Recensie

Recensie Boeken

Ze zou de sloerie uithangen bij de mannen van de visafslag

Een jonge vrouw trouwt met een buurjongen die zich in de Tweede Wereldoorlog bij de NSB aansloot. In Een relaas van vriendschap en liefde van Eric Schneider zitten prachtige vondsten.
Visafslag in de open lucht van verse vis, die door garnalenbootjes worden aangevoerd, 1940.
Visafslag in de open lucht van verse vis, die door garnalenbootjes worden aangevoerd, 1940.

Eric Schneider (1934) zette dik een jaar terug een punt achter een theatercarrière die zestig jaar omvatte. Dat betekent niet dat het nu verschenen Een relaas van vriendschap en liefde, een tweetal novellen, nu typisch zo’n gelegenheidswerk is van iemand die eens een keer iets anders wilde gaan doen. Zo publiceerde Schneider in 2013 al Een tropische herinnering, een ooggetuigenverhaal over Indië en zijn kamptijd in Bandoeng, en schreef hij diverse toneelstukken. Die ervaring betaalt zich uit in dit nieuwe werk.

In ‘Het relaas van een liefde’ draait het om een jonge vrouw die trouwt met een buurjongen die zich in de Tweede Wereldoorlog bij de NSB aansloot; in ‘Het relaas van een vriendschap’ schuift de lezer aan bij de reünie van twee mannen die in diezelfde oorlog bevriend waren en elkaar daarna decennia niet zagen vanwege de emigratie van een van hen. Beide relazen zijn gesitueerd in Scheveningen.

De reden om de twee verhalen samen uit te brengen zal liggen in de verwante thematiek, namelijk het ongemak dat voort kan vloeien uit een sociale verbinding. Je trouwt met elkaar of je bent ooit met elkaar bevriend geraakt, maar hoe kom je, als het vervelend begint te worden, weer van elkaar af?

Sloerie

Vooral in ‘Het relaas van een liefde’ heeft Schneider dit prachtig uitgewerkt. Zijn grote verdienste zit hem in het vasthouden van een tartende atmosfeer, de hele novelle is gedompeld in onheil, alsof er voor Job (de NSB’er) en Theo (zijn vrouw) niets anders rest dan aftakeling en vernedering. Hun Scheveningse duinhuis wordt door de elementen geplaagd, Job zit in een rolstoel en over Theo doen wilde geruchten de ronde; ze zou de sloerie uithangen bij de mannen van de visafslag.

Er zitten prachtige vondsten in dit relaas, waarin vooral de dienstbare Theo het moet ontgelden. Zo sleept Job, die in het begin nog lopen kan, een raadselachtige koffer met zich mee. ‘Hij lag onder zijn slaapkant van het bed, tot op de draad versleten en zwaar. Als een cerberus waakte Job over het geval. Het sleuteltje hing, samen met een aluminium plaatje waarin zijn naam en een nummer geponst waren, aan een halsketting, die bij het vrijen over haar gezicht en schouders gleed, soms wild, soms strelend.’ Je ziet Theo daar helemaal liggen.

En als Job na de oorlog nabij de zee neergeschoten wordt door rancuneuze lieden, sterft hij niet, maar raakt hij verlamd. ‘Vermoedelijk redde schoon zand zijn leven, dat hem bij eb snel drogend had omsloten als een halve sarcofaag.’ Je ziet Job daar wederom helemaal liggen.

Het is daarom ook jammer dat ‘Het relaas van een vriendschap’ van beduidend mindere kwaliteit is. Het mist sfeer, bevat zinnen die de lezer moeten informeren, maar die een mens zelf nooit zou uitspreken (ene vriend tegen de andere: ‘Ik heb wiskunde en theoretische natuurkunde gestudeerd’; alsof die ander dat niet weet) en is gegoten in een gedateerde taal (‘amice’, ‘manspersoon’); het is een beetje stoffig en sentimenteel ook (‘In Bens betraande ogen zag Rüdiger de weerkaatsing van vlammen uit de omelette sibérienne’). Ik weet niet of Schneider nog meer zal gaan schrijven, maar zo ja: laat hij zich beperken tot de liefde, dat gaat hem voortreffelijk af.