Peter Sagan: ‘Op de fiets ben ik geen vader’

Peter Sagan | Interview Met zijn dertig jaar is Peter Sagan niet meer de snelste, maar hij neemt nog steeds veel risico. Toch verbaast hij zich over de valpartij, deze week, in Polen. „Fucking hell jongens, wielrennen is geen oorlog hè!”

Peter Sagan: „Het gaat me nu veel meer om kwaliteit dan kwantiteit.”
Peter Sagan: „Het gaat me nu veel meer om kwaliteit dan kwantiteit.” Foto VeloImages

Hij schuilt wat in de luwte van zijn lange wielerlijfwacht Daniel Oss, maar als die bij het passeren van honderd man publiek zijn armen in de lucht gooit, wordt Peter Sagan voor het eerst in bijna vijf maanden tijd weer toegejuicht. Hij zwaait voorzichtig, grijnst zijn tanden bloot, voorafgaand aan de eerste race van het seizoen post-corona, de Strade Bianche, een week geleden.

De 30-jarige Slowaak is nog altijd de populairste renner van het peloton, de best betaalde ook. Maar de glans is er al een tijdje af, de showman van weleer lijkt plaats te hebben gemaakt voor een kalmere, meer gereserveerde man, zoals zijn naasten in geboorteplaats Zilina hem een paar jaar geleden beschreven. Gek op de fiets, maar daar buiten rustig, bijna verlegen.

Hij maakte sindsdien ook de nodige dingen mee; hij trouwde, verhuisde naar Monaco, werd vader van een zoontje, en scheidde ook weer. Sindsdien won hij minder, de branie lijkt passé. Zijn laatste van 113 zeges dateert van meer dan een jaar geleden, toen hij de vierde etappe in de Tour de France won. En ook de Strade Bianche ging niet van een leien dak. Sagan werd er al eens tweede, maar dit jaar haalt hij de finish niet. In de vlakke wedstrijd Milaan-Turijn wordt hij woensdag vierde.

Twee dagen later spreken we hem in de lobby van Hotel Cosmo Palace, in een buitenwijk van Milaan, waar hij is neergestreken ter voorbereiding op Milaan-Sanremo, de langste klassieker op de kalender, over bijna 300 kilometer, in een normaal seizoen te verrijden in de lente, maar nu midden in de Italiaanse zomer. Sagan werd twee keer tweede aan de Via Roma, maar won nog nooit. Dit jaar is het parcours op de schop gegaan, omdat een aantal burgemeesters een passage van de race niet zag zitten, vanwege corona en te verwachte drukte. Alleen de laatste veertig kilometer zijn hetzelfde gebleven.

Lees ook: In het land van Peter Sagan

Sagan vertelt over de afgelopen maanden, waarvan hij er bijna twee zat opgesloten in zijn appartement in Monaco. Waar hij in de Verenigde Staten had moeten zitten voor wedstrijden en trainingskampen, bestonden zijn dagen uit boodschappen doen, koken, krachttraining en fietsen op een hometrainer. Op de voor hem kenmerkende, laconieke manier blikt hij heel even terug. „Het was anders dan anders, weet je. Ik ben veel samen geweest met mijn zoon. Dat maakt het een positieve periode voor mij. Ik kon ook wel naar buiten, heb me niet opgesloten gevoeld. Ik bedacht me: dit is niet voor altijd. Bovendien zit iedereen in dezelfde shit.”

Heb je je zorgen gemaakt over het virus?

„Niet echt, aan je immuunsysteem kun je toch niet veel verbeteren. Bij mijn ouders was het een ander verhaal. Ze zitten met hun leeftijd in de risicogroep. Over hen maakte ik me wel zorgen.”

Hoe is de situatie in Slowakije?

„De grenzen gaan dicht, dan weer open, dan dicht. Er zijn veel mensen op vakantie gegaan naar Kroatië en Italië. Niet reizen als het niet moet, is slimmer nu. Want Slowakije is niet klaar voor deze crisis.”

In economisch opzicht bedoel je?

„Ja, maar ook de gezondheidszorg is niet goed. Dus ik hoop dat mensen niet reizen, tenzij het om een noodgeval gaat. Er zit niets anders op dan je aan de regels te houden en te accepteren dat 2020 een vreemd jaar in de geschiedenis wordt.”

Hoe ben je fysiek uit de coronaperiode gekomen? Vorige week zaterdag had je het zwaar.

„Het was de eerste wedstrijd na de break. Ik had last van de hitte. De hele dag in 44 graden fietsen is geen pretje. Ik weet van mezelf dat ik niet goed ben als het zo heet is. Mijn conditie is ook nog niet top. Dan is dit een tikkeltje te extreem.”

Er wordt de laatste tijd gesuggereerd dat het einde van je carrière in zicht is. Volgend jaar loopt je contract af. Je wint minder, bent voor ploegen een dure renner. Ben je al bezig met een leven na het fietsen?

„Ik ben nu tien jaar professional, dus ik ben het inmiddels wel gewend dat kranten de gekste dingen over me schrijven. Als je wint, dan ben je geweldig. En als je vervolgens een mindere periode hebt, dan word je afgeschreven. Ik heb wel geleerd om me daar niet meer druk om te maken. Wie weet wanneer ik stop? Beter denk ik daar nu nog niet aan. Het wordt vanzelf duidelijk wanneer ik die keuze moet maken.”

Maar we kunnen vaststellen dat je minder goed bent dan een paar jaar geleden.

„We hebben pas twee wedstrijden gehad dit seizoen. Mijn grote doelen liggen voor me: deze zaterdag eerst Milaan-Sanremo, dan de Giro, de Tour. Dat is nogal een schema. Het zou niet goed zijn als ik nu al mijn vormpiek heb.”

Wat zijn je ambities dan?

„Ik roep al drie jaar dat ik wel kijk waar het leven me brengt.” Hij houdt even stil en kijkt indringend, bijna geërgerd.

Ben je nog net zo hongerig als tien jaar geleden?

„Er zijn wel dingen veranderd, in mij, en in hoe ik de wielersport zie.”

Welke?

„Als je ouder wordt, ga je de dingen in een ander perspectief zien.”

Kun je wat specifieker zijn?

„Als je twintig bent, dan wil je alles winnen. Je bent gek, je neemt risico’s. Maar dat is in de loop der jaren veranderd. Het gaat me nu veel meer om kwaliteit dan kwantiteit. Vroeger wilde ik alle wedstrijden winnen waar ik aan meedeed. Nu wil ik goed zijn op een bepaald moment. Als ik een rit in de Tour kan winnen en de groene trui, dan ben ik al blij. Trouwens, als het niet lukt, ben ik ook blij.”

Komt het door de geboorte van je zoon dat je minder gek doet tegenwoordig, dat je voorzichtiger bent geworden?

„Hm. Ik ben niet voorzichtig. In de laatste twee kilometer van een sprint denk ik niet aan hem. Als je dan je rem aanraakt, verlies je. Op de fiets ben ik geen vader.”

Maar je moest lang nadenken. De meeste mensen veranderen als ze een kind krijgen.

„Ja, Marlon heeft me misschien wel kalmer gemaakt. In het normale leven.”

Wat is het normale leven?

„Als ik samen met hem thuis ben. Als ik hem probeer op te voeden, hem dingen leer over goed en kwaad. Dat is de verantwoordelijkheid die je als ouder hebt, toch? Ik denk daarover na.”

Hoe is het vaderschap voor je? Je moet het alleen doen, bent co-ouder.

„Ik vind het leuk. Het is prachtig om je eigen kind te zien opgroeien. Iets heel bijzonders.”

Wat zijn de uitdagingen?

„Die zijn er nog niet echt. Kleine baby’s kleine problemen, grote baby’s, grote problemen.” Hij lacht.

Je ploeg Bora Hansgrohe postte een filmpje waarop te zien is hoe je hem leert fietsen, zonder zijwieltjes.

„Ja, hij is nu tweeënhalf en kan al zelf fietsen.” Peter Sagan is geen mens van grote reflectie, maar nu het over zijn zoontje gaat, begint hij bevlogen te vertellen. „Van de sponsor kreeg hij zo’n fietsje zonder pedalen, weet je wel. Daarop leerde hij balans te houden. Daarna heb ik hem een grote fiets gegeven met pedalen. Dat was drie maanden lastig omdat hij niet zijn evenwicht kon houden én kon trappen. Toen ben ik hem gaan duwen, en na anderhalf uur kon hij zelf fietsen. Daar ging hij.”

Lees ook: Dit ongeluk in de massasprint heeft grote gevolgen

Dan komt de valpartij van Fabio Jakobsen ter sprake, veroorzaakt door Dylan Groenewegen, woensdag in de Ronde van Polen. Relevant in dit gesprek, omdat Sagan drie jaar geleden na een soortgelijke actie uit de Tour de France werd gezet. Hij duwde Mark Cavendish destijds in de hekken, en bood direct daarna zijn verontschuldigingen aan. De twee zijn dat voorval al lang weer te boven.

Gabriele Uboldi, Sagans persoonlijk manager, zegt dat ze „uit respect voor Jakobsen en zijn team” niet te diep op de materie in willen gaan.

„Ik heb de crash gezien”, zegt Sagan, „maar ik weet niet zo goed wat ik erover moet zeggen.”

De schuldvraag is niet belangrijk. Heb je die sprint zelf wel eens gereden?

„Ja, een keer of drie. Het loopt daar omlaag, we gaan erg hard.”

En is dat verantwoord?

„Dit kan ik je zeggen: in de Moto GP zijn grindbakken ingericht, zones waardoor er ruimte is om te vallen. Die gasten maken soms klappen en komen daar zonder schrammetje mee weg. Ze worden beschermd. Wij wielrenners hebben alleen maar een helm op. Dan is 85 kilometer per uur niet echt grappig, toch? Ook omdat je afhankelijk bent van andere renners. Je rijdt niet alleen in een afdaling. Er fietsen tweehonderd jongens om je heen, en het enige wat ervoor nodig is om je te laten vallen, is een klein foutje van een ander. Dat maakt het zo gevaarlijk. In Polen stonden er geen fans aan de hekken om de val te breken en hem op het asfalt te houden. Er waren daar een heleboel ongelukkige omstandigheden bij elkaar. Fouten van renners én de organisatie.”

Toen jij daar fietste, dacht je toen: dit gaat te hard?

„Daar denk je op zo’n moment niet bij na. Tijdens de wedstrijd ben je gefocust om geen fouten te maken en alles te geven. Je verwacht niet dat je wakker zal worden in het ziekenhuis. Het is verdrietig dat dit gebeurd is.”

Vind je dat de organisatoren en de UCI betere veiligheidsmaatregelen moeten treffen?

„Het gaat niet alleen om hen. De renners in kwestie valt ook iets aan te rekenen. Groenewegen week van zijn lijn af, misschien had Jakobsen wel moeten remmen. Het gebeurt allemaal in een seconde. Maar fucking hell jongens, wielrennen is geen oorlog hè!”