Opinie

Alleen maar ‘nee, nee, nee’ is niet slim

In Europa

Welk Europees land bokst het meest boven zijn gewicht? Dit was één van de vragen die de denktank ECFR dit voorjaar stelde aan achthonderd mensen in 27 EU-lidstaten die zich bezighouden met Europese zaken – bij ministeries, universiteiten, denktanks, enzovoort.

Raden welk land op deze vraag het hoogst scoorde? Nederland.

Natuurlijk, dit soort ranglijsten zijn maar een momentopname. Volgend jaar is het resultaat weer anders. Toch zeggen ze iets over Europa en hoe Nederland daarin functioneert. De resultaten tonen, behalve het groeiende primaat van Duitsland en Frankrijk, twee opvallende dingen. Ten eerste: Nederland is, na Brexit, het derde meest gecontacteerde land in Europa. En na Berlijn en Parijs wordt Den Haag het meest invloedrijk genoemd. Té invloedrijk, vinden velen echter. Dit is het tweede opvallende punt: Nederland wordt als het vierde meest teleurstellende land in Europa beschouwd, na Hongarije, Polen en Frankrijk. Vandaar dat veel respondenten zeggen dat we een te grote broek aanhebben.

Wat dit allemaal betekent? Dat Nederland na Brexit zijn plek in Europa nog niet heeft gevonden. Zeker, Den Haag blijft de noordelijke, liberale standpunten waar het voor staat uitdragen – ook nu de Britten, die we soms als machtige toeter gebruikten, weg zijn. Maar Nederland doet dit op een manier die anderen irriteert. Het is negatieve invloed. Dat is niet slim.

De peiling is van maart-april, toen Frankrijk en Duitsland hun corona-herstelplan optuigden, gekoppeld aan de Europese begroting. Nederland moest daar niets van hebben en trok met wat ‘vrekkige’ landjes fel van leer.

Zoals Gideon Rachman in de Financial Times schreef: als de Britten nog in de EU hadden gezeten, hadden ze niet aan het Frans-Duitse plan meegedaan. Tijdens de eurocrisis weigerden ze al eurolanden via de Europese begroting te financieren. Toen moest de eurozone zijn eigen noodfonds bouwen. Als de Britten er dit voorjaar bij hadden gezeten, en ze hadden weer nee gezegd, wat had Nederland dan gedaan? Was het, zoals in 2010, met Frankrijk en Duitsland meegegaan? Of was het de Britten gevolgd, althans een tijdje, zodat het Parijs en Berlijn tot zware concessies kon dwingen? Moeilijk te zeggen. Maar het laatste is niet uit te sluiten, vooral niet als eurolanden Oostenrijk en Finland hadden meegedaan en Nederland niet alleen had gestaan. Dit had de eurozone verdeeld, en had het Macron-Merkelplan misschien niet getorpedeerd, maar wel ingrijpend veranderd.

Met de Britten erbij was het Macron-Merkelplan er in deze vorm niet gekomen. Zónder Britten heeft premier Rutte, met vier kleintjes, op de Europese top in juli concessies en geld afgedwongen. Maar de omvang en structuur van het plan – collectieve financiering via de Europese begroting – zijn intact gebleven. Daaraan heeft hij weinig veranderd.

Frankrijk en Duitsland zijn na Brexit dominanter geworden. Àls ze het ergens over eens zijn en ze vinden wat bondgenoten, dan moet je van goeden huize komen om ze te stoppen.

Als Nederland invloed wil houden in een Europa dat door geopolitieke ontwikkelingen drastisch zal veranderen, moet het meer optrekken met Duitsland en Frankrijk. En daar ook duidelijk over zijn. Get real: zo liggen de verhoudingen. Dat betekent niet klakkeloos volgen wat Berlijn en Parijs doen, maar wél beter in de gaten houden welke kant zij opgaan om niet steeds voor verrassingen te staan. Ditmaal was Nederland er te laat bij. Velen voelden het aankomen. Angela Merkel gaf vroege hints. Den Haag besefte pas wat er gebeurde toen het Macron-Merkelplan al stond.

Als je erbij bent, kun je bijsturen. Nu hadden we alleen ‘nee, nee, nee’.

Na Brexit werkt dit niet meer. Integendeel: het versterkte de relaties tussen Duitsland, Frankrijk, Spanje en Italië. De vier leiders bellen elkaar nu elke dag. Ook zo benieuwd naar de ranglijst van 2021?

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.