Daphne Koster, manager vrouwenvoetbal bij Ajax: „Ik sta ergens voor. Dat is niet altijd naar de zin van degenen die de dienst uitmaken.”

Foto Olivier Middendorp

Interview

Daphne Koster: ‘Mensen denken soms dat ik keihard ben’

Daphne Koster | Interview Daphne Koster (39) is niet bang tegen de stroom in te roeien. „Wil je mij op een ander spoor zetten, dan moet je met goede argumenten komen.”

Toen Daphne Koster deze week het nieuws hoorde over Ellen Fokkema, de eerste vrouw die in een eerste mannenelftal mag voetballen, knikte zij instemmend. Dit is precies waar Koster, manager vrouwenvoetbal bij Ajax, zich al jaren hard voor maakt: selectie op basis van individuele prestaties, niet op basis van geslacht.

Fokkema speelt voor een Friese amateurclub. Kan Koster zich voorstellen dat een speelster van Ajax samen met jongens de jeugdopleiding doorloopt? Ze „sluit het niet uit”, zegt ze tijdens een wandeling door de duinen bij Heemskerk. „Als de tijd er rijp voor is, en zo’n geval doet zich voor, loop ik er niet voor weg.”

Daphne Helena Koster (39) is niet bang tegen de stroom in te roeien. Zo weigerde ze in 2004 onder leiding van bondscoach Vera Pauw naar Berlijn af te reizen voor een ingelaste interland tegen Duitsland, omdat zij werkverplichtingen had (na een lange radiostilte maakten de twee het weer goed).

Toen de KNVB eind jaren negentig het contract van bondscoach Ruud Dokter verlengde zonder ruggespraak met de speelsters, las Koster hem namens de groep een brief voor waarin zij uitlegde waarom hij ongeschikt was voor de job. En toen de KNVB Koster in 2010 verbood om na een kort avontuur in de Amerikaanse clubcompetitie aan de slag te gaan bij AZ – clubs mochten destijds maximaal vier internationals inlijven – spande zij een kort geding aan tegen de voetbalbond (ze verloor).

Voor iemand met haar positie bij een topclub als Ajax vergt het moed om je uit te spreken over zo’n precair onderwerp als een gemengde jeugdopleiding. „Dat is een, eh, heel gevoelig punt”, zegt Koster, terwijl wij ons langs een Schotse hooglander op een bospad manoeuvreren. Waarom? „Veel mensen durven niet voorbij het hier en nu te kijken,” klinkt het diplomatiek. „Ze voeren de opdrachten uit die horen bij hun functie. Hun rol in het grotere geheel zien ze niet.”

We praten over de hoogte- en dieptepunten in haar voetbalcarrière, over haar jeugd in het nabijgelegen Assendelft en over de onlangs opgerichte commissie-Mijnals, waarvan zij deel uitmaakt en die inclusiviteit in het voetbal wil bevorderen. Tijdens ons twee uur lange gesprek haalt ze haar mobiele telefoon niet één keer uit de achterzak van haar afgeknipte spijkerbroek.

Waarom koos je voor een wandeling in de duinen van Heemskerk?

„Ik loop hier al mijn hele leven hard. Als kind met mijn vader of mijn trainer, later met mijn vriend Niels of alleen. Ik houd van de rust hier. De laatste tijd ren ik steeds vaker zonder muziek in mijn oren. Niels heeft mij geleerd naar de natuur en de dieren te kijken.”

Niels is haar jeugdliefde en de vader van haar dochters Sanne (6) en Imme (2). Hij hielp haar af van de „intense dromen” waar zij als kind veel last van had. Verwerkingsdromen, noemt zij ze. Want Daphne Koster mag dan onverschrokken zijn, ze heeft een rijk innerlijk leven.

‘Misschien dat ik hard en koel overkom, maar diep van binnen ben ik juist erg gevoelig’, zeg je in je biografie uit 2017.

Ze knikt. „Mensen denken soms dat ik keihard ben. Dat ik voor het resultaat ga, geen rekening houd met anderen. Terwijl ik juist heel veel vanuit mijn gevoel doe.”

Heeft dat met je stelligheid te maken?

„Ik denk het. Volgens mijn moeder had ik dat als meisje al. Met mijn vader had ik vaak verhitte discussies en als ze op school een lesrooster aanpasten, ging ík verhaal halen. Ik weet heel goed wat ik wil. Wil je mij op een ander spoor zetten, dan moet je met goede argumenten komen.”

Die passage uit je boek gaat nog even door: ‘Ik heb het altijd moeilijk gevonden om over mijn emoties te praten, omdat ik weet dat ik dan kan breken.’ Waar ben je precies bang voor?

Ze kijkt even opzij, geamuseerd. „Ik houd ervan te anticiperen, vooruit te kijken. Dat kan niet als je geëmotioneerd raakt. Dan zit je per definitie in het hier en nu.”

Toen Nederland zich vorig jaar voor de WK-finale plaatste, huilde je als NOS-analist op tv. Dat had toch geen vreselijke gevolgen?

„Ik was even bang dat ik het stempel van ‘jankerd’ zou krijgen, maar het tegendeel was waar, misschien wel ómdat ik zo weinig mijn emoties toon. Ik werd overstelpt met reacties, voor sommige mensen waren mijn tranen het hoogtepunt van het toernooi.”

Wat raakte je zo?

„Alles viel op z’n plek. Jarenlang hadden Nederlandse voetbalsters gevochten voor erkenning. Vaak werden ze niet gehoord. Niet gewaardeerd. Moesten ze zelf hun trainingen bij elkaar scharrelen. Nu lieten ze aan de hele wereld, aan miljoenen kijkers, zien wat ze in hun mars hadden.”

Je speelde tot je negentiende in jongensteams bij amateurclub SVA uit Assendelft. Was dat, terugkijkend, uitzonderlijk?

„Ik had de mazzel dat mijn jeugdtrainer Jaap Winter mij als one of the guys zag. Tot mijn elfde stond ik gewoon met ze onder de douche. Maar het had ook makkelijk anders kunnen lopen. Bij SVA was ik het enige meisje, maar bij clubs met meerdere meiden – en die waren er genoeg – creëerden ze vaak meidenteams, ongeacht de niveau- en leeftijdsverschillen. Dat is niet goed voor die meiden, want dan kunnen ze zich niet aan elkaar optrekken.”

Koster groeide uit tot boegbeeld van het vrouwenvoetbal. Ze speelde voor AZ, Ajax, het Amerikaanse Sky Blue en Telstar, en kwam (lang als aanvoerder) 139 keer voor Oranje uit. Er waren meerdere hoogtepunten – zoals de halve EK-finale onder Pauw in 2009 – maar ook een duidelijk dieptepunt: de manier waarop haar interlandcarrière ten einde kwam.

In de biografie Nooit meer buitenspel beschrijft Koster hoe Niels en zij in 2013 voor een dilemma stonden: „Na het EK in 2009 wist ik één ding zeker, dit wilde ik zo graag nog een keer meemaken. Maar Niels en ik hadden ook een kinderwens. Ik was al tweeëndertig en ik wilde niet het risico lopen dat ik te lang zou wachten en het straks niet meer zou lukken. Dat zou ik mezelf niet vergeven.”

Foto Olivier Middendorp

Je had uitgerekend: als ik binnen een halfjaar zwanger word, heb ik genoeg tijd om voor het WK van 2015 mijn oude niveau te halen. Het liep anders: je verloor je status bij Oranje en daarmee ook al je rechten en vergoedingen.

„Het gekke is dat ik het voelde aankomen. Nadat ik bondscoach Roger Reijners van mijn zwangerschap had verteld, zei ik tegen Niels: ‘ik denk dat ik mijn status kwijtraak’. Niels geloofde er niks van. ‘Dat kunnen ze niet maken’, zei hij. ‘Het gaat gebeuren,’ zei ik. ‘Let maar op.’”

Waarom had je zo weinig vertrouwen?

„Ik ben wel een ...” Ze houdt haar pas even in. „Ik sta ergens voor. Dat is niet altijd naar de zin van degenen die de dienst uitmaken.”

Sta je bekend als lastpost?

„Dat is nooit zo uitgesproken. Natuurlijk had de KNVB nooit eerder te maken gehad met een zwangere international; het was wennen. Maar als je goed bent halen ze je toch terug? Laat ik het zo zeggen: ik ben eruit gegooid omdat ik niet kon spelen en ik kon niet spelen omdat ik zwanger was. Toen ik terugkwam moest ik het zelf uitzoeken. Waar je met een gescheurde kruisband een revalidatieprogramma krijgt, hadden ze mij als moeder al afgeschreven.”

Pijnlijk.

„Ja, maar Niels en mijn ouders hebben er meer last van gehad dan ik. Ze konden het niet geloven. Mijn bereik in de spelersgroep was zó groot. Spelers keken vaak tegen mij op.”

Vormt een speler met zo veel bereik op termijn geen bedreiging voor een coach?

„Dat is waar, maar dat zal zo’n coach nooit hardop zeggen. Die zegt: ze is niet goed genoeg. Met Vera [Pauw] heb ik na ons conflict heel goed samengewerkt. Ze wist dat sporters met charisma veel gedaan krijgen in de kleedkamer. Maar dan moest ze als coach óók haar rug recht houden – en dat deed ze. Ik heb veel respect voor Vera.”

Heb je nooit gedacht: dat kan ik ook, coachen?

„Ik geef toe dat het wel eens kriebelt. Maar er valt nog zó veel te verbeteren aan het Nederlandse vrouwenvoetbal. Neem alleen al het feit dat de eredivisie nog steeds onder de amateursport valt. Als coach zou ik daar last van hebben, het zou me irriteren. Dat meiden bij Ajax eigen shirts in de Ajax-winkel krijgen is geweldig. Dat ze hun eigen cao en sponsor hebben ook. Maar belangrijker nog is dat ze een goede jeugdopleiding krijgen. In de jeugd ligt de toekomst.”

Terwijl Koster, uitzonderlijk fit, aanstalten maakt een 35 meter lange bostrap te beklimmen – „lukt dit, denk je?” – praten we nog even over de commissie-Mijnals. Als voormalig voetbalster is ze vertrouwd met de belemmeringen in het wereldje. „De commissie gaat niet alleen over racisme”, benadrukt ze. „Het gaat om diversiteit. Te veel groepen krijgen geen kans hun talent te benutten. Hoe komt het dat er zo weinig vrouwelijke coaches zijn, of trainers met een multiculturele achtergrond?” Zie het als een tekentafel, zegt ze. Als we het Nederlandse voetbal opnieuw zouden inrichten, zouden we het dan weer zo doen? En zo nee: hoe zouden we het aanpassen?”

Dan is het tijd voor Koster om te vertrekken. Thuis wacht een call, daarna gaat ze met Niels op de fiets naar het strand. „Die vrijheid bouw ik in”, zegt ze, terwijl ze de deur van haar witte Mercedes sport openfloept. „Want tijd is kostbaar.”