Kees Verhoeven (D66): ‘Liever zorgvuldig dan zichtbaar’

Weg van het Binnenhof Kees Verhoeven (D66) kwam tien jaar geleden als nieuw Kamerlid wekelijks met een plan. Die bewijsdrang maakte plaats voor de wens iets te agenderen: digitalisering.

Kees Verhoeven had bij zijn entree in de Kamer geen politieke ervaring.
Kees Verhoeven had bij zijn entree in de Kamer geen politieke ervaring. Foto Martijn Beekman/ANP

Tien jaar Kamerlidmaatschap, dat is in het geval van D66’er Kees Verhoeven uit te drukken in 258 Kamervragen, 195 moties, 166 amendementen en 5 wetsvoorstellen.

En, voegt hij daaraan toe, „in vijf verkiezingscampagnes die ik heb geleid, de twee referenda waarbij ik betrokken was, de twee onderzoekscommissies waarin ik zat, in de jaren in de oppositie onder Rutte I, de constructieve oppositie tijdens Rutte II en daarna de coalitie in Rutte III”. Dus ja, zegt Verhoeven, „ik heb wel het gevoel dat ik alles gedaan heb als Kamerlid”. Daarom keert hij niet terug op de kandidatenlijst van D66. Verhoeven heeft alles gezien, alles gedaan en, denkt hij, „als ik doorga, zal ik waarschijnlijk meer van hetzelfde moeten doen”.

Onopgemerkt bleef het niet. Drie van zijn wetsvoorstellen werden aangenomen, twee zijn nog in behandeling. Mede door de inzet van Verhoeven moeten websites bezoekers de keuze geven of ze hun cookies willen aanzetten. Verhoeven was het gezicht van het vóór-kamp bij het Oekraïne-referendum in 2016, voerde later onuitputtelijk campagne vóór de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Hij was het gezicht van D66 in debatten over Europa en de laatste jaren digitalisering – dat leverde hem twee keer de prijs ‘IT-politicus van het jaar op.

Terwijl hij tien jaar terug als grote onbekende in de Kamer kwam. „Met de hakken over de sloot. Toenmalig partijleider Alexander Pechtold noemde me daarom grappend ‘de restzetel’”, blikt Verhoeven terug. „Ik kreeg daarom ook de restportefeuille, met onderwerpen die andere Kamerleden niet wilden: wonen, infrastructuur en mkb en ondernemerschap”. Politieke ervaring had hij niet, D66 had hem weggeplukt bij de Amsterdamse afdeling van ondernemersvereniging MKB-Nederland.

Ach, hij was soms naïef, denkt Verhoeven terugkijkend. In Amsterdam lukte het hem om als MKB-directeur onderwerpen op de politieke agenda te krijgen, dat moest als Kamerlid in Den Haag dus ook vast lukken, dacht hij. De eerste jaren had Verhoeven daarom „elke week wel een plan over wegen, wonen of de treinen. Maar ik kreeg weinig gedaan.”

Tussen droom en daad staan wetgevingsprocessen in de weg, en politieke belangen. En toen hij wel wat bereikte, bleek de uitvoering weerbarstiger dan gedacht. Zo ging het bijvoorbeeld met de afschaffing van de heffing die de Kamer van Koophandel (KvK) hief bij ondernemers – „die waren erg boos over die heffing”. De afschaffing leverde de KvK zulke financiële problemen op, dat de overheid jaarlijks voor meer dan 100 miljoen euro moest bijspringen.

„De KvK werd daarmee ongewild een verlengstuk van de overheid”, zegt Verhoeven nu. Dat was ontnuchterend, merkte hij: „De politiek kan ingrijpen, maar dan moet het wel goed.”

Kees Verhoeven in gesprek met Michiel van Nispen (SP) tijdens een debat in de Tweede Kamer. Foto Phil Nijhuis/ANP

Kamerleden zouden dan ook soms wel wat minder daadkracht kunnen tonen, en wat zorgvuldiger moeten werken, vindt hij. „Van Kamerleden wordt nu veel meer dan tien jaar geleden verwacht dat ze op een zichtbare manier resultaten boeken.” Ja: óók in zijn eigen fractie merkte hij dat. Sociale media zwengelen de onderlinge concurrentie verder aan. Wie niet zichtbaar is, dreigt niet herkozen te worden. „Daardoor is de neiging bij veel Kamerleden om vooral daadkracht uit te willen stralen. Maar er zijn uitstekende Kamerleden die veel gedaan krijgen en toch onbekend zijn. Tegen nieuwe en zittende Kamerleden wil ik zeggen: zorgvuldigheid is belangrijk. Je kunt beter goed werk leveren dan daadkrachtig overkomen.”

Scherp debat

Hij was zelf ook zo gretig hoor, zegt hij. De eerste jaren zeker. „Ik vond het mooi om een scherp debat te winnen. En nog steeds vind ik debatteren leuk, om het weer aan de stok te krijgen met SP-Kamerlid Renske Leijten. Maar ik heb meer rust en relativeringsvermogen gekregen. Ik denk meer: hoe kunnen we het zo doen dat iedereen ermee door kan? Want we moeten in de Kamer uiteindelijk door één deur, de regering controleren en zorgen dat het land goed bestuurd wordt. Dat lukt niet als we alleen schreeuwen.”

Misschien komt die kentering ook omdat hij nu zélf met compromissen moet leren leven, als Kamerlid van een coalitiepartij. Zeven jaar zat Verhoeven in de oppositie, sinds 2017 regeert D66 mee. Wat er veranderde, is dat hij continu in overleg moest met de drie coalitiepartners.

Foto Bart Maat/ANP

Rond het moment dat D66 ging regeren, besloot Verhoeven dat het zijn laatste periode als Kamerlid zou worden. En dat hij zich die laatste jaren meer met de inhoud wilde bezighouden. „Ik deed de campagnes, was vice-fractievoorzitter, deed personeelsbeleid, de grote debatten, de referenda, ik was steeds zichtbaar, maar realiseerde me dat ik alleen maar met management bezig was.”

Dat inhoudelijke onderwerp om te agenderen werd digitalisering, „dat was toen nog niet echt mediageniek”, zegt hij. „Ik heb ook gedacht aan zichtbaarheid, maar ik heb óók geagendeerd. Het is nu een groot politiek onderwerp, er is een belangrijke commissie over geweest, partijen hebben standpunten ontwikkeld. Alle cijfers over moties en Kamervragen geven me het idee dat ik actief was. Digitalisering agenderen is niet in cijfers te vatten. Maar het voelt wel als m’n grootste succes van de afgelopen tien jaar.”