‘Hij zei dat ik ook naar het gekkenhuis moet’

hield een dagboek bij over haar vriendschap met Maarten en Eva Biesheuvel. „Hij is een fantastische verteller en lieve jongen, die worstelt met zenuwen, huilbuien, gekte.”

Foto: Vincent Mentzel

In de tijd dat ik in de redactie zat van Propria Cures, besloten we het gastredacteurschap in te stellen. Zodoende werd ook Maarten, voluit Jacob Maarten Arend Biesheuvel, van 27 januari tot 10 maart 1973 gastredacteur. In de week voor zijn ‘Uitlui’ bezocht de redactie, aangevuld met onder anderen Karel van het Reve (voor Maarten God), hem en Eva.

Van de vriendschap die volgde heb ik sinds 1976, toen ik een dagboek begon bij te houden, wat ik tot begin deze eeuw enigszins volhield, af en toe een notitie over Maarten en Eva gemaakt. De dagboeken na 1979 heb ik (nog) niet overgetikt.


Mei 1976

Maarten is jarig.

Vorig jaar zei hij me dat het hem speet dat hij Nabokov niet was. Onlangs zei hij dat hij niet kon werken omdat hij Tolstoj had willen zijn. Hij is een fantastische verteller en lieve jongen, die worstelt met zenuwen, huilbuien, gekte. Als hij aandacht krijgt gaat het meestal beter. Ik zie voor me hoe het vanmiddag in zijn huis zal gaan: een kamer vol mensen, die glimlachen als Maarten voordraagt of als hij piano speelt en psalmen of liederen van Schubert zingt.

‘Prachtig Maarten,’ zeggen de gasten.

‘Ja hè?’ zegt hij met zijn wat nasale stem.


Juli

Eva en Maarten kwamen eten. Maarten wilde al bij binnenkomst op bed liggen in de logeerkamer. Na een uur bracht ik hem wat kaas en een glas zwarte bessensap. Hij kwam wat eten, maar wilde erna weer naar bed, ditmaal in ons bed. Hij zei: ‘Het gaat niet goed met me vandaag.’

Eva herhaalde: ‘Het gaat niet goed vandaag met hem. Het gaat niet goed met je, hè?’

Ze is er dag en nacht voor hem, de engel, ze denkt met hem en voor hem, loopt hem na, maakt uit wat hij beter wel dan niet kan of moet doen. De hoeveelheid trilafon die hij slikt zou een olifant door de knieën krijgen.

Toen ze weggingen, wilde hij ineens blijven. Hij wilde naar Chopin en Schubert luisteren en zei dat hij Schubert zou willen zijn.


November

Verhaal gelezen van Maarten B. in Hollands Maandblad. Angst, zinloosheid, het is helemaal Maarten.

Maarten Bies zag er niet slecht uit, al wilde hij zich twee dagen geleden nog in het gekkenhuis laten opnemen. Hij heeft Eva, maar kan niet ruiken en niet proeven, hij heeft niet veel geld, maar wel zes katten en een blafgrage hond, hij heeft een baan waar hij niet gelukkig mee is en het schrijven wil ook maar niet lukken, allemaal narigheid kortom. Toch schrok hij van het weinige dat ik hem vertelde en zei dat ik ook naar het gekkenhuis moet.


Januari 1977

‘Ik kan niet meer werken,’ zegt Eva. ‘Om Maarten. Ik moet thuisblijven.’

Hij had de hele dag in bed liggen piekeren, was er moe van. Na het eten ging hij met een slaappil weer naar bed. Eva is altijd in zijn buurt. Ik zou gek worden als ik dagenlang een man om me heen zou hebben. Ondanks alles heeft Maarten het afgelopen jaar een aantal verhalen geschreven. Ik zeg hem dat ook herhaaldelijk en hoop dat het hem troost.


Februari

In Maartens verhaal ‘Vreemd geruis’, waarin Eva figureert, is de zin ‘Ik doe het haast in mijn broek’ geschrapt, omdat Eva zoiets nooit zou zeggen. Ze was er ook een beetje boos over.


April

Als Eva het over Maartens angstbuien heeft, grijpt de angst me onderwijl ook naar de keel.


Mei

Maarten B. heeft een dikke bundel ingeleverd bij Meulenhoff. Hij moest lachen toen ik zei dat ik drie maanden over een verhaal van zeven A4’tjes had gedaan.


April 1978

Een paar kaarten en brieven, waaronder een brief van Maarten en Eva:

‘Met ons gaat het lang niet kwaad’ (Eva)

‘Het gaat slecht met mij’ (Maarten)


Juli

Maarten kwam uit bed. Zijn zus Cootje zat op de bank te lezen. Evenals hun broer Cor woont ze al jaren in een tehuis. Ze oogt voortijdig oud, breekbaar. Je kan zien dat ze lief is. Zodra het maar even kan, zoekt haar hand de hond of een van de poezen om te aaien.

Maarten is niet tevreden met zijn bundel van 240 pag. ‘Ik zou er ieder jaar een moeten hebben,’ zegt hij. ‘Dan ben ik pas tevreden.’

Toen ik vertrok liepen hij en Eva, zoals gewoonlijk, mee naar beneden. Hij zei dat hij weer naar bed ging.


September

Eva vertelde over het Zwitserse mes dat Lon aan Maarten cadeau had gedaan (ik had hem nog gewaarschuwd dat hij dat beter niet kon geven). Ze was bang dat Maarten zich iets aan zou doen, had het verstopt en kon het niet meer vinden: ‘Maar waar dat mes nou toch is? Als Maarten anders vraagt waar zijn pijp is, doe ik mijn ogen dicht, zie ’m liggen en zeg: Op je tafel.’

Maarten B. was er vanavond. Alhoewel ik aan de telefoon had laten weten dat ik in de rommel zat, wilde hij komen (Is het goed, Eva? Ja hoor, Maarten). Het was plezierig hem weer te zien.

Hij gaf me de plaat die hij met de VPRO heeft gemaakt (hij zingt er o.a. psalmen op, op de piano begeleid door Maarten ’t H.).


Oktober

Ik bracht net Maarten Bies naar de trein. Die zal nu ter hoogte van Sloterdijk zijn.

Eva belde om halftwaalf om te vragen of Maarten geen angstaanval had, dat ik hem anders moest zeggen een pil te nemen.

Hij heeft zijn 260 pagina’s tellende manuscript weggegooid. Het was niks, zei hij. Omdat hij te veel Sartre wou nadoen.


December

Aanvankelijk zat ik met vriendinnen in mijn kamer. Maarten B. stak af en toe zijn hoofd om de deur. Eva vroeg hem of hij een angstbui had en greep al naar haar tas, maar hij had geen pillen nodig. Beide schatten beginnen een beetje krom te lopen.

***


Juli 2020

Met Maarten ’t Hart reed ik naar ‘Sunny Home’. Hoe zouden we Bies aantreffen? Hij werd dag en nacht verzorgd, vooral door een groepje trouwe vrienden en vriendinnen. De kans was groot dat hij sliep.

Syl, die die middag voor hem zorgde, deed open. We schrokken toen we hem in dat verpleegbed in de woonkamer zagen liggen, zo uitgemergeld en bleek.

Hij werd zowaar wakker, herkende ons meteen, was verheugd.

Even voorbij het voeteneind een groot portret van Eva, op de kast naast de piano o.a. een foto van Karel van het Reve. Tegen hem aan sliep de oude kat Japie, die zelfs niet wakker werd toen we een madeleine aten en Maarten piano speelde. De piano was duidelijk niet gestemd en Händel klonk daardoor nogal spookachtig, maar bij ‘Les Barricades Mystérieuses’, dat Maarten uit zijn hoofd kent, bleek de piano heel wat williger. Bies rookte onderwijl een sigaartje. Na Händel zei hij: ‘Je miste een paar noten’ en na ‘Les Barricades’: ‘Couperin.’

Even later: ‘Ik verlang naar Eva, ik wil naar haar toe.’

En Syl: ‘Hij wil euthanasie, maar de huisarts is met vakantie.’

Ongelooflijk hoe helder hij was en dat we ook nog hadden gelachen. We zeiden dat we blij waren hem nog te hebben gezien.


Augustus

Lees ook: Mijn vriendschap met Maarten Biesheuvel

Zes stemmig geklede jongemannen droegen de kist. De sprekers, elk vanuit een andere invalshoek, vormden tezamen een lofzang. Niet alleen was er muziek van Bach en Schubert, ook Maartens welluidende stem klonk dankzij de opname in de jaren zeventig.

De klokken luidden over het kleine, mooie kerkhof, ze luidden toen we bij het graf stonden, ze luidden nog toen we wegliepen van de rustplaats van Eva, Cootje en Maarten. Tien jaar geleden hadden Maarten en Eva dit graf gekocht. ‘Een katholieke begraafplaats,’ zei Eva, ‘maar dat maakt ons niet uit. De steen die er nu nog op ligt wordt dan gewoon omgedraaid.’ Ze liet me er zo enthousiast een foto van zien dat ik zei dat het wel leek of ze er al in wilde. Ze lachte en zei: ‘Nog niet, maar het is een prettige gedachte.’