Reportage

Zo ben je strandverkoper in Copacabana, en zo ben je dakloos

Armoede Bij gebrek aan een sociaal vangnet zijn in Brazilië vooral mensen in de informele sector de dupe van de coronacrisis. Schoonmakers. Straat- en strandverkopers. „Onze kinderen hebben de hele dag nog niet gegeten.”

Kok Carlos (rechts) en naast hem Leila, tijdens het uitdelen van eten in Copacabana.
Kok Carlos (rechts) en naast hem Leila, tijdens het uitdelen van eten in Copacabana. Foto Ian Cheibub

Zo ben je strandverkoper in Copacabana, en zo ben je dakloos

Ze hadden een simpel maar knus huisje in Baixada Fluminense, een regio in het noorden van Rio de Janeiro waar de armere arbeidersklasse woont. Iedere ochtend stapten ze, beiden strandverkopers, op de bus voor een bloedhete en lange rit naar het wereldberoemde strand van Copacabana. Pedro Martins (32) met een koelbox volgestouwd met bierblikjes, zijn vrouw Raquel Martins (38) met een tas vol zelfgemaakte kipsandwiches. In het weekend struinden ze het vier kilometer lange strand af met een kleine draagbare grill waarmee ze garnalen met knoflook en olijfolie klaarmaakten voor de badgasten.

„We verdienden op een dag zo’n 150 real [25 euro]. Soms wel 200 of meer. Genoeg om van te leven en aan het einde van de maand onze huur van 400 real van te betalen”, vertelt Pedro. Hij zit op de stoep van de drukke Avenida Nossa Senhora de Copacabana, die parallel loopt aan het strand. Sinds de coronacrisis is dit zijn nieuwe woonplek. Toen Rio half maart in een lockdown ging en vrijwel alle winkels en horeca sloten en ook het strand dicht ging, had het koppel plotseling geen werk en geen inkomsten meer. „We hadden niets gespaard en zaten van de ene op de andere dag zonder geld. Na twee maanden uitstel van huurbetaling heeft de huiseigenaar ons op straat gezet.”

Vooral de mensen die werken in de informele sector – in Brazilië ruim 40 procent van de economie – zijn de dupe van de coronacrisis. Het zijn de klusjesmannen, de schoonmaaksters, de straat- en strandverkopers zoals Pedro Martins en zijn vrouw Raquel, die leven van wat ze op een dag verdienen en nu niets meer hebben. Een sociaal vangnet heeft Brazilië niet. Mensen zijn op elkaar aangewezen.

Lees ook deze reportage over corona in Brazilië: ‘De verpleegsters op de afdeling droegen geen mondkapjes’

Geld dat de regering vanwege corona toekent aan de minst draagkrachtigen (600 real per maand), gaat gepaard met een hoop bureaucratie en maandenlange wachttijden. Brazilië is na de VS in totale aantallen het zwaarst getroffen land, met bijna 3 miljoen coronabesmettingen en zo’n 100.000 doden, en dat aantal blijft flink oplopen.

De snelle toename van de armoede en het aantal daklozen als gevolg van de coronacrisis is inmiddels goed zichtbaar geworden in de straten van Rio. Velen trekken naar de chique strandwijken zoals Ipanema of Copacabana op zoek naar steun van kapitaalkrachtige bewoners. Nu winkels en ook horeca weer open mogen, is het contrast nog duidelijker zichtbaar: onder de luifels van dure kledingzaken, naast de terrasjes van chique lunchrooms en voor de deur van trendy beautysalons strijken steeds meer gewone Brazilianen neer met hun matras of hele inboedel. Jongeren, ouderen, kinderen.

Naast Pedro Martins tokkelt vriend Marcelo (25) – die omwille van privacy zijn achternaam niet in de krant wil – wat bossanova-akkoorden op een gitaar. Ze leerden elkaar kennen voor de ingang van een supermarkt, iets verderop. Pedro en Raquel spraken daar het winkelend publiek aan. ‘Mevrouw, kunt u een brood voor me kopen?’ Of: ‘Als u hier terugkomt, kunt u dan sinaasappelsap en een pak crackers voor me meebrengen?’

Altijd vriendelijk blijven

De ervaring van het leven op straat heeft hem ingrijpend veranderd, zegt Pedro. „Ik moest over mijn trots heen stappen. Je bent ineens compleet afhankelijk van anderen, terwijl ik mijn leven lang mijn eigen geld verdiende. En ik moest leren geduld op te brengen. Je moet altijd vriendelijk en rustig blijven. Ook als tien mensen je negeren en doorlopen, moet je aardig blijven. Want juist die elfde kan de persoon zijn die je meeneemt de supermarkt in of je een maaltijd aanbiedt”, zegt hij.

Muzikant Marcelo knikt instemmend. „Ik ben nooit eerder zo ver afgegleden dat ik op straat moest slapen”, zegt hij. „Natuurlijk heb ik financieel moeilijke tijden gekend, maar ik had altijd wel een dak boven mijn hoofd.” Marcelo belandde op straat nadat hij, vóór de lockdown, vanuit de deelstaat Minas Gerais naar Rio reisde waar hij geboekt was voor optredens in bars en clubs in de sambawijk Lapa. „Maar alles ging dicht, ook de goedkope hostels waar ik normaliter overnacht als ik hier ben. Omdat ik nog wel in de metro kan spelen of op straat, blijf ik hier rondhangen”, zegt Marcelo.

Hij krijgt vanuit een metalen boodschappenkarretje een warme maaltijd aangereikt van Carlos Almeida, een kok die – nadat hij zelf werkloos was geraakt door de coronacrisis – besloot om met vrienden voor daklozen te gaan koken. Met steun van welgestelde mensen – giften, geld – deelt hij op een avond als deze zo’n vijftig tot zestig maaltijd uit in de strandwijk. „Ik heb vandaag rijst en bonen gemaakt met pompoen en zoete aardappelen, gerookte worst en gestoofd rundvlees. Ik maak ze extra gevuld want sommigen van hen eten misschien maar eens per week een warme maaltijd”, zegt Almeida.

Steun voor daklozen komt vooral vanuit particulieren, van non-gouvernementele organisaties en van kerken. De armoede wordt steeds schrijnender. In Brazilië (210 miljoen inwoners) groeide het aantal werklozen naar meer dan 12 miljoen, van wie de helft door de crisis helemaal geen inkomsten meer heeft. Ook moesten 600.000 kleine en middelgrote bedrijven de deuren al sluiten.

Uit een recent onderzoek van Oxfam blijkt dat door de coronacrisis het verschil tussen arm en rijk in het toch al zo ongelijke Latijns-Amerika verder is toegenomen. De rijken zagen hun kapitaal juist groeien, zoals de 42 miljardairs in Brazilië wier fortuin sinds maart met bijna 30 miljard euro toenam. Als er niet snel iets gedaan wordt aan de groeiende armoede, zo concludeert Oxfam, kan Latijns-Amerika terugvallen naar het niveau van pakweg vijftien tot twintig jaar geleden, toen er in landen als Brazilië nog structurele ondervoeding voorkwam.

Carlos Almeida, kokend voor daklozen.
Foto Ian Cheibub
Fabio Souza Lima, dakloos sinds zes jaar.„Coronadaklozen kennen de regels van de straat niet.”
Foto Ian Cheibub
Natalia met haar kinderen (acht, zes en één jaar). Natalia én haar man verloren hun baan, ze struinen door Copacabana op zoek naar hulp.
Foto Ian Cheibub
Foto Ian Cheibub

Rijst met bonen

Dat het bijna al zover is, merkt het gezin van Natalia (34) haar man Ricardo (38) en hun drie kinderen Orlando (6), Ana Beatriz (8) en Sofia (1). „Mag ik drie maaltijden voor mijn kinderen?” vraagt Natalia als ze Carlos Almeida maaltijden ziet uitdelen. Ze staat onder de knalrode letters van bioscoop Roxy in Copacabana. Haar twee oudste kinderen spelen tikkertje op straat. Ze zien eruit als een doorsnee Braziliaans gezin dat op deze warme zondagavond op de boulevard op stap gaat. Maar voor ontspanning zijn ze hier niet. „We zoeken financiële steun, iemand die boodschappen voor ons wil doen, of ons eten geeft”, zegt Natalia terwijl ze haar jongste dochtertje op schoot houdt en een hap rijst met bonen geeft.

De familie is in alle vroegte naar Copacabana getrokken vanuit de noordelijke voorstad Guadeloupe, anderhalf rijden met de bus. „We doen dit wekelijks, maar vandaag was een pechdag. Het is nu zes uur ’s avonds, niemand heeft ons nog aan boodschappen geholpen en de kinderen hebben de hele dag niet gegeten. Het is een geluk dat we deze kok zagen lopen. Maar hoe we terug naar huis moeten weten we niet, we hebben geen geld meer voor de bus”, zegt Natalia met onrust in haar ogen.

De nood is dan ook hoog. De scholen zijn vanwege corona gesloten, en daar kregen haar kinderen altijd drie maaltijden per dag. Zowel Natalia als haar man hebben tijdens de lockdown hun werk verloren. „We zijn bij mijn moeder ingetrokken”, zegt Natalia, die ook haar achternaam liever niet publiek maakt. „Maar spanningen lopen op, daarom zijn we vaak op straat, op zoek naar hulp.”

Lees ook hoe deze crisis mensen wereldwijd financieel raakt Hoelang kun jij het deze crisis nog uitzingen?

We zaten van de ene op de andere dag zonder geld

Pedro Martinsstrandverkoper

Naast de Banco do Brasil leunt Fabio Souza Lima (42) op een groot wit kussen met naast zich een opengeslagen bijbel. „Ik ben zelf niet gelovig maar dit geeft een goede indruk aan de oerkatholieke Brazilianen”, zegt hij lachend. Fabio woont al zes jaar op straat. Naar eigen zeggen het gevolg van een depressie, alcoholverslaving en liefdesverdriet. Het straatleven in Copacabana is sinds de komst van de ‘coronadaklozen’, zoals hij ze noemt, veranderd. „Het zijn mensen die de regels van de straat niet kennen en zich overal maar installeren, terwijl wij hier al langer zijn en onze vaste plekken hebben.”

Daklozen zijn extra kwetsbaar voor het coronavirus. Op de boulevard staan op verschillende plaatsen mobiele tankjes met zeep en handgel. Verder deelt de kerk soms mondkapjes uit, vertelt Fabio. „Laatst is een kennis van mij van straat gehaald en naar de eerste hulp gebracht nadat buurtbewoners de gemeente hadden gebeld omdat hij al dagen op zijn matras lag te hoesten. Hoe het is afgelopen weet ik niet.”

Slaapkamer met maanlicht

Op de boulevard begint het nu steeds drukker te worden. Flanerende stelletjes, jongeren, oudjes: iedereen draagt de hier verplichte mondkapjes. Onder het maanlicht op het strand is een groepje aan het voetballen. „Welkom in mijn slaapkamer”, lacht Paulo Francisco Junior (29). Op het witte zand, achter een heuveltje, liggen zijn deken en een zak kleding. Hij maakt sieraden en tassen en verkoopt ze op de boulevard. Laatst kwam de politie om de daklozen te verjagen. Daarna kwamen verschillende sociaal werkers van de gemeente langs om Paulo en anderen over te halen naar de daklozenopvang van een kerk te gaan. „Maar mijn hond mocht niet mee, en mijn hond is de enige die ik nog heb in mijn leven. Ik blijf dan liever op straat wonen.”

President Bolsonaro heeft zich altijd tegen de coronamaatregelen verzet en economische belangen boven de volksgezondheid gesteld. Door zijn opstelling kreeg zijn populariteit een dreun. Daklozen voelen zich door de overheid extra in de steek gelaten. Na maanden van sluiting gaan winkels en horeca nu weer open, maar het strand blijft gesloten voor strandverkopers, tot grote teleurstelling van Pedro en Raquel. „De gemeente verdient meer aan winkels, restaurants en de grote shoppingmalls omdat zij belasting betalen. Bij ons, informele verkopers, valt niets te halen”, zegt Pedro verbitterd.

Toch hoopt hij binnenkort weer met sandwiches het strand op te mogen. „Als we een week flink verkopen kunnen we misschien weer iets huren, al is het een schuur of een berghok. Na deze ervaring ben ik met ieder dak blij.”