Recensie

Recensie Muziek

Muzikale roadtrip door de polder met Goethe als leidraad

Klassiek Het werk van de dichter Goethe is een inspiratiebron die eeuwig mee kan, bewijzen musici tijdens het Festival Via Musica. Door hem geïnspireerde noten weerklonken door de Flevopolder.

Karin Strobos tijdens het ‘Festival Via Musica’.
Karin Strobos tijdens het ‘Festival Via Musica’. Gerda Roelofs

„Iedereen hoort alleen wat hij begrijpt”, schreef de Duitse dichter Johann Wolfgang von Goethe. Of dit bevrijdende inzicht van de literaire reus zich uitstrekte tot de muziek is niet duidelijk, maar hij hield van de klankkunst. Componisten en musici op hun beurt verafgoden hem. En daarom koos het Festival Via Musica Goethe tot leidraad: de door hem geïnspireerde noten weerklonken dezer dagen over het vlakke polderland, van Emmeloord tot Almere.

Zo stelde dramaturg Klaus Bertisch een prachtige voorstelling samen rond Goethes vrouwen – die uit zijn literatuur welteverstaan – voor mezzo Karin Strobos en pianist Ernst Munneke. Een bos rozen en een verhuisdoos met wat kledingstukken en rekwisieten volstaan voor het verhaal van een vrouw die zichzelf zoekt.

Strobos zuigt het publiek elke paar minuten mee in een gedaanteverwisseling, of het nu de vrome en verlaten Gretchen is uit Faust, de dappere maar ook angstige Klärchen uit Egmont, of de wrede en gewetenloze titelheld uit het gedicht De rattenvanger – feitelijk een man, maar who cares.

Lees ook: Loepzuivere Strobos in Last Summernights

Vergezicht

Bertisch’ aanpak verrijkt het traditioneel statische liedrecital, waarin gevoelens vrijwel uitsluitend met de stem worden opgeroepen. Strobos daarentegen krijgt de kans om de personages uit de liederen daadwerkelijk uit te beelden, met het ‘Wanderers Nachtlied’ (Über allen Gipfeln) – getoonzet door Liszt, Medtner, Ives en Schumann – viermaal als een meditatief refrein: een vergezicht waar de mens rust kan vinden in en bij zichzelf. In de paar korte discussies tussen Strobos en Munneke schemert Goethes filosofie door dat het theater – en kunst in het algemeen – ons helpt onze ziel te ontdekken.

Enkele uren voor het optreden van Strobos en Munneke liet een weergaloze Tobias Borsboom op de vleugel horen dat het gedachtegoed van Goethe ook bestaat zonder woorden. Hij nam de luisteraars mee op een muzikale roadtrip: imaginaire landschappen en anekdotes kwamen langs. Zoals meestervertellers eigen riep Borsboom de ware spanning op door het jongleren met sprekende stiltes. Want daar schuilt een wezenlijk deel van de magie.

Zo kwamen alle personages tot leven in Liszts instrumentale bewerking van Schuberts lied ‘Erlkönig’: in het zadel boven roffelde paardenhoeven spoedt een vader zich naar een dokter met een doodzieke en bange zoon, die in zijn koortsdromen belaagd wordt door de elfenkoning. Ze vloeiden allemaal uit de vingers van Borsboom. Hoe het gebeurt, hoe dat kan, is deels een mysterie. Of zoals Goethe het treffend formuleerde: „Men moet van de grondstelling uitgaan, dat weten en geloven er niet zijn om elkaar uit te sluiten, maar om elkaar aan te vullen.”