Opinie

Verkiezingen in Amerika: oorlog met andere middelen

De verkiezingen in de VS zijn na 3 november niet voorbij, vermoedt . Het ondenkbare, van fraude tot geweld, kan daarna denkbaar worden.

Hubert Smeets

Ondanks de bluf van de Amerikaanse president zullen de verkiezingen doorgaan. Vijf dagen nadat Donald Trump had gehint op uitstel, omdat stemmen per post frauduleus zou uitpakken, heeft hij bakzeil gehaald en gezegd dat in Florida het briefstemmen juist wel door de beugel kan. Dat is niet gek. Trump zelf stemt er … per post. Bovendien kan de kieswet in Florida hem bekoren. In 2016 had 65 procent van de burgers in deze swing state per referendum bepaald dat er een einde moest komen aan de traditie dat burgers die ooit in de gevangenis hebben gezeten, geen kiesrecht hebben. Dat was een klap voor Trump. Maar in juli bepaalde het Hooggerechtshof dat dit kiezersoordeel niet uitgevoerd hoeft te worden en dat de 400.000 afgestraften alleen mogen stemmen als ze al hun boetes hebben betaald.

Dat Trump zich neerlegt bij de reeds geplande verkiezingsdatum, betekent niet dat die verkiezingen na dinsdagavond 3 november ook voorbij zijn. Wanneer wel hangt af van het krachtsverschil tussen Trump en uitdager Joe Biden. Hoe kleiner dat is, hoe langer de conflicten om stem- en telprocedures zullen duren.

Ook het getrapte systeem met kiesmannen, dat boven de algemene stembusuitslag gaat, zal in die strijd worden betrokken. Deze electoral vote is onmisbaar. In 2016 kreeg Trump in de popular vote bijna 3 miljoen stemmen minder dan Hillary Clinton (46 tegen 48 procent), maar onder de 538 kiesmannen was het 57 procent voor Trump versus 43 procent voor Clinton.

Dit quasi-representatieve systeem gaat terug tot de slavernij. Toen in 1787 de grondwet werd opgesteld, was één van de vragen hoe de 700.000 slaven van toen zouden meetellen in het aantal zetels dat een staat op grond van zijn bevolking mocht afvaardigen naar het federale Huis van Afgevaardigden en de Senaat.

De electoral vote per staat is gelijk aan het aantal zetels in het Congres. De constitutionele vergadering bereikte een compromis: een slaaf was 3/5 van een ‘free man’. De zuidelijke staten kregen zo een bonus in het Congres én het kiescollege voor de president. Na de afschaffing van de slavernij in 1865 – het aantal slaven was inmiddels 4 miljoen – wisten de zuiderlingen dit voordeel te behouden met rassenwetten waarmee zwarte burgers het stemrecht kon worden ontzegd.

Sinds 1965 kan dat niet meer. Maar omdat de vijftig staten veel vrijheid hebben in hun kiessysteem is kiesrechtbeperking (voter suppression) via het al dan niet uitreiken van stempassen, zoals in Florida, nog steeds mogelijk, zoals omgekeerd ook de registratie van kiezers (get out the vote) te manipuleren is. Eerder dit jaar keurde het Hooggerechtshof al de beperking van verstek-stemmen (absentee voting) in Wisconsin, Alabama en Texas goed.

Ook na 3 november zal deze slag om de stembus doorgaan. Het tijdschrift The Atlantic was onlangs te gast in een zomerkamp waar specialisten uit Republikeinse én Democratische kring een reeks postelectorale ‘war games’ speelden.

Omdat Trump-Republikeinen onvoorspelbaar zijn, leidden hun simulatiespelletjes niet tot eenduidige uitkomsten. Maar één ding stond als een paal boven water: tot de finale stemming van de kiesmannen op 14 december is alles mogelijk, ook het democratisch-rechtsstatelijk ondenkbare: van geweld bij lokale hoofdstembureaus tot valsheid in geschrifte. In Amerika zijn verkiezingen – vrij naar generaal Von Clausewitz (1780-1831) – een vorm van oorlog, maar dan met andere middelen.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Op deze plek schrijft hij over de kantelende wereldorde.