Opinie

Libanon kende rampspoed, maar dit zagen we nog nooit

Explosie Zo groot was de woede niet eerder, schrijft vanuit een verwoest Beiroet. Er moet internationaal onderzoek komen om precies te achterhalen wat daar in de haven gebeurd is.
Beiroet, 6 augustus 2020
Beiroet, 6 augustus 2020 Foto Thibault Camus/AFP

Twee dagen later, en we tellen nog steeds de doden, zoeken namen bij de levenden en graven naar hen die levend zijn begraven. Twee dagen later, en elk uur van de dag, elke slapeloze minuut wordt onderbroken door het geluid van gebroken glas: gebarsten ruiten die bezwijken, scherven die worden opgeveegd, kapot glas dat op straathoeken op een hoop wordt gegooid. Nog meer glas, nog meer scherven in ons hart.

Twee dagen later, en geen enkele minister of regeringsfunctionaris heeft het Libanese volk ook maar zijn excuses aangeboden. Niemand heeft de moeite genomen de gewonden in de ziekenhuizen te bezoeken of de schade in de woonwijken op te komen nemen.

Meer dan 150 mensen zijn omgekomen, 500 worden er nog steeds vermist, 4.000 zijn gewond geraakt en 300.000 dakloos geworden. Maar niemand is afgetreden en het zwartepieten is begonnen. Kennelijk is niemand verantwoordelijk voor iets wat in wezen een oorlogsverklaring aan het Libanese volk was.

Veel van de vragen richten zich tot nu toe op de oorzaak van de eerste brand die dinsdag leidde tot de explosie in de haven van Beiroet. Maar belangrijker is de vraag: waarom bleef de 2.750 ton ammoniumnitraat die in 2014 onder vreemde omstandigheden door een Russisch schip met motorpech werd gelost, zes jaar in de haven opgeslagen liggen? De havenautoriteiten, de rechterlijke macht en vermoedelijk ook nog andere hooggeplaatsten wisten allemaal van de tijdbom die daar midden in een stad van 2 miljoen mensen bleef liggen tikken.

Kliek van krijgsheren

Twee dagen later, en de blinde woede zwelt aan. „Vandaag rouwen we, morgen maken we schoon, overmorgen hangen we ze op.” Dit is maar een van de berichten die circuleren in Beiroet, in een land dat al veertig jaar wordt gegijzeld door een corrupte politieke klasse en een kliek van krijgsheren. Op sociale media gaan foto’s rond van guillotines en stroppen. Bedaarde vrienden die gitaar spelen en hun eigen kleren naaien bekennen inmiddels: „Ik heb nooit begrepen dat iemand een medemens kon doden, maar nu zou ik dat kunnen, ik wil ze vermoorden.”

De schokgolf voelde aan als een aardbeving en luchtaanval ineen. Niemand van ons in Libanon heeft ooit zoiets meegemaakt, niemand van ons heeft ooit dit soort totale verwoesting gezien of kan nog werkelijk de omvang bevatten van dat wat ons en onze geliefde stad is overkomen, ook al hebben wij al meer doorstaan dan in een mensenleven past.

Wie in Libanon halverwege de veertig is, heeft vijftien jaar oorlog meegemaakt, twee invallen van Israël, dertig jaar Syrische bezetting, verscheidene ronden van economisch verval en devaluatie van de munt, twee Israëlische bombardementen, een revolutie, een golf van politieke moorden die de progressieve gelederen hebben uitgedund, en sinds eind 2019 een nieuwe golf protesten waarin het vertrek wordt geëist van de corrupte politieke elite – diezelfde krijgsheren die de oorlog voerden en daarna vrede sloten zodat zij en hun vrienden hun zakken konden blijven vullen.

De revolutie versnelde een financieel-economische crisis die al jaren in aantocht was en die nog eens werd verergerd door de coronapandemie en de lockdowns. En toch hielden we ons wonderbaarlijk genoeg staande, niet dankzij, maar ondanks onze leiders, dankzij particuliere initiatieven, ongelooflijke eenlingen die zich inzetten voor hulporganisaties, ziekenhuizen, klinieken, scholen, universiteiten – het weefsel dat het land maakt tot wat het is: een ongelooflijke gemeenschap die verklaart waarom zovelen van ons ondanks alle pijn niet bereid zijn Libanon op te geven.

Wankele fundamenten

Onze veerkracht is een zegen en een vloek. We vinden manieren om ons te redden, maar daarmee omzeilen we de problemen, we vinden voor alles een oplossing, maar daarmee pakken we de oorzaak van de rot niet aan. We willen niet dood, dus blijven we hoe dan ook leven, herbouwen we telkens zo goed als we kunnen, maar hebben we nooit willen toegeven dat we op wankele fundamenten hebben gebouwd.

Hoeveel meer kunnen één land en één volk nog verdragen? Is dit een keerpunt? En zo ja, welke kant dan op? Een totale opstand en echte verandering naar een nieuw begin of algehele hulpeloosheid en mislukking?

In februari 2005 werd de Libanese oud-premier Rafik Hariri vermoord met 1.000 kilo springstof die zijn konvooi opblies. Nog eens 22 andere mensen kwamen ook om, en de pas herbouwde kustwijk van Beiroet werd verwoest. De moord werd toegeschreven aan de toenmalige Libanese opperheren in het Syrische Damascus, en de golf van woede en massale protesten die twee maanden duurde maakte een einde aan dertig jaar Syrische militaire bezetting. Maar wat achterbleef was een diepgeworteld systeem waardoor de Libanese leiders het land ten bate van zichzelf of hun vrienden in Damascus konden blijven plunderen.

Hiertoe behoort ook Hezbollah, dat sindsdien als Libanese politieke partij en militante groepering alleen maar sterker is geworden. Veel van de huidige woede is ook op hen gericht – alom bestaat het vermoeden dat het ammoniumnitraat van hen was en bestemd voor bommen, of dat de brand begon met een Israëlische luchtaanval gericht op een Hezbollah-wapenbergplaats in de haven. Weliswaar is misdadige nalatigheid de meest waarschijnlijke verklaring, maar mensen willen die andere theorieën nog niet helemaal laten varen.

Beiroet wil hulp, maar wel buiten de eigen elite om

In elk geval maakt ook Hezbollah deel uit van het stelsel van corruptie dat het land te gronde richt. Wie in de groeiende volkswoede zijn hachje wil redden kan proberen deze woede alleen op Hezbollah te richten, maar we mogen niet vergeten dat die groepering niet in Libanon kan functioneren zonder de directe of indirecte medeplichtigheid van het grootste deel van het politieke establishment, dat naar het schijnt maar al te graag onderling zaken doet en elkaar de hand boven het hoofd houdt.

Keerpunt

Daarom is de mantra die de protesten al sinds oktober beheerst: „Allemaal betekent ook allemaal.” En daarom voelt dit aan als een keerpunt van een andere orde, dat misschien het leiderschap omver kan werpen of in elk geval de macht van de kliek corrupte leiders aan banden kan leggen, een nieuwe regering tot stand kan brengen of een nieuw systeem, een nieuw sociaal contract kan bewerkstelligen.

Veel blijft nog onbeantwoord over de details van de gebeurtenissen van dinsdag. Maar wel is duidelijk dat de mensen die dit hebben laten gebeuren, het niet ook mogen gaan onderzoeken. Er moet een internationaal onderzoek komen om te waarborgen dat niet alleen in detail duidelijk wordt hoe de brand is begonnen en de explosie is ontstaan, maar belangrijker nog, dat wordt vastgesteld hoe en waarom die gevaarlijke stoffen in de haven lagen opgeslagen en wie hiervoor allemaal de verantwoordelijkheid droegen.

Dit is het moment dat er in Libanon nu eindelijk een einde aan de straffeloosheid moet komen. Dit is het moment voor gerechtigheid, niet alleen voor hen die bij deze ramp de dood hebben gevonden, maar voor allen die de afgelopen veertig jaar zijn omgekomen.

Twee dagen later, en de Libanezen doen wat ze het beste kunnen: opruimen en weer opbouwen. Ze wachten niet op hulp van de afwezige staat, maar ze wachten op gerechtigheid.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.