Reportage

Spaanse republikeinen ruiken hun kans

Spanje Onder Spanjaarden kalft steun voor hun koningshuis af, blijkt na de aftocht, 3 augustus, van oud-koning Juan Carlos. Republikeinen zeggen extra fel: ‘Aftreden!’

De toen net aangetreden Juan Carlos met zijn gezin in 1976.
De toen net aangetreden Juan Carlos met zijn gezin in 1976. Foto AFP

‘Het Koninklijk Huis staat in zijn hemd! Leve de republiek!” De wens is de vader van deze uitroep van Manuel Ruiz Robles. De gepensioneerde kapitein van de Spaanse marine mengt zich als republikein in het debat over de toekomst van de Spaanse monarchie. Waar hij maar kan laat hij zijn stem horen.

Nu de Zwitserse en Spaanse justitie onderzoek doen naar de voormalige koning Juan Carlos I, die zij verdenken van witwassen en belastingontduiking is het volgens Ruiz Robles hoog tijd de Derde Spaanse Republiek uit te roepen. „Waarom zouden we doorgaan met een monarchie die ons niets goeds heeft gebracht?”, vraagt hij zich af aan de telefoon.

Het toch al gepolariseerde Spanje heeft er deze zomer een nieuw twistpunt bij. De poging van Juan Carlos I om met een vlucht naar het buitenland de kou uit de lucht te nemen is vooralsnog mislukt. Sterker nog; zijn mysterieuze vertrek naar een onbekende bestemming (waarvoor, zoals vrijdag bleek, een stop in Abu Dhabi nodig was), is voor de republikeinen een nieuw bewijs van zwakte. De discussie over de toekomst van het Spaanse Koninklijk Huis is met hernieuwde felheid geopend.

„Er is de voorbije decennia nooit een enig politiek draagvlak geweest voor een republiek”, stelt politicoloog Fernando Vallespín. „Maar met de komst van Podemos in de regering is dat dit jaar veranderd. Toch lijkt me dat Spanje zich in deze coronacrisis beter kan richten op andere problemen.”

Ook in de Spaanse regering zijn de meningen over het huidige staatsbestel sterk verdeeld. De socialistische premier Pedro Sánchez verdedigt de monarchie, terwijl de uiterst linkse vicepremier en Podemos-leider Pablo Iglesias zich sterk als republikein profileert. „Er staat geen instituut ter discussie, maar een persoon”, zo luidt het oordeel van Sánchez, die niets wil weten van een nationaal debat over het Koninklijk Huis.

Schlemiel van de natie

Van volksheld naar schlemiel van de natie. Zelden kelderde een statuur zo hard als bij Juan Carlos I. Nadat hij door de in 1975 overleden dictator Francisco Franco naar voren was geschoven als de koning, leidde hij het land naar de democratische transitie van 1978. Vrijwel alle historici zijn het erover eens dat de toenmalige vorst dat verrassend goed deed. Zijn populariteit piekte nadat hij op 23 februari 1981 met een ferme toespraak een coup van enkele Guardia Civil liet mislukken.

„Natuurlijk verdient Juan Carlos I zijn credits”, stelt Arnau Gonzàlez i Vilalta, docent moderne en contemporaine geschiedenis aan de Autonome Universiteit van Barcelona. „Maar hij heeft ook bijgedragen aan het verzwijgen en witwassen van de nooit vervolgde misstanden door de dictatuur.”

Voor kritische republikeinen als oud-militair Ruiz Robles staat Juan Carlos I symbool voor het nooit verwerkte verleden van de dictatuur (1939-1975). „Wat mij betreft staat Juan Carlos I niet aan de basis van onze huidige democratie. Het tegendeel zelfs. In mijn ogen vormt de oud-koning juist een smet op die basis, doordat hij een positie innam waarvoor het volk geen toestemming had gegeven”, legt Ruiz Robles uit. „Juan Carlos I had als opvolger van Franco destijds een referendum moeten houden over de vraag of Spanje als monarchie of republiek verder zou moeten gaan. Dat heeft hij nagelaten. Ik heb hem als militair meerdere malen van nabij meegemaakt. Het is een zeer aimabel man. Maar daar gaat het niet om.”

De populariteit van Juan Carlos onder alle 47 miljoen Spanjaarden was decennia lang zo groot dat zijn positie ongenaakbaar leek. Deze al dan niet terechte heldenverering uit het verleden maakt volgens politicoloog Vallespín het contrast met de rol van het koningshuis in 2020 des te groter. „De oud-koning is duidelijk een staatshoofd uit een andere tijd dan zijn zoon Felipe VI. Hij heeft veel bewerkstelligd. Maar in het verleden werden zijn escapades verzwegen. Het was taboe om de koning in een slecht daglicht te plaatsen. Dus kwam hij de eerste 25 jaar altijd met veel weg”, stelt de Madrileense opiniemaker in een telefoongesprek vanaf zijn vakantieadres aan de costa.

Peperdure olifantenjacht

De val van Juan Carlos I begon in 2012 met een peperdure reis naar Botswana. Terwijl Spanje in een diepe economische crisis verkeerde ging het staatshoofd samen met zijn toenmalige minnares Corinna Larsen op olifantenjacht. Toen Juan Carlos I daarbij zijn heup brak besloten de Spaanse media het bewogen privéleven van de koning niet langer te verzwijgen. Een enorme rel was geboren. Juan Carlos I bood het volk zijn excuses aan. Twee jaar later, op 19 juni 2014, droeg hij de troon over aan zijn oudste zoon Felipe VI.

„De huidige koning kan zich niet het gedrag van zijn vader veroorloven”, stelt Vallespín. „Iedereen heeft nu een mening over de monarchie. Maar Felipe VI kan zich niet verdedigen omdat anderen de politieke verantwoordelijkheid voor zijn daden dragen. Aan de andere kant: met een gekozen president zou je de rol van staatshoofd politiseren in dit toch al zo gepolariseerde land.”

Volgens de Catalaanse historicus Gonzàlez i Vilalta zou Felipe VI juist een rol boven alle partijen moeten spelen. Tot dusver slaagde hij daar niet in. Zijn poging om, op 3 oktober 2017, in navolging van zijn vader tijdens de crisis in Catalonië zijn eigen ‘23 februari’ te creëren, mislukte pijnlijk. Met een keiharde toespraak verspeelde Felipe VI volgens Gonzàlez i Vilalta die dag al zijn krediet bij de Catalaanse separatisten. Politicoloog Vallespín spreekt van een faux pas. „Felipe VI wilde als koning de grondwet verdedigen. Hij kan ook niet anders. Maar door de harde toon viel dat helemaal verkeerd in Catalonië. Felipe VI had achteraf gezien beter niets kunnen zeggen.”

De republikein Ruiz Robles is van mening dat Felipe VI na de vlucht van zijn vader maar beter de eer aan zichzelf kan houden. „Felipe VI heeft niet de populariteit die zijn vader ooit had. Hij weet de verschillende partijen in bijvoorbeeld het Catalaanse conflict niet met elkaar te verbinden, maar kiest voor de staat die een referendum over de toekomst van Catalonië met geweld neersloeg. Tel dat op bij de affaires van Juan Carlos I en je kunt maar één conclusie trekken: koningen zorgen niet voor oplossingen, maar voor problemen. Een referendum is niet nodig. Gewoon aftreden. Weg met de koning. Leve de republiek!”