Reportage

Vluchttrauma’s horen via Skype

Digitaal asielproces Sinds de coronacrisis interviewt de IND veel asielzoekers via een videoverbinding. Maar niet elk gesprek leent zich hiervoor.

Boven: het IND-gebouw in Zevenaar. Onder: IND-medewerker Aimé tijdens een gehoor, dat nu via Skype plaatsvindt.
Boven: het IND-gebouw in Zevenaar. Onder: IND-medewerker Aimé tijdens een gehoor, dat nu via Skype plaatsvindt. Foto Merlin Daleman

Zilan glimlacht ongemakkelijk in de webcam. De Syrische vrouw heeft het afgelopen uur vragen beantwoord van Aimé van immigratiedienst IND, over haar vluchtverhaal. Nu wil Aimé haar politieke voorkeur weten. Wegens privacy willen de vrouwen niet met hun volledige naam in de krant.

„Wat is uw persoonlijke mening over de heer Assad?”, vraagt Aimé.

„Ik heb geen verstand van politiek”, aarzelt de Syrische vrouw.

Daar neemt Aimé (40), achttien jaar werkzaam bij de IND, geen genoegen mee. „Heeft u er geen mening over, of wilt u uw mening niet geven?”

„Ik heb geen verstand van zulke zaken. Ik wil alleen maar veiligheid.”

Een doordeweekse zomerochtend in Zevenaar. Aimé zit achter een laptop in een rechttoe-rechtaan kantoorpand vlak bij het treinstation. Voordat de coronacrisis uitbrak midden maart, ontving Aimé asielzoekers in dit krappe kamertje, maar nu neemt de IND wekelijks gemiddeld honderdzestig ‘gehoren’ af via een videogesprek, ongeveer zes van de tien gesprekken. Ze spreken mensen over hun asielaanvraag. Vandaag Zilan, die dertig kilometer verderop zit in het asielzoekerscentrum in Zutphen.

„Telehoren”, noemt de IND het. Via de bedrijvenversie van Skype worden asielzoekers aan de tand gevoeld. Ze moeten vragen beantwoorden over hun vertrek en vertellen waarom zij juist in Nederland een verblijfsvergunning aanvragen. Nog voor het ‘horen’ op afstand begon, bleek dat de IND niet via de eigen ‘beveiligde omgeving’ videogesprekken kon voeren. De dienst leende voor bijna een miljoen euro per jaar vijfhonderd laptops van de Dienst Justitiële Inrichtingen, die net als het IND onderdeel is van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Lees ook: Data slachtoffers mensenhandel op internet gezet

Bij de koffieautomaat

In het begin was het wennen, zegt Aimé. Normaliter breek je het ijs bij de koffieautomaat. Zie je gelijk of iemand zenuwachtig is. „Gefriemel met een pen of papiertje, een wiebelend been , dat mis je nu.” Bovendien focus je bij het videobellen op geluid – dat kost energie. Urenlange gesprekken vindt ze ongeschikt om via de videochat af te doen. Vooral kansrijke asielaanvragen uit Syrië, Jemen en Turkije worden via Skype afgehandeld.

Zilan is een Syrische Koerd van begin dertig. In 2014 vluchtte ze met haar echtgenoot en zoon voor de oorlog en belandde ze in Turkije, vertelt ze. Na talrijke ruzies met haar man keerde ze na anderhalf jaar terug. Maar in Syrië bleef het onrustig. Op straat was het onveilig. „Ik was bang ontvoerd of verkracht te worden.”

In 2019 vluchtte ze opnieuw. Via Turkije reisde ze naar Griekenland om uiteindelijk in oktober vorig jaar in Nederland te arriveren. Ook een oom, tante en nichtje van haar verblijven hier. Asielzoekers die in Nederland asiel aanvragen moeten zich, volgens de wet, binnen 48 uur melden. Zilan klopte na drie dagen aan bij het aanmeldcentrum in Ter Apel.

„U heeft zich niet direct gemeld”, zegt Aimé. „Heeft u daar een specifieke reden voor?”

„Ik wist de weg niet, was uitgeput en moest bijkomen. Op het vliegveld kwam ik iemand tegen die hulp bood.”

Aimé knikt vriendelijk, glimlacht: „Waar verbleef u?”

Zilan, verlegen: „Bij de man van het vliegveld.”

„Bent u bereid zijn gegevens te geven?”

„Ik heb geen gegevens van hem. Ze noemden hem aboe.”

„Aboe?”

Een vaag verhaal, zegt Aimé in de pauze. De man is waarschijnlijk familie of een kennis van Zilan, vermoedt Aimé, en de Syrische is misschien bang om dit te vertellen omdat ze vreest dat dit haar asielprocedure negatief kan beïnvloeden.

Stoort dit de IND-medewerker? Aimé, ontwijkend: „Wij doen niet aan waarheidsvinding. We stellen vragen voor een zo compleet mogelijk beeld.” En de IND zoekt naar overeenkomsten: vluchtverhalen met veel gelijkenissen kunnen duiden op voorgekookte asielverhalen die zijn ingefluisterd door mensensmokkelaars die het asielsysteem proberen te misbruiken.

Dat gebeurde vorige maand. Een juridisch adviseur uit Helmond liep tegen de lamp. Hij kreeg van de rechtbank Oost-Brabant een celstraf van drie jaar en een boete van een paar ton opgelegd, omdat hij vluchtverhalen verkocht aan asielzoekers uit Iran, Irak en Afghanistan, voor 4.000 tot 9.000 euro per ‘klant’.

Het komt ook voor dat asielzoekers uit veilige landen zich voordoen als Syriërs, zegt Aimé. Als ze naar hun woonomgeving vraagt, vallen ze vaak door de mand. „Ze kennen de beroemde gebouwen niet.” Fictieve bekeerlingen claimen om geloofsredenen te zijn gevlucht. En er zijn soms asielzoekers die homoseksualiteit veinzen om papieren te krijgen.

De afgelopen tijd nam de IND ook complexere gehoren af via Skype. Bijvoorbeeld bij asielzoekers van wie onzeker is of ze mogen blijven. Onterecht, vindt VluchtelingenWerk, dat asielzoekers helpt bij hun integratie. Beeldbellen is niet geschikt voor het bespreken van „traumatische gebeurtenissen waar soms lang niet over gesproken is”, zegt een woordvoerder, en het bemoeilijkt het gesprek over persoonlijke vluchtmotieven, zoals seksuele geaardheid of religie. VluchtelingenWerk vreest dat asielzoekers hier in een videogesprek „helemaal niet over durven te beginnen en onterecht worden afgewezen”.

De IND erkent dat niet alle aanvragen geschikt zijn voor telehoren. Getraumatiseerde asielzoekers of vluchtelingen met medische klachten zijn te kwetsbaar. Een aantal gesprekken is vroegtijdig beëindigd en wordt persoonlijk overgedaan, zegt de manager van Aimé.

Het gehoor is bijna afgelopen. „Stel dat de IND u afwijst”, zegt Aime tegen Zilan, „misschien een lastige vraag: voor wie bent u bang?”

Voor het Vrije Syrische Leger en het Turkse leger, antwoordt Zilan. De twee legers maken de dienst uit in haar buurt, vertelt ze, en hebben het gemunt op Syrische Koerden.

„Heeft u ooit problemen met ze ondervonden? Bent u ooit benaderd door het Koerdische vrouwenleger?”

Nee, nee, zegt Zilan.

„Mag ik u vragen wat u had gedaan als ze dat wel zo was geweest?”

Zilan lacht ongemakkelijk: „Ik kan niemand doden.”

„Is uw ex ooit benaderd door het Koerdische leger?”

„Toen de problemen begonnen zijn we direct gevlucht.”

„Wat vindt u zelf van de situatie in uw land?”

„Het is een mooi land: ik ben er geboren, maar ik ben er niet veilig.”

Tot besluit heeft Zilan ook een vraag voor IND-medewerker. Haar zoon zit bij haar ex in Turkije en ze wil hem graag naar Nederland laten komen, maar de vader laat dat niet toe. „Heeft u een oplossing? Advies?”

„Wat vervelend voor u zeg. Maar ik ben van de IND, ik kan u geen goeie raad geven over de omgang met uw zoon. U kunt daar het best met uw advocaat over overleggen.”