Per scootmobiel naar Parijs met de Thalys

Oud leven schrijft op deze plek over haar ouders.

Aflevering 4: O-ma-ni-do.

Oud leven

‘Ik ben gisteren bij het loket van NS International geweest”, zei vader. „Hier in Utrecht op het station. Weet je wat ik heb gedaan?”

„Geen idee, vader.”

„Ik heb geïnformeerd naar de mogelijkheden om per scootmobiel naar Parijs te gaan. En dan bedoel ik met de Thalys. Wat blijkt?”

„Het kan.”

„Ja.” Hij klonk verbaasd. „Hoe weet jij dat?”

„Gokje, vader.”

„O. Nou. Maar nu wat anders. Loop even naar mijn keuken en kijk in de bovenste la naast het kastje met de borden. Daar zit als het goed is een meetlint in. Zie je het al?”

„En nu wilt u zeker dat ik uw scootmobiel opmeet.”

„Inderdaad. Had jij toevallig ook plannen in die richting? En dan bedoel ik plannen om met Kerst naar Parijs te gaan.”

„Niet echt, vader.”

„O, o. Ik wel. Ik ben voornemens met Kerst naar Parijs te gaan. Desnoods ga ik alleen. Ik neem een kamer in Hotel Terminus tegenover Gare du Nord. Een kind kan de was doen.” Opeens schoot hem iets te binnen. „Ik moet wel even weten of het daar rolstoeltoegankelijk is. En dan bedoel ik te zeggen of ik daar met mijn scootmobiel naar binnen kan. Kan jij dat voor mij nakijken?”

Aan de telefoon ’s avonds zei mijn zus Rinskje dat het hem nooit zou lukken, in zijn eentje naar Parijs.

„Nee”, zei ik. „Maar hij gaat het wel proberen.”

Hij lag naar Hendrik Groen te luisteren toen ik een paar dagen daarna bij hem binnenliep. Kussen over zijn gezicht, reep chocola op zijn borst. „Om je te bescheuren”, zei hij terwijl hij overeind kwam. „Ik herken alles. Die club die ze dan oprichten, Omanido. Oud. Maar. Niet. Dood. O-ma-ni-do. Vat je hem?”

„Het wordt verfilmd voor de televisie”, zei ik.

„Dat weet ik, maar wat heb ik daaraan. Het speelt zich trouwens af in Amsterdam-Noord, ik denk in het verzorgingshuis waar mijn moeder destijds heeft gewoond. Jij hebt daar vroeger gewerkt, toch? Toen je nog op school zat?” Hij stak een nieuw stuk chocola in zijn mond. „Iets anders is dat ik heb uitgezocht hoeveel het kost. Of beter gezegd: hoe weinig.”

„Wat, vader?”

„De tickets naar Parijs. Ik betaal vijfendertig euro en dan zit ik in de eersteklas. Dat is verplicht. De rolstoelplaatsen zijn alleen beschikbaar in de eersteklas. Mijn begeleider betaalt ook maar vijfendertig euro. Er wordt dus wel verwacht dat er iemand met me meegaat. Dat zou jij in principe kunnen zijn. En nu heb ik bedacht: stel dat Rinskje ook mee wil, dan zou ik haar ticket kunnen betalen, althans het deel boven de vijfendertig euro. Wat zeg jij daarvan?”