Opinie

Hoe Almatine in stilte het patriarchaat sloopt

Guus Valk

Als basisscholier speelde Almatine Leene (35) al domineetje. Orgelmuziek en psalmen konden haar tijdens kerkdiensten minder boeien, maar de preek, die had „iets magisch”. Thuis deed ze een das om, knutselde ze een preekstoel, en doopte ze haar pop.

Toen ze 16 was, voelde Leene zich geroepen predikant te worden. Maar dat ging niet. Haar behoudende gereformeerd-vrijgemaakte kerk (112.000 leden) liet geen vrouwen toe in het ambt. Ze emigreerde zestien jaar geleden naar Zuid-Afrika, omdat het daar wel kon.

Je kan het patriarchaat proberen omver te werpen met hashtags, opiniestukken of demonstraties. Je kan het ook doen als Almatine Leene: in betrekkelijke stilte, maar met spectaculair succes. Want haar verhaal eindigt niet in Zuid-Afrika, waar ze woont met haar man en drie kinderen. Zodra er een repatriëringsvlucht beschikbaar is, vliegt ze naar Nederland. Dit najaar begint ze als dominee in Hattem, net onder Zwolle. Dat is historisch. Ze wordt de eerste vrouwelijke predikant in de geschiedenis van een kerk waar principes tellen. De vrijgemaakten scheidden zich in 1944 (!) af van de gereformeerden om een theologisch geschil.

Het was een lang gevecht, waar Leene aan de telefoon monter over vertelt. Toen ze jonger was, kwam de discussie over vrouwen in het ambt niet op gang. Niet bij de kerkelijke elite, „want het was gewoon zo”. Paulus had het gezegd. En ook niet bij haar. „Ik had de argumenten niet.” Ze ging lezen, promoveerde op de rol van de vrouw in de kerk, en ging lezingen geven. Het lukte alles te weerleggen, ook de „kolderargumenten”. Staat de Bijbel niet vol met vrouwelijke leiders? Is de vrouw volgens Genesis niet óók geschapen naar Gods beeld? Hoezo zijn vrouwen „te emotioneel” voor het ambt? „Ga maar eens kijken hoe mannen zich op een voetbalveld gedragen.” Ze zag de stemming veranderen. Drie jaar geleden ging de synode akkoord met vrouwen in het ambt. Ze had tien minuten gehuild toen ze dat hoorde.

Almatine Leene heeft vaker grenzen verlegd in haar gemeenschap. Toen #metoo opkwam, slechtte zij het taboe in een persoonlijk verhaal, over haar ervaringen met een emeritus predikant. Ze schreef: „Ik hoop dat we nog meer beseffen dat macht gevaarlijk kan zijn.” Toch verzet ze zich tegen het idee dat haar kerk achterloopt, alsof daar de twintigste eeuw net is begonnen. De orthodoxe rangorde tussen man en vrouw bestaat volgens haar maatschappelijk ook nog – maar dan informeel. „Waarom is er nog nooit een vrouwelijke premier geweest?” Ze hoopt dat kerkgangers haar als Almatine gaan zien, niet als ‘de vrouwelijke predikant’. Dat heeft ze gemeen met activisten tegen discriminatie: „Ik droom van het moment dat huidskleur, geslacht of andere uiterlijke kenmerken niet langer bepalen wat je wel en niet mag doen.”

Guus Valk schrijft tijdens de zomer enkele columns op deze plek.