‘Ik ben een fysiek gevoelsmens’

Dit ben ik Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? Deze week: Irwin Ment (42), die met zijn moeder een nomadenbestaan leidde en stabiliteit vond in een relatie.

Foto David van Dam

Van mijn geboorte tot het eind van de middelbare school heb ik gependeld tussen Suriname en Nederland. Mijn moeder was ambitieus en rusteloos. Ze was verpleegkundige, daarna werd ze zangeres en artiest. Ik heb in mijn jeugd geen enkel schooljaar volledig op één school doorgebracht.

Mijn moeder was veel weg. Dan liet ze mij achter bij iemand die ze vertrouwde. Dat kon iedereen zijn: een familielid, een vriend of vriendin, collega, kennis. Ik was een innemend joch, ik was niet verlegen. Ik wist hoe ik de aandacht op me moest richten, dat had ik van mijn moeder geleerd.

Door die jeugd ben ik een wereldburger geworden. Ik voel me overal thuis. Ik leerde al jong mijn eigen ritme te bepalen. Er waren ook nadelen. Ik miste een stevig fundament. Ik was heel zelfstandig maar kon niet met geld omgaan. Het betalen van de huur behoorde niet tot mijn prioriteit. Je kan zeggen dat ik me jong bewust was van mijn mogelijkheden, maar niet van mijn verantwoordelijkheden.

Mijn vader heb ik vijf keer in mijn leven gezien. Op mijn tiende voor het laatst. Hij is overleden in 1996. Mijn vader had veel kinderen bij verschillende vrouwen. Ik ken er inmiddels negen, maar het zijn er waarschijnlijk meer. Alle kinderen zijn enigst kinderen van hem en hun moeder. Ik ook.

De laatste keer dat ik hem zag, nam hij me mee naar een café. Mannen hadden gedronken en raakten in discussie over iets. Mijn vader zei: het zit zo en zo en mijn zoon weet dat. En hij zette me op tafel. Een van de mannen protesteerde. ‘Wat weet zo’n kind nou?’ Mijn vader zei: ‘Praat niet zo tegen mijn zoon. Hij weet heel veel. Hij is slim.’ Dat was een ongelooflijk belangrijk en vormend moment voor mij. Hij zei feitelijk: Ik zie je en ik sta achter je. Als je bij mij bent, zal ik de wereld laten weten hoe belangrijk je voor me bent. Precies wat ik bij mijn moeder miste. Ik had een fysiek afwezige vader en een emotioneel afwezige moeder.

Het nomadenbestaan heb ik voortgezet tot ik 24 jaar geleden mijn huidige partner ontmoette. Mijn relatie met haar voelt als het tweede deel van mijn leven, met meer stabiliteit. Ik kon dat aan omdat ik veel vrijheid kon behouden. Ze geeft me de ruimte om te zijn wie ik ben. Maar ik leerde ook verantwoordelijkheid nemen. Samen hebben we vier kinderen.

Het vaderschap is mooi. Kinderen zijn spiegeltjes van jezelf. Door wat zij leren, ervaren en voelen, kijk je naar jezelf op een nieuwe manier. Je komt jezelf voortdurend tegen. Hoeveel nadruk leg je bijvoorbeeld op het belang van goede schoolprestaties? Ik heb zelf geen school afgemaakt en zit daar niet zo mee. Maar hun moeder heeft een hbo-opleiding. Zij kijkt er heel anders tegenaan. Daar hebben we nog wel eens een woordenwisseling over.

Als je white privilege hebt, hoef je het niet te zien. Juist als je het níet hebt, voel je de pijn

Mijn eerste serieuze baantje was fietskoerier in Amsterdam. Ik was zeventien, het was hartje winter en ik kwam net uit Suriname. Van 36 graden naar -5. Ik bracht pakketten rond. Ik stond toevallig bij de bedrijfsleider op een moment dat het erg druk was en nam de telefoon op die maar bleef rinkelen. Lang verhaal kort, ik heb daar drie jaar gewerkt als assistent. Een Surinaams jochie in een wit bolwerk. Zoals het overal wit was hoor. Ik voelde de ongelijkheid en wist dat ik harder moest werken dan anderen. Ik was ook bereid harder te werken.

Als je white privilege hebt, hoef je het niet te zien. Juist als je het níet hebt, voel je de pijn. Onrechtvaardigheid is van alle tijden. Zolang niemand zich verzet, gaat het door. Dat verzet zie je nu. Ik voel ook een verantwoordelijkheid om het bespreekbaar te maken.

Tot de coronacrisis had ik een talkshow in Capelle aan den IJssel. Met een klein gezelschap maakten mijn vrouw en ik er een gezellige avond van, waarin het verhaal centraal staat. Mijn specialiteit is gelaagde gesprekken. Ik stel vragen aan mensen die daarvoor open staan. Elke vraag die ik stel, moet ik bereid zijn om zelf te beantwoorden. De gesprekken gaan diep. Ik vraag wat iemand voelt en vertel wat ik voel. Ik vind het woord innerviewen beter passen dan interviewen. In zo’n setting kan je ook over white privilege praten. En dan merk je dat mensen die het eerder niet herkenden, tóch openstaan voor een gesprek.

Ik werk bij een transportbedrijf en ben daar ook mentor voor jonge jongens. Ik leer hen hoe ze een wasmachine veilig naar boven tillen via een smalle trap. En ik leer hen over zichzelf. Ik werk trouwens gewoon mee. Het is een baan die bij me past. Ik ben een fysiek gevoelsmens.

Ik ben gevormd door mijn jeugd. De grond om me heen is vaak losgewoeld en omgeploegd, maar ik heb diepe wortels. Het had ook verkeerd kunnen lopen. Maar dat is niet gebeurd. Ik luisterde naar mijn hart. Mijn inner stem.