Recensie

Recensie Vormgeving

Van stijlkamer tot 3D-gezichtmaskers

Tentoonstelling In de expositie ‘Van Thonet tot Dutch Design’ vat het Stedelijk Museum een eeuw meubel- en vormgevingsgeschiedenis samen in een paar honderd voorwerpen, van Wiener Werkstätte tot coronaproof-picknickkleed.

De zaal over de Amsterdamse School, met werk van John Rädecker en Hildo Krop. Het behang is een ontwerp van Bas van Beek op basis van historische patronen.
De zaal over de Amsterdamse School, met werk van John Rädecker en Hildo Krop. Het behang is een ontwerp van Bas van Beek op basis van historische patronen. Foto Gert Jan van Rooij

Reflecteren op de eigen tentoonstellingsgeschiedenis, het is een trend in de museumwereld. Het Stedelijk Museum Amsterdam doet het op de expositie Van Thonet tot Dutch Design, 125 jaar wonen in het Stedelijk. Een deel van de driehonderd stoelen, lampen en andere producten voor in huis wordt getoond met als achtergrond opgeblazen foto’s van eerdere tentoonstellingen in het Stedelijk, waarop soms dezelfde collectiestukken te zien zijn.

Presentatietechnieken zijn sterk veranderd, die conclusie dringt zich meteen op. Richtte het museum tot 1970 stijlkamers in die bezoekers de ervaring moeten hebben gegeven alsof ze bij chique wonende grootouders op bezoek gingen, nu gaat het er een stuk speelser aan toe. Samensteller Ingeborg de Roode zoomt in op representatieve stukken en communiceert het totaalconcept digitaal en met foto’s en heldere tekstborden. ‘Wonen’ is daarbij ruim geïnterpreteerd; naast stoelen van Gerrit Rietveld hangt bijvoorbeeld een schilderij van Piet Mondriaan, en bij de kunststofmeubels van Verner Panton een plastic wandsculptuur van Pieter Engels.

De dertien zalen van de expositie hebben elk een ander thema. Aan bod komen alle belangrijke designstromingen die goed vertegenwoordigd zijn in de museumcollectie, zoals de meubels van de Wiener Werkstätte, de Amsterdamse School en het Italiaanse Memphis.

Andere zalen zijn gewijd aan thematische speerpunten in het verzamelbeleid: de opkomst van plastic in de jaren zestig, speelgoed en kindermeubilair, en het Nederlandse minimalisme van de jaren zeventig met de tl-lichtobjecten en de rolluikkast van Aldo van den Nieuwelaar als middelpunt.

De zaal over Thonet en de Wiener Werkstätte, met op de wand een ontwerp van Bas van Beek op basis van Wiener Werkstätte-behangontwerpen.

Foto Gert Jan van Rooij

Razend ambitieus

Van Thonet tot Dutch Design heeft onvermijdelijk iets willekeurigs. Ruim een eeuw meubel- en vormgevingsgeschiedenis samenvatten in een paar honderd voorwerpen is razend ambitieus. Een slimme zet, die de expositie van middelmatigheid redt, is het verzoek aan kunstenaar en ontwerper Bas van Beek om de vormgeving te verzorgen.

Van Beek (1974) doet wat hij vaker deed: hij speelt met ‘citaten’ van designklassiekers en demonstreert zo dat nieuwe ontwerpen altijd voortbouwen op eerder werk. Voor de openingszaal over de Wiener Werkstätte mengde hij twee oude behangpatronen van de vergeten Oostenrijkse kunstenaar Dagobert Peche tot een nieuwe wandbekleding. In de zaal over de Amsterdamse School ligt een vrolijk tapijt, een vrije interpretatie van een ontwerp van architect K.P.C. de Bazel. En de muren van de Memphis-zaal decoreerde Van Beek met de uitbundige dessins van de Franse ontwerpster Nathalie du Pasquier, destijds het jongste lid van de ontwerpbeweging die van citeren een van haar handelsmerken maakte. De met diverse videoschermen uitgeruste zaal is een kleurenfeest en een postmodernistisch kunstwerk op zich.

Diversiteit

Aan het eind wandelen bezoekers twee onderzoeksrapporten in: twee wanden van een grote zaal zijn behangen met tientallen grafieken, de uitkomsten van onderzoeken door het museum. Deze studies haken in op de actualiteit: de discussie over het gebrek aan diversiteit in musea en de gevolgen van de coronapandemie voor ontwerpers.

De belangrijkste conclusies: slechts 3 procent van de 50.000 voorwerpen tellende collectie toegepaste kunst van het Stedelijk is ontworpen door vrouwen. In de tentoonstelling is de ongelijkheid minder groot: bijna 20 procent is van vrouwelijke makers.

De coronacrisis raakt ontwerpers in Nederland hard, blijkt uit een enquête onder honderd ontwerpers. Tijdens de lockdown ging bijna de helft van hun omzet verloren. De ondervraagde ontwerpers zijn wel optimistisch: het merendeel denkt tijdens de crisis een rol te kunnen spelen in het creëren van solidariteit en connectiviteit. De expositie laat, deels digitaal, ruim dertig coronaproof ontwerpen zien, van een veilig picknickkleed tot 3D-gezichtmaskers die via internet voor een ieder beschikbaar zijn.