Reportage

Aan stroppen in Beiroet bungelen portretten van de politieke leiders

Protesten Demonstranten gingen dit weekend in Beiroet de straat op uit woede over de dodelijke explosie. Anders dan bij protesten vorig najaar menen ze dat alleen geweld hun regering ten val kan brengen.

De woede van de demonstranten in Libanon is zo groot; ze lijken het over één ding eens: alleen geweld kan hun regering ten val brengen.
De woede van de demonstranten in Libanon is zo groot; ze lijken het over één ding eens: alleen geweld kan hun regering ten val brengen. Foto Wael Hamzeh/EPA

In een rolstoel en met een mondkapje en een Libanese vlag komt Micha Nazarian het Plein der Martelaren in Beiroet opgereden. Haar rechtervoet is verbrijzeld. Haar voorhoofd zit onder de hechtingen. Haar huis ligt in puin. Maar de jonge moeder van twee kinderen kan niet wachten om te demonstreren.

„Na de explosie hebben mijn peuters bebloede lijken moeten zien”, vertelt ze. „Ze vroegen: mama, zijn die mensen dood? Ik heb gezegd dat ze sliepen. Dat vergeef ik onze politici nooit.”

Ze is niet de enige. Tienduizenden Libanezen gingen zaterdag de straat op om te protesteren tegen de regering, die zes jaar lang 2.750 ton ammoniumnitraat in de haven van Beiroet liet liggen. De ontploffing van het explosieve materiaal kostte afgelopen dinsdag aan zeker 158 mensen het leven. Vijfduizend mensen raakten gewond. Driehonderdduizend moesten hun verwoeste huizen verlaten.

De woede is nog groter dan in oktober, toen honderdduizenden Libanezen demonstreerden tegen corruptie en wanbeleid. Sindsdien heeft de Libanese munt 80 procent van zijn waarde verloren en zonk bijna de helft van de bevolking onder de armoedegrens. Waar manifestaties in oktober veelal vreedzaam verliepen en gepaard gingen met dansfeesten, lijken de betogers het er nu over eens dat alleen geweld hun regering ten val kan brengen.

„Niets kan ons nog stoppen”, briest de 29-jarige Michelle vanonder haar gasmaker. „We zijn onze huizen en onze familieleden kwijt, we hebben niets meer te verliezen. Fuck onze politici! Ze moeten dood.” Ze stuift terug naar de frontlinie in een poging het parlement te bereiken. De betogers gooien stenen naar een groep agenten die zich schuilhoudt in een bank. Zij schieten terug met rubberkogels. Gewonden worden afgevoerd. Op straat liggen bebloede mondkapjes.

Nadine Abiaad staat op een afstandje te kijken. In oktober was ze een van de vele Libanese moeders die tussen de demonstranten en de politie in gingen staan om geweld te voorkomen. Nu kan dat niet, zegt ze – maar dat ligt volgens haar niet aan de betogers. „Deze jongeren stonden gisteren nog onze straten schoon te vegen. Ze zijn niet gewelddadig, maar dit is de enige manier om onze politici te laten luisteren.”

Vooralsnog gebeurt dat niet. Na de explosie weigerde president Michel Aoun een ziekenhuis te bezoeken of met overlevenden te spreken. Zijn schoonzoon en oud-minister van Buitenlandse Zaken Gebran Bassil reageerde met een besmuikt lachje toen een journalist hem vroeg of hij verantwoordelijk wil nemen voor de explosie. Van een internationaal onderzoek naar de ramp wil de regering niets weten.

Zolang gerechtigheid uitblijft, snakken de betogers naar wraak. Als waarschuwing zetten ze zaterdag een rij galgen neer op het Plein der Martelaren. Aan iedere strop bungelt een portret van één van Libanons politieke leiders. „Een krachtig symbool”, vindt Samar Kanafani, die een bezem met strop heeft meegebracht. „Het is tijd dat ze onze pijn voelen. We hebben al jaren een strop om de nek.”

Betogers hangen symbolisch de politieke leiders van Libanon op.

Foto Melvyn Ingleby

Nalatige opslag

Tussen de portretten hangt ook die van Hezbollah-leider Hassan Nasrallah. Vanwege de grote controle die de sjiitische militie over het havengebied uitoefent, beweren veel demonstranten dat Hezbollah verantwoordelijk zou zijn voor de nalatige opslag van explosieven. Vooralsnog zijn daarvoor geen concrete bewijzen.

Het is niet zonder risico om Nasrallah’s beeldtenis aan een strop te hangen. Veel Libanezen dichten hem een onaantastbare status toe vanwege zijn leiding aan het gewapend verzet tegen Israël. Op een paar honderd meter van het plein verschijnt zaterdag al snel een groep razende Hezbollah-aanhangers, klaar om hun leider te wreken. Een kolonne militairen moet hen bij de demonstranten weg houden.

Volgens Mohammad Srour, een 26-jarige betoger uit het door Hezbollah beheerste zuiden van Libanon, werken de aanvallen op leiders als Nasrallah averechts. „Bij ons in het zuiden zijn veel mensen net zo goed razend over de corruptie en de explosie”, vertelt hij de dag na de demonstratie door de telefoon. „Maar vanwege de acties van zaterdag schaarden velen zich weer achter hun leider.” Volgens Srour zijn veel Libanezen emotioneel te sterk verbonden met hun religieuze leiders om hen af te vallen. „In plaats van die individuen of symbolen aan te vallen, zouden we ons moeten richten op het systeem dat hen in stand houdt”, stelt hij. „Maar dat vergt samenwerking en organisatie.”

Lees ook Dit was het laatste zetje om Libanon te verlaten

Daar ligt de zwakte van de Libanese opstand. Al in oktober bleek dat het de demonstranten niet lukte hun collectieve woede om te zetten in een gestroomlijnde politieke beweging. Willen ze nu verder komen, dan moeten ze effectievere manieren vinden om verandering af te dwingen dan het gooien van stenen.

Betogers bezetten een ministerie in Beiroet.

Foto Melvyn Ingleby

In dat opzicht lijkt de bezetting van enkele ministeries zaterdag een koerswijziging. Met hulp van gepensioneerde militairen dringen demonstranten aan het eind van de middag het ministerie van Buitenlandse Zaken binnen en roepen het gebouw uit tot ‘hoofdkwartier van de revolutie’. Oud-generaal Sami Rammah staat zwetend op de trappen van het monumentale pand. „Zelfs iemand met mijn rang verdient nog maar 260 dollar per maand”, vertelt hij. „Natuurlijk staan wij aan de kant van de revolutie.”

Daarmee ziet de generaal zichzelf nog niet als revolutionaire leider. „Wij bieden graag advies, maar staan niet boven normale burgers.” Gevraagd of hij en andere gepensioneerde militairen bereid zijn de betogers te beschermen tegen de politie en het leger, schudt Rammah zijn hoofd. „Ik ga natuurlijk niet op andere soldaten schieten. Dat zijn mijn vrienden.”

De regering denkt daar anders over. Een paar uur later arriveert een stoet militaire voertuigen bij het ministerie. Soldaten rennen het gebouw in en arresteren een deel van de betogers. Anderen nemen de benen, maar worden in elkaar geslagen door militairen die hen achterna komen.

Ook elders in de stad gaat het er hard aan toe. Volgens het Libanese Rode Kruis zijn zaterdag ruim 700 demonstranten gewond geraakt, van wie 153 zijn opgenomen in het ziekenhuis. Eén officier van de ordetroepen kwam om het leven bij een incident in het Le Gray hotel, dat in brand werd gestoken.

In een poging de gemoederen te bedaren, deed premier Hassan Diab zaterdag een oproep tot vroege verkiezingen. Daarmee is het doel van de demonstranten echter nog niet bereikt. Want zolang zij er niet in slagen om een gezamenlijke politieke beweging op te richten, blijft de oude garde waarschijnlijk aan de macht.