Opinie

Zien we een T-shirt, of zien we de uitbuiting?

Columnist Amade M'charek
Columnist Amade M'charek

Vorige week ontving ik een WhatsApp-bericht van mijn nichtje uit Tunesië: „Ik heb je een video gestuurd. Je moet kijken.” Een fragment midden op zee. Een boot in nood en opgewonden stemmen die de bemanning toeschreeuwen. „Spring aan deze kant! Springen!” roept een stem in het Arabisch. Mensen springen in het water. De stemmen worden onrustiger. De achterkant van de boot zakt langzaam in het water, om vervolgens onze kant op te kantelen. Alles wat los zit wordt met een noodgang naar de reling geslingerd. De stemmen vervormen in een collectief gekerm, om vervolgens weg te ebben. „Ya Latif”, oh zachtaardige. Met een treurige stem wordt Allah aangeroepen. En zo zijn wíj met deze „omstanders”, die vanuit een andere boot dit drama vastlegden, getuige van de dood.

Een bevreemdende fysieke sensatie. Getuige te zijn van de dood in slow motion. Onmiddellijk gaan mijn gedachten naar die andere film, die niet lang geleden datzelfde gevoel teweegbracht, de dood van George Floyd.

Overeenkomsten, maar ook verschillen. Want terwijl wij ons eindelijk collectief in beweging hebben gezet tegen racisme, stierven alleen al in de maand juni 111 ‘zwarte’ mensen in de Middellandse Zee. Geen haan die ernaar kraait. De getallen zijn zelfs verrassend. Want je zou verwachten dat de glans van Europa door corona zou tanen. Maar sinds maart hebben meer dan 22.000 mensen de overtocht gewaagd.

Terwijl we hier een crisis aan het bevechten zijn, ontsnappen de chronische problemen van de wereld aan onze aandacht. Terwijl de intensive care dag in dag uit de hoofdrol speelde, bleven de sociale gevolgen van de coronamaatregelen ook in ons land buiten beeld. Deze focus op de IC is symptomatisch voor een neiging tot verkokering. De ‘IC’ is misschien een goede metafoor voor onze weigering om verbanden te zien. Een weigering om ook maar de vraag te stellen of wij misschien een aandeel hebben aan de migratiestromen en het sterven op zee. Misschien niet als dader, maar als „omstander”, iemand die met de rug naar de geschiedenis staat.

De dood van George Floyd heeft debat op gang gebracht en ruimte gemaakt voor verhalen over racisme en uitsluiting. Maar zoals vaker is opgemerkt heeft corona hierbij als een vergrootglas gewerkt en structurele verschillen en ongelijkheden in beeld gebracht, inclusief het structurele karakter van racisme.

Denk aan de mensonterende omstandigheden waaronder Roemenen in de vleesverwerkende industrie werken. Typisch West-Europees racisme jegens Oost-Europese werknemers. Racisme? Ja, racisme. Historisch gezien lieten noch het racisme noch de rassenleer zich tot kleurverschillen beperken en ging het om een veel breder register aan fysieke, religieuze en culturele kenmerken. Die situatie van de Roemeense arbeiders, een schaamteloze, formeel afgedekte uitbuiting, deed mij denken aan mijn vader en zijn lotgenoten die in de jaren zeventig hier naartoe werden gehaald om via koppelbazen, slapend in tochtige barakken het ‘vuile werk’ te doen.

Een halve eeuw later bouwen we onze rijkdommen nog steeds op het bloed, zweet en tranen van een onzichtbare onderklasse die we minderwaardig achten. Zolang we de ogen niet openen voor de wereldwijde en historische verbanden van uitbuiting en uitsluiting, blijft ons T-shirt gewoon een goedkoop T-shirt. We zien daardoor niet dat het misschien een karig loontje oplevert voor een paar mensen, maar onleefbaarheid voor velen, die vervolgens op drift raken. Recent vertrokken veel boten uit Libië met mensen uit Bangladesh.

Het leggen van verbanden levert geen mooi plaatje op. Maar het is wel een begin, een belofte, van een politiek die voorbij racisme en wij versus zij gaat.

Amade M’charek is hoogleraar antropologie van de wetenschap aan de UvA. Ze vervangt Clarice Gargard tijdens haar vakantie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.