Opinie

Vaderfiguur

Lotfi El Hamidi

In een scène uit de film Fences, gebaseerd op een bekroond toneelstuk van August Wilson, zien we een confrontatie tussen Troy (Denzel Washington) en zijn tienerzoon. Vlak nadat weer een stukje jongensdroom vakkundig door de ouder in de kiem wordt gesmoord, vraagt de zoon aan zijn ongevoelige vader waarom hij hem nooit heeft gemogen. De arme jongen, die slechts verlangt naar een schouderklopje, naar bevestiging, krijgt een donderpreek waarin hem duidelijk gemaakt wordt wat de kerntaak van de man is. Een man zorgt voor zijn kinderen, niet omdat hij ze mag, maar omdat het nou eenmaal zijn verantwoordelijkheid is.

Is Troy het archetype (en de ideale) man van psychiater Frank Koerselman? Afgaande op het merkwaardige zomeravondgesprek met Peter Buwalda in NRC afgelopen zaterdag, waarin Koerselman niet alleen een roman van Buwalda aan Buwalda probeerde uitleggen, maar ook verder voortborduurde op zijn pamflet Ontvadering, lijkt het er wel op.

Koerselman hekelt de afbraak van de ‘mannelijke autoriteit’ en meent dat „de volgende generatie mannen, de jonge mannen, er niks van bakt. Het zijn slappelingen”. In Buwalda’s roman Bonita Avenue leest Koerselman een bevestiging van zijn idee dat de „sterke mannen” in onze samenleving „onderuit [worden] geschoffeld”.

Wat let een man om man te zijn? Het gaat er bij Koerselman niet om of een man zijn eigen kapotte gootsteen kan repareren of niet. Het gaat hem om de maatschappelijke rolverdeling, de positie van de man ten opzichte van het andere geslacht. Het streven naar gelijkwaardigheid is ten koste gegaan van de man, of om met Koerselman te spreken, „de biologische behoefte van mannen om vrouwen te beschermen”.

Nu zullen weinig mensen het belang van een aanwezige en betrokken vader in een gezin betwisten. In de buurt waar ik vandaan kom, waren er zat kinderen van wie de vader niet in beeld was – voor sommigen pakte dat verkeerd uit. Maar erger dan de afwezige vader was misschien wel de autoritaire man, die niet alleen op zondag het vlees kwam snijden maar ook zijn gezin tiranniseerde. Dan kan Koerselman nog zeggen dat dat niet onder zijn begrip van ‘beschermen’ valt, maar dat is slechts semantiek.

De angst voor maatschappelijke verandering heeft weinig te maken met jezelf ‘vermannen’. De tragiek van wat tegenwoordig ‘giftige mannelijkheid’ wordt genoemd (volgens de Franse schrijver Édouard Louis een pleonasme) is dat de macho’s vaak zelf treurige figuren zijn die een verstoorde relatie met hun vader hadden. De onverwerkte trauma’s zorgen voor een misplaatst begrip van wat een ‘echte’ man is.

De ‘sterke mannen’ schoffelen zichzelf onderuit.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.