Reportage

Dit was het laatste zetje om Libanon te verlaten

Beiroet Bill Al-Hussayni keerde terug naar Beiroet, met de hoop op een betere toekomst voor zichzelf en zijn kinderen. Zijn jongste dochter Ryme staat na de klap van afgelopen dinsdag echter op het punt om weg te gaan uit het door en door corrupte Libanon. „Ik dacht dat ik dit land kon veranderen.”

Bill Al-Hussayni (61) voor zijn buitenhuis in Bhamdoun, ten oosten van Beiroet.
Bill Al-Hussayni (61) voor zijn buitenhuis in Bhamdoun, ten oosten van Beiroet. Foto Dalia Khamissy

Wanneer het misgaat in Libanon, weten de Al-Hussayni’s wat hun te doen staat: ze blijven bij elkaar. Toen in de zomer van 2006 oorlog uitbrak tussen Hezbollah en Israël, liet vader Bill onmiddellijk het werk op een bouwplaats in Qatar uit zijn handen vallen. Binnen een paar uur stond hij op de luchthaven van Beiroet, haalde zijn twee dochters op en bracht hen naar zijn buitenhuis in de bergen. Kort daarna regende het Israëlische bommen boven de Libanese hoofdstad.

Afgelopen dinsdagavond voelde voor het gezin als een déjà vu. Bill (61) zat op de veranda van zijn buitenhuis toen hij werd opgeschrikt door een enorme knal. Een oranje rookpluim rees op aan de horizon. De vader twijfelde geen moment: het was weer oorlog. Hij sprong zijn auto in en reed de berg af. Op zoek naar zijn dochters, nu twintigers.

In Beiroet stond de jongste dochter Ryme gillend op een autoweg. Terwijl de glasscherven rond haar vlogen, probeerde ze haar vader te bellen. Hij deed hetzelfde, maar er kwam geen gehoor. „Zo gaat het altijd in Libanon”, aldus Bill. „Bij iedere explosie valt tien minuten het netwerk weg. Net genoeg om een hartaanval te krijgen.”

Uiteindelijk wist de vader zijn kinderen zoals altijd bij elkaar te brengen. In de woning van zijn oudste dochter Lana omhelsde het gezin elkaar. Het ouderlijk huis in het centrum van Beiroet was onbewoonbaar geraakt. „Alles ligt in puin”, vertelt Ryme. „We hebben die avond alleen maar gehuild.”

Maar dit keer ging Bill alleen terug naar de bergen. Zijn vrouw overleed jaren geleden aan borstkanker. Lana trouwde en blijft liever bij haar echtgenoot en pasgeboren baby. En Ryme heeft besloten dat het genoeg is. Ze wil Libanon voorgoed verlaten.

„Dat ik hier in mijn eentje zit, is een test”, vertelt Bill vanaf zijn veranda. De geur van warme pijnbomen hangt in de avondlucht. Twee gloeilampjes verlichten zijn schommelstoel. „Ik weet dat ik Ryme moet laten gaan, dus probeer ik of ik het aankan om haar langere tijd niet te zien”, vervolgt de vader. Hij neemt een slok van zijn bier en bijt op zijn lippen. „Tot nu toe gaat de test niet heel goed.”

‘Niemand luistert’

Eerder die dag helpt Ryme met puin ruimen in het verwoeste kantoor van an-Nahar, een Libanese krant waar ze sinds drie jaar als verslaggever werkt. „Ik dacht dat ik mijn land kon veranderen door de journalistiek in te gaan”, vertelt ze terwijl ze het gebouw uitloopt. „Ik wilde objectief zijn, problemen aankaarten. Maar niemand luistert.”

De explosie van afgelopen dinsdag bevestigde wat Ryme allang wist. Dat de autoriteiten ruim zes jaar lang 2.750 ton ammoniumnitraat lieten wegrotten in de haven van Beiroet, is volgens haar het zoveelste bewijs dat de Libanese regering niets om haar burgers geeft.

„Ik houd van Libanon”, zegt de jonge vrouw verbeten. „Maar overal zien we dezelfde corruptie, dezelfde incompetentie. Ik weet dat ik talent heb en wil doorgroeien in mijn vak, maar telkens loop ik tegen diezelfde muur aan. Er komt een moment dat je moet vertrekken.”

Dochter Ryme (25) in het ouderlijk appartement in Beiroet, dat ernstig beschadigd is door de explosies in de haven, afgelopen dinsdag. Foto Dalia Khamissy

Haar vader kan daarover meepraten. Toen op zijn zestiende de Libanese burgeroorlog uitbrak, besloten Bills ouders hem op een vliegtuig te zetten. De tiener kwam aan in Boston in de Verenigde Staten, waar hij naar een kostschool ging. Zonder vrienden en zonder familie.

Maar de jonge Bill – die als ‘Bilal’ geboren werd maar zijn naam liet veranderen om minder gediscrimineerd te worden – zette door. Hij leerde Engels, studeerde bouwkunde, verhuisde naar Canada en trouwde in 1989 met Rachida. Het stel kreeg twee dochters: Lana en Ryme.

Ook professioneel ging alles voor de wind. Bill gaf leiding aan grote bouwprojecten in zowel Canada als de VS en verdiende goud geld. Maar na een kort familiebezoek aan Libanon in 1996 begon het te knagen. „Mijn ouders waren niet de jongsten meer”, zegt hij. „Ik wilde dat Lana en Ryme de kans zouden krijgen om hun opa en oma te leren kennen.”

Eerst probeerde Bill een tussenweg: hij stuurde zijn vrouw en kinderen naar Libanon en bleef zelf in de VS om hen te kunnen onderhouden. Maar het lukte niet. Ook toen al kon de jonge vader het niet aan om zijn dochters langere tijd niet te zien. Toen zijn eigen vader overleed, besefte Bill dat zijn avontuur voorbij was. „Mijn moeder had niemand om voor haar te zorgen”, zegt hij. „Ik moest terug naar Libanon.”

Met open armen ontvangen

Daar werd hij met open armen ontvangen. Het was de tijd van de wederopbouw en iedereen zat te wachten op een jonge bouwkundige uit Amerika. Een paar jaar na zijn aankomst in Libanon vertrok Bill alweer naar de golfstaten. Voor Libanese ministers en kroonprinsen uit de gehele regio werkte hij aan stuwdammen, bruggen en appartementencomplexen. Maar iedere tien dagen keerde hij terug naar zijn dochters.

Aan geld geen gebrek. Bill kreeg een dik salaris, een schitterend appartement, een eigen chauffeur – en een inkijk in de wereld van de Libanese elite. „Het zijn nog altijd dezelfde mannen die elkaar in de burgeroorlog te lijf gingen”, vertelt hij. „Overdag zijn het vijanden, maar ’s avonds drinken ze samen. En ieder jaar worden ze ouder, rijker en corrupter.”

In 2018 was het feest voorbij. Bill werd te gronde gericht door dezelfde mannen die hem al die jaren verrijkten. In de jaren daarvoor had hij miljoenen geïnvesteerd in een bouwproject voor de Libanese regering. Maar op het moment dat zijn aandeel moest worden uitbetaald, dwong zijn opdrachtgever hem zijn beloofde geld af te staan. „Ze zeiden dat ze wisten waar Lana en Ryme woonden”, zegt Bill. „Ik heb meteen getekend.”

Een jaar later ging Ryme de straat op. Samen met honderdduizenden andere Libanezen demonstreerde ze in oktober 2019 tegen de graaizucht van de politieke klasse die haar vader ten val had gebracht. Bill probeerde haar tegen te houden. „Niet omdat ik haar niet begreep, maar omdat ik wist dat er niets zou veranderen.”

Lees ook In de verwoeste stad is iedereen geschokt. En vooral woedend

Angst voor een burgeroorlog

Hij kreeg gelijk. De politieke leiders van Libanons en verschillende religieuze sekten speelden behendig in op de angst voor een nieuwe burgeroorlog. Soennieten, sjiieten, christenen en druzen die in oktober even verenigd leken, slaagden er niet in deze angst te overwinnen en een gezamenlijke politieke beweging op te richten. De coronacrisis deed de laatste protesten de das om.

Ondertussen zonk de Libanese economie verder in elkaar. Het financiële wanbeleid van de regering leidde tot hyperinflatie en een van de hoogste staatsschulden ter wereld. De Libanese munt verloor in een paar maanden tijd tachtig procent van haar waarde. Libanezen zagen hun spaargeld als sneeuw voor de zon smelten.

Ryme’s maandsalaris is inmiddels nog geen 200 euro waard. Bill ziet zijn spaargeld snel slinken en weet niet hoe hij de reparatie van zijn verwoeste appartement in Beiroet kan betalen. „Maar het ergste is dat ik mijn dochters niet meer de toekomst kan bieden waar ze van dromen”, zegt hij. „Daar heb ik al die jaren voor gewerkt.”

En dus trekt zijn jongste dochter haar eigen plannen. Ryme is van plan om terug te keren naar Canada en daar een master aan een universiteit te doen. Voor het eerst in jaren voelt ze zich niet meer schuldig om haar land achter te laten. „Ik heb geprobeerd om Libanon te veranderen”, zegt ze. „Maar toen ik in oktober zag dat alles hetzelfde bleef, wist ik dat er hier geen toekomst meer is.”

Achteraf gezien had Ryme liever gehad dat haar vader nooit uit Canada vertrokken was. „Dan was ik niet verliefd geworden op Libanon”, zegt ze. „Hoe vreemd het ook klinkt, ik houd van dit land. De mensen, het landschap, het eten, mijn vrienden, alles. Het doet pijn om dat achter te laten.”

Terwijl de avond ten einde komt, probeert Bill zich sterk te houden. In gedachten verzonken aait hij zijn Belgische herder, Whisky. „Nu al bel ik Ryme duizend keer per dag”, zegt hij. „Ik weet niet hoe ik het uithoud als ze hier niet meer is.”

Maar diep van binnen weet de vader dat zijn dochter gelijk heeft. „Ik had hetzelfde gedaan”, geeft hij toe. „Ryme en ik zijn in feite hetzelfde. Juist daarom vrees ik dat ze het zwaar gaat krijgen.”