Foute man eet een eitje en morst eigeel

Met het oog op de zeespiegelstijging kochten schrijver Bruno en academica Loes een woonschip. Een feuilleton van
Illustratie Olivia Ettema

‘Ze hebben het allemaal gelezen”, zegt Loes. „De meesten zeggen niks, maar ik hoor van Yoeki dat ze het er zelfs in haar appgroep over hebben. Hoe kom je erbij om dit soort dingen te roepen? Op de site van míjn faculteit!”

„Ssst!” Bruno heeft zijn vinger tegen zijn mond. „Moet je Ollie zien kijken. Als hij al kan denken, denkt hij nu dat zijn ouders uit elkaar gaan. En Yoeki telt niet, die is half mens half bloedhond met haar neus voor relletjes die er niet zijn.”

Hij kijkt naar het scherm: The object speaks back, staat er boven het interview. „Schrijver Bruno Dons noemde in zijn succesvolle debuut Surinaamse meiden ‘wild’ en heeft daar geen spijt van: ‘Natuurlijk mag ik dat schrijven.’ Als het allemaal keurig moet, hangt Dons zijn pen aan de wilgen.”

„Pen aan de wilgen. Dat kind is ook niet in d’r eerste clicheetje gestikt”, zegt hij.

Maar Loes, die net iets veelbelovends uit een potje in haar bruine haar heeft gesmeerd en met een handdoektoren op haar hoofd voor hem staat, vindt het niet om te lachen. Ze denkt dat het interview schadelijk voor haar reputatie is. Net nu ze misschien in aanmerking komt voor promotie.

„Dat is belachelijk”, zegt Bruno. „Dat weet je zelf ook. Ze kennen jou, toch? Het gaat toch om jouw kwaliteiten? Desnoods ook om jouw opvattingen, ook al vind ik dat niet bepaald professioneel, sorry dat ik het zeg.”

„Dat kan jij wel vinden, maar in de praktijk kun je menselijke kwaliteiten niet goed vergelijken. Dan gaat het er ook om of ze je iets gunnen. En mensen gunnen mensen met dezelfde opvattingen nu eenmaal meer. Die hoort bij ons, denken ze. Ik weet niet of ze dat bij mij nog denken. Ik ben nu verdacht geworden.”

„Het is een sekte daar bij jullie. Het is nooit anders geweest. Weet je nog hoe ze reageerden toen je zei dat je een vrije dag opnam, omdat je ging trouwen? ‘Wát?’ zeiden ze, compleet in shock. ‘Trouwen? Met een mán?’”

„Een wereldverbeteraar ben ik nooit geweest”, leest Loes voor. „Maar als de wereld er volgens jou beter van wordt als ik niet meer schrijf, ‘dan stop ik er wel mee’? Waarom zeg je dat als je helemaal niet van plan bent om te stoppen? Hoe denk je dat dat overkomt? En hier: ‘Liever dood dan woke’. Beetje de foute man uithangen! Je bent wel mijn man, hè?”

„Ik ben ook tegen discriminatie, hoor. Maar racistisch zijn we gewoon. Punt. Zwarten zijn het zelf ook. Chinezen ook. Deal ermee, pak de uitwassen aan, maar ga niet doen alsof je baalt van je witte privilege. En neem schrijvers geen neomarxistisch examen af. Dan blijft er weinig leuks over om te bestuderen voor je.” Hij kijkt langs haar heen en mompelt. „Het wordt zachtjesaan te genant om jezelf nog links te noemen.”

De dag was zo relaxed begonnen. Loes die thuis wilde blijven voor een beetje zomervakantiegevoel, gebakken eieren, Ollie die in zijn ondoorgrondelijke taaltje het hoogste woord voerde. Die zit nu doodstil voor zich uit te kijken.

„Er zit eigeel op je broek”, zegt Loes.

„Een foute man en nog een vieze man ook. Je boft ook niet, hè.”