Toch nog meer pinguïns ontdekt – voor ze wegsmelten

Poepspeurtocht De nieuwe per satelliet ontdekte keizerspinguïns helpen de soort niet verder, zegt pinguïnkenner .
Kolonie keizerspinguïns op Antarctica
Kolonie keizerspinguïns op Antarctica Foto François Lochon/AFP

Al een jaar of vijftien zijn de Britse biologen Peter Fretwell en Phil Trathan van de British Antarctic Survey er naar op zoek: pinguïnpoep. Ze neuzen naar de flatsen die de grootste pinguïn op aarde, de keizerspinguïn, achterlaat op het zee-ijs rond Antarctica. Het met satellietbeelden opsporen van bruin-rode vlekken in de witte wereld stelt de wetenschappers in staat de voor mensen vrijwel onbereikbare woongebieden van de keizers in kaart te brengen. Het zijn de plekken waar de 1,20 meter grote vogels, in de totale duisternis van de Antarctische winter, een flink ei uitbroeden en een baby grootbrengen.

Door verbetering van de techniek levert die tactiek steeds betere resultaten op. In een artikel dat ze deze week publiceren, onthullen de biologen dat ze met beelden die de Europese Sentinel-2-satelliet sinds 2015 van het aardoppervlak maakt, elf nieuwe kolonies van keizerspinguïns hebben ontdekt. Het aantal woongebieden bedraagt nu 61 in plaats van 50. De totale populatie keizerspinguïns moet volgens de Britten omhoog worden bijgesteld naar tussen de 265.500 en 278.500 broedparen.

Het is de tweede keer dat de Britten met dergelijk goed nieuws komen. De eerste keer dat ik ze geanimeerd verslag zag doen van hun poepspeurtocht was op de International Penguin Conference (IPC) die in 2010 werd gehouden in Boston. De IPC geldt als de Olympische Spelen van de ongeveer tweehonderd pinguïnologen die de wereld telt en die driejaarlijks wordt gehouden. Penguins from space, heette de lezing toen. Trathan vertelde er dat het aantal keizerkolonies geen 28 maar 43 was. Een nu dus achterhaalde tussenstand.

Kanarie

Trathan noemt de keizerspinguïn „de kanarie in de kolenmijn”. Als het met deze niet vliegende vogel beroerd gaat, is ook de toekomst van het zuidpoolgebied vervloekt. Door het smelten van het zee-ijs raakt de pinguïn voorgoed de plekken kwijt waar hij normaal broedt.

De nieuw ontdekte kolonies maken de overlevingskansen niet echt groter. Ze liggen in relatief noordelijk gebied waar de temperatuur snel stijgt. De kolonies is er dus geen lang leven meer beschoren.

Op het grillige vasteland kan de wel veertig kilo wegende, onhandige waggelaar in ieder geval niet uit de voeten. Nog voor het einde van deze eeuw, concludeerde de Franse zeevogeldeskundige Stephanie Jenouvrier onlangs, is de keizer aller pinguïns goeddeels weggesmolten.