Opinie

Ze zitten overal

Marcel van Roosmalen

Corona heeft een geest uit de fles laten ontsnappen waarvan ik wel vermoedde dat hij bestond, maar van wie je, als je hem tegenkomt, toch telkens weer schrikt. „Boe! Daar ben ik weer”, roept de geest, „ik haat de media.”

Even voor de duidelijkheid: deze mensen zitten overal en dus niet alleen in Wormer en omgeving. Ik had ze ook in Purmerend, Rheden, Amsterdam of Arnhem tegen kunnen komen, maar daar was ik de laatste tijd niet zo vaak. Misschien dat ze me in Wormer ook meer opvallen, er zitten daar ook veel verstandige mensen schijnt, alleen spreken die me niet zo vaak aan.

Laatst zei een man in de Vomar, hij laadde ondertussen een grote hoeveelheid ‘pittig gekruide kipkluifjes’ in zijn karretje, dat hij beelden had gezien van de toestand in onze ziekenhuizen tijdens de eerste golf.

„Die zie je niet op televisie. Die mogen niet worden uitgezonden.”

Hij keek me strak aan, controlerend of ik dat ook een schande vond.

Toen ik zei dat dat waarschijnlijk komt omdat ze bij de NPO het nieuws eerst checken, maakte hij een wegwerpgebaar. Ik liet hem wat tweets van Rudy Bouma, een journalist van Nieuwsuur, zien die regelmatig desinformatie weerlegt met feiten, maar dat vond hij totaal niet interessant.

De man: „Die werkt daar zelf toch ook? Ze dekken elkaar allemaal.”

Waarom sprak hij mij eigenlijk aan? „Wie moet ik dan aanspreken? Alsof hier verder ooit media komen. Die kennen het hier niet eens.”

Ik zei dat ik drie journalisten kende die in Wormer wonen.

Hij: „Maar ik ken hun niet.”

Een van mijn buren vertelde me dat corona was verzonnen door Chinezen omdat we daardoor allemaal thuis gaan winkelen.

„Zo saneren ze ons.”

Gisteren dronk ik koffie in Batavia 1894, een tot café omgebouwd pakhuis aan de Zaan.

„En?”, vroeg een onbekende, „heb je d’r nog een beetje zin in? Of vind jij alles kut?”

Ik antwoordde dat ik niet uitkeek naar de persconferentie van Rutte, dat ik bang was voor een allesontregelende tweede coronagolf.

„Niet kijken dan”, was het advies, „allemaal leugens.”

Het was niet eens de bedoeling dat ik iets terugzei.

„Dat zijn mijn feiten, ik ga daarover niet in discussie.”

Hij zei het wel heel vriendelijk.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.