” Suggereren dat zo’n gezelschap niets bijdraagt aan inhoudelijke vernieuwing is aanmatigend en genant.

Bij het negatieve advies voor De Eef Van Breen Groep, lezen we dit zinnetje: „De commissie is ook kritisch over de vocalen van Eef van Breen. Zij vindt bijvoorbeeld dat hij in het hoog geforceerd klinkt”. Oké, is de commissie nu ook zangcoach geworden? Is dit The Voice of Holland?

Het hele idee van iets creëren

Over Nineties Productions, een van de meest vernieuwende gezelschappen van de laatste tien jaar: „Op grond van de matig uitgewerkte projectplannen is de commissie er niet van overtuigd dat de beschreven producties over voldoende zeggingskracht zullen beschikken”. Wat een waanzin, de aanname dat je überhaupt vooraf, op basis van een aanvraag, al zou kunnen bepalen of een kunstwerk over voldoende zeggingskracht zal beschikken. Het hele idee van iets creëren lijkt me dat je wat op het spel zet en dat het dus ook faliekant kan mislukken. Als de commissie op basis van de aanvraag al helemaal overtuigd zou zijn dat een productie voldoende zeggingskracht zou hebben, dan zou die hele productie niet eens meer te hoeven worden gemaakt. Dan kun je net zo goed de aanvraag laten voorlezen op het podium. Nineties Producties heeft de laatste jaren bovendien iets gedaan wat bijna niemand lukt. Ze hebben werkelijk hordes jonge mensen naar het theater gekregen. Ze hebben een stampvolle Alpha-tent op Lowlands uit zijn dak laten gaan. Ze hebben gedaan wat zovelen tevergeefs beloofden: ze zijn uit hun eenkennige bubbel gestapt en hebben het theater naar een nieuw publiek gebracht. Blijkbaar is zelfs dat niet genoeg.

Dezelfde kortzichtigheid vinden we terug in het advies voor de gerenommeerde groep Orkater: „Zo mist de commissie bij het multidisciplinaire kunstproject ‘De Vreemdeling’ een beschrijving van de vormgeving of een dramatische lijn”. Oké, men wil dus nu al de complete invulling van de vormgeving en dramatische lijn weten van elke productie die tussen nu en 2024 (!) wordt opgevoerd. Zie hier het failliet van het aartsconservatieve denken in theaterland. De dood aan de verbeelding.

Wat staat hier?

De adviezen worden bovendien gelardeerd met heel veel holle frasen. Over Orkater: „Ook ‘Julius Caesar’, hoewel vakmatig geslaagd in zijn grootse opzet, had volgens de commissie niet voldoende impact op het publiek door een gebrek aan inhoudelijkheid in het gebruik van de taalkunst van Shakespeare”. Wat stáát hier nu eigenlijk? ‘Een gebrek aan inhoudelijkheid in het gebruik van de taalkunst van Shakespeare’: dat betekent precies helemaal niets.

De commissieleden bedoelen het vast goed en ze hebben ongetwijfeld veel liefde voor theater, maar een ding wordt glashelder: ook zij voelen zich door het huidige klimaat genoodzaakt om mee te gaan in het denken over kunst als iets meetbaars. Bovendien lijkt er extreem weinig mogelijk voor juist de echte vernieuwers, wat nog iets anders pijnlijk blootlegt: het schrijven van aanvragen is kennelijk het echte vak dat je moet beheersen. Precies dát kunnen opschrijven wat de commissie wil horen, op exact de hermetische manier waarmee alle modieuze eisen kunnen worden afgevinkt.

Ja, de weg voorwaarts is: bij de volgende verkiezingen stemmen op partijen die eindelijk weer in kunst en cultuur gaan investeren. Maar het is ook: keihard afrekenen met de giftige, infantiele manier waarop we blijkbaar naar kunst zijn gaan kijken in de eigen sector.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.