Reportage

Nederland en België: twee botsende coronaregimes

Aan de Nederlands-Belgische grens trekt corona een lijn in het zand. ,,De overburen feesten zonder mondkapjes. Ik moet ‘m op en heb een avondklok.”

Kentekenregistratie bij de Belgisch-Nederlandse grens.
Kentekenregistratie bij de Belgisch-Nederlandse grens. Foto Merlin Daleman

‘Kijk, dat zijn Hollanders!” Geërgerd wijst Vlaming Marcel Wouters naar de overkant, waar twee fietsers richting grensdorp Putte rijden – zonder mondkapjes. „Dan weet je dus genoeg. Ik begrijp niet waarom ze dat risico nemen. De kans dat ze mij besmetten is groot.”

Al zijn hele leven woont hij in de Nederlands-Belgische grensstreek. „Hier wist je van elkaar niet meer uit welk land de ander komt.” Maar door corona is de grens weer terug, zegt Wouters (80). Al jaren is hij lid van een kaartclub met Belgen en Nederlanders. „Maar onlangs hebben we besloten elkaar niet meer te zien zolang corona duurt.”

Sinds de uitbraak van het virus kennen België en Nederland verschillend coronabeleid. Grofweg: mondkapje op versus mondkapje af. Streng en bestraffend in België, losjes en afwachtend in Nederland. Veel Belgen vinden de Nederlandse aanpak ‘te Zweeds’. In Nederland wordt juist gewezen op de slechte coronacijfers in België, dat met ruim 70.000 besmettingen en bijna 10.000 doden in relatieve zin hoort bij de zwaarst getroffen landen van Europa. Eind juli verklaarde Nederland de provincie Antwerpen, waar de besmettingsgraad snel steeg, tot ‘oranje gebied’: niet-essentiële reizen worden afgeraden en mensen die er toch zijn geweest wordt geadviseerd twee weken in quarantaine te gaan. Voor Antwerpenaren – bijna twee miljoen in de hele provincie – geldt een avondklok.

Tussen de Zeeuwse grenspaal 269 en het Brabantse Bergeijk, in het gebied waar Nederland grenst aan de Vlaamse provincie Antwerpen, is de vertwijfeling groot. Wie heeft er nou gelijk? De ‘bange Belg’ of de ‘hautaine Hollander’? Op pad door een regio waar corona een lijn trekt in het zand.

Putte

Nergens in de grensstreek splijt corona de samenleving zo zichtbaar als in Putte. Sla je op het grote kruispunt linksaf naar het Vlaamse Putte, dan waarschuwen borden voor strenge maatregelen: mondkapje verplicht voor iedereen boven de twaalf en verboden de straat op te gaan tussen 23.30 uur en 6.00 uur. Wie de onlangs ingevoerde avondklok niet respecteert, riskeert een boete van 1.600 euro. Vlamingen lopen en fietsen er met kapje op. Een enkeling trekt ’m balorig van het hoofd bij het oversteken van de straat, waar het Nederlandse Putte begint.

,,De Nederlandse overburen feesten vrolijk verder zonder mondkapjes. Maar ik moet ’m op en heb een avondklok.” Anneke Debaas van Cafetaria Puttegrens vindt „de kakofonie aan regeltjes gekmakend”. Haar snackbar staat aan de Nederlandse kant van Putte, maar haar woning, twintig meter verderop, staat in Vlaams Putte. Als haar zoontje plots op zijn step het kruispunt oversteekt, rent ze er bezorgd, zonder mondkapje, achteraan. Even later, terug aan het frituur: „Als de Vlaamse politie me had gezien, had ik een boete van 250 euro gekregen.” De avondklok vindt ze nog het ergste. „Mijn hond moet altijd rond middernacht een piske doen. Voor hem geldt die avondklok niet, voor mij wel. Ik kan ’m toch moeilijk in z’n eentje de straat op sturen?”

Vlaamse eigenaresse van cafetaria Puttegrens, Anneke Debaas.
Foto Tijn Sadée
Putte, België.
Foto Tijn Sadée
Vlaamse eigenaresse van cafetaria Puttegrens, Anneke Debaas aan de Nederlandse kant en daarnaast Putte aan de Belgische kant.
Foto’s Tijn Sadée

Ze „schaamt” zich voor haar land. „De Belgische regering heeft gefaald. Eerst was er door geklungel van Belgische politici een enorm tekort aan mondkapjes. Toen zeiden de virologen dat die kapjes toch niet werkten. Toen waren de kapjes er wel en nu moeten we ze van de politici en diezelfde virologen verplicht dragen.”

Het is juist de Nederlander die dwaalt en zich waant „in een Asterix-dorpje met een toverdrank genaamd ‘gezond boerenverstand’”, sneerde de Vlaamse schrijver Tom Lanoye deze week in NRC. Volgens Lanoye wordt Nederland vanzelf ingehaald door de werkelijkheid en maakt de mondkapplicht er een opmars. Maar Debaas hoopt dat het Nederland bespaard blijft. „Die kapjes helpen toch niet. Met dit warme weer heb je meteen een kletsnatte lap aan je mond, een broeinest voor het virus.”

Loenhout

Zelfs de man in een rolstoel, op de stoep in Loenhout, heeft een kapje op. Vanuit het Vlaamse grensplaatsje naar rechts de N1 op, richting het Nederlandse Zundert, passeer je de vervallen gevel van Shoarma Frontière. De rolluiken zijn naar beneden. Maar bij het kleine tankstation tegenover Feestzaal De Grens is het druk. Nederlanders staan er in de rij voor goedkope benzine. Angelique Rosenberg is er in haar rode Fiatje speciaal voor overgekomen vanuit het Brabantse Etten-Leur. Morgen gaat ze op vakantie. „Nog snel even scoren”, zegt ze. „1,27 euro voor een liter super!”

Ze tankt zonder mondkapje. „Het is ook zo verwarrend. Is een tankstation in België nou een publieke ruimte waar het kapje óp moet?”

Net over de grens, in Parc Patersven, komen twee jonge Litouwse mannen het terrein op rijden. Het bungalowpark is deels bewoond door arbeidsmigranten uit Oost-Europa. De Litouwers hebben er een zware, hete dag op zitten. Ze werken in het Belgische Tienen. „De hele dag moet je daar je kapje op, nu kan-ie af”, zucht een opgeluchte Algimantas. Zijn vriend Elonas haalt een vies en verkreukeld kapje tevoorschijn en smijt ’m triomfantelijk op de achterbank.

Arie Graafland kocht er met het oog op zijn aanstaande pensionering onlangs een bungalow en haalde een hond uit het asiel. Met zalmkleurige alpinopet op, hond aan de lijn, wandelt hij door Patersven. Soms gaat hij wijn halen over de grens, bij de Belgische slijter naast het goedkope tankstation. „Officieel is dan het voorschrift dat ik na de wandeling, terug in Nederland, twee weken in quarantaine moet. Maar niemand houdt zich daar natuurlijk aan.”

Zundert

Tien kilometer verderop, in Zundert. Bij de tank (1,549 euro voor een liter) naast de Eros Privé is niemand te bekennen. Bij seksclub Diana staan alleen auto’s uit Nederland op de parkeerplaats, discreet aangelegd achter de villa, omzoomd door struiken. „Hier is iedereen welkom, ook de Belg”, zegt de gastvrouw, een zongebruinde vijftiger. „Zolang je in de club maar je gezond verstand gebruikt.”

In de binnentuin van een café in het Zundertse centrum genieten René en Lutgaard Van Donink uit het Vlaamse Vosselaar van hun witte wijn. „Vooral met deze hitte, als je bijkans stikt achter je kapje, is het heerlijk om in Nederland over straat te kunnen zónder”, zegt René. Ze moeten het houden bij dagtochtjes, want wie als Belg langer dan 48 uur in het buitenland verblijft moet bij thuiskomst een formulier invullen – de Public Health Passenger Locator Form, dat het risicoprofiel van de thuiskomer in kaart brengt.

Te veel gedoe, vinden de Van Doninks. Ze rijden liever dagelijks, de fietsen achterop de auto, op en neer tussen Vlaanderen en Nederland.

De eigenaar van de golfshop in Rijsbergens sleept een manshoge reclamepop, mét mondkapje.
Foto Tijn Sadée
Seksclub Diana in Zundert.
Foto Tijn Sadée
De eigenaar van de golfshop in Rijsbergens sleept een manshoge reclamepop, mét mondkapje, rechts seksclub Diana.
Foto’s Tijn Sadée

Aan de lintweg door het nabijgelegen Rijsbergen sleept de eigenaar van de golfshop rond sluitingstijd met een manshoge reclamepop: een golfer in full swing. De pop heeft een mondkapje op. Een ludiek geintje, zegt de eigenaar. „In Nederland gaan we met dat hele coronagedoe nou eenmaal wat luchtiger om. Ik hoop alleen wel dat de Chinezen stoppen met het eten van vleermuizen die het virus verspreiden. Die beesten moet je niet verkopen op de markt in de open lucht. Daarom zitten we nu met al die ellende.”

Breda

De stad is opgeschrikt door het stijgende aantal besmettingen, vooral onder jongeren. Bijna 60 procent van de nieuwe besmettingen tijdens de huidige heropleving van het virus is jonger dan dertig jaar.

Op het terras van het Bredase Café Belgique, van de Vlaamse Arlett Vanderheyden, is het stampvol. Mondkapjes draagt niemand. Vanderheyden ziet erop toe dat gasten aan hun bartafel blijven zitten. „Ertegenaan leunen en op en neer lopen mag niet.”

Vanderheyden, getrouwd met een Nederlander, woont al jaren in Breda. Haar bejaarde vader woont over de grens in een Antwerps woonzorgcentrum. In de maanden dat heel Europa op slot ging regelde ze een hoogwerker. „Die heeft me tot aan het raam van pa getakeld. We hebben naar elkaar gezwaaid.”

Nu is Antwerpen „opnieuw een no go-zone”, zegt ze. „Ik ben er niet meer welkom.”

De volgende dag, op het Bredase stadhuis, zit burgemeester Paul Depla alleen in zijn werkkamer. Zwarte jeans en een strak wit hemd er slordig ingestoken. De uitstraling van de eeuwige kwajongen. Het enige zorgeloze moment tijdens het gesprek is als hij wijst naar de wanden die hij heeft volgehangen met kleurige lp- en cd-hoezen. Het roept beelden op van een jeugd van vrijheid en rock-’n-roll. Nu is hij de burgemeester die jongeren in Breda moet confronteren met de inperking van hun vrijheid. Hij kampt met het probleem dat veel jonge coronapatiënten niet meewerken aan bron- en contactonderzoek. „Voor hen voelt het alsof ze hun vrienden verklikken. Hoe overtuigen we ze dat hun medewerking cruciaal is? Financieel belonen dan maar? We bestuderen alle opties.”

Cafe Belgique in Breda. Foto Tijn Sadée

De stijging van besmettingen in zijn stad wijt hij deels aan de nabijheid van Antwerpen. „We moeten van coronabeleid lokaal maatwerk gaan maken. In grensregio’s moet beleid naar elkaar toegroeien. Waarom mag je in het Nederlandse Baarle-Nassau zónder kapje door de winkelstraat, en de hoek om in de Vlaamse enclave Baarle-Hertog moet ’t mét? Maar afstemming van beleid is er niet, omdat Nederland en België totaal verschillende bestuursstructuren kennen.”

Galderse meren

Depla heeft het Bredase recreatiegebied de Galderse Meren verboden verklaard voor Belgen. „Natuurlijk doet dat pijn. Wat je als gastvrije grensstad níet wil doen, is een hek erom heen zetten. Toch is dat wat er nu gebeurt.”

Aan de ingang van het recreatiegebied via de Rijsbergse weg stuit ik op de eerste blokkade. Omrijden, klinkt het bevel. „En met uw Belgische kenteken komt u er sowieso niet in!”

De sluiproute proberen vanuit Hazeldonk? Zinloos. Ook daar een blokkade.

Vanwege mijn standplaats Brussel rij ik als Belg rond, maar ik heb mijn Nederlandse paspoort bij me. Snel vis ik uit de stapel documenten in het dashboardkastje de inmiddels vergeelde ‘werkurgentieverklaring’, nog uit mei, toen ik voor NRC reisde door een Europa in lockdown. Het document was toen bittere noodzaak. Misschien komt-ie weer van pas?

Bij de andere ingang worden twee agenten opgetrommeld. Het NRC-document overtuigt. De vrouwelijke agent: „Het is niet leuk dat we plots onze buren moeten weren.” Haar collega, al even weemoedig: „Corona doet rare dingen met ons.”

Aan de oevers van de plas chillen jonge Bredanaars. Een Pools gezin strijkt neer met een gettoblaster en een goed gevulde koelbox.

Bels lijntje

In brasserie Den Bonten Os, in het Vlaamse Baarle-Hertog, serveert de Nederlandse Ira een koude Duvel. Binnen staat luide muziek op: Hollandse smartlappen. Buiten zitten aan een plastic terrastafel haar enige klanten. Verhit en aangeschoten delen ze de wildste coronacomplottheorieën.

Ira zucht. De kroeg heeft amper klandizie. „Ik heb andere slechte periodes gekend. Ook deze gaan we wel weer overleven.”

Over het Bels Lijntje, het grensfietspad dat dwars door Baarle loopt, komt huisarts Roy Remmen aangereden. Hij houdt hier praktijk en is daarnaast hoogleraar huisartsengeneeskunde aan de Universiteit Antwerpen.

„De grens loopt dwars door mijn huis.” Hier botsen „het Nederlandse laisser-faire en het Belgische beleid van straffen.”

Remmen: „Je moet de bevolking niet behandelen als een klein kind. Ik fietste gisteren naar mijn schoonmoeder voor het avondeten. Dan moet ik de grens over door het bos naar België. Dan fietst men daar met een kapje op. Onzin. Dat virus waart niet rond in een bos.”

Hij pleit voor meer inzet van huisartsen die de lokale situatie beter kennen. „Stuur voor bron- en contactonderzoek niet een bestuurder uit de verre hoofdstad. Laat dat aan de huisarts over, dat is vertrouwder.”

Een Roemeense arbeider in Baarle-Nassau.
Foto Tijn Sadée
Baarle-Hertog.
Foto Tijn Sadée
Een Roemeense arbeider in Baarle-Nassau, daarnaast Baarle-Hertog.
Foto’s Tijn Sadée

Langs de weg, even buiten Baarle-Nassau, houdt een twintigtal Poolse en Roemeense arbeiders pauze in het veld. Een Roemeense haalt een verfrommeld kapje uit haar broekzak. ,,Moet ‘ie op of af? Waar ben ik eigenlijk?” Haar collega’s komen niet bij van het lachen.

Snel veren ze op als ploegbaas Alexander, een goedlachse man uit het Roemeense Craiova, de auto langs het veld parkeert. Hij is de enige die Nederlands spreekt. „Vandaag werken we in Nederland, dus kapjes af, gelukkig maar!”