Recensie

Recensie Boeken

Kan je zelf wel iets tegen klimaatverandering beginnen?

Klimaat Lang was het adagium ‘een beter milieu begint bij jezelf’. Maar kan het individu wel iets tegen klimaatverandering beginnen?

Vraag Ben van Beurden, de baas van Shell, naar zijn verantwoordelijkheid voor klimaatverandering en hij zal meteen met de beschuldigende vinger naar de vragensteller wijzen. Zeker, Shell is nog steeds op zoek naar nieuwe olie- en gasvoorraden. Maar dat is alleen omdat jij, vragensteller, zo nodig olie en gas wilt gebruiken. Shell is niet schuldig aan de opwarming van de aarde – of in ieder geval niet schuldiger dan ieder ander. Als jij stopt met autorijden, dan praten we verder, zegt Van Beurden.

Klinkt niet onlogisch. Want laten we eerlijk zijn. We doen allemaal mee aan de vervuiling van het klimaat. Is het niet door in een auto of vliegtuig te stappen, dan is het wel door vlees te eten, spullen te kopen die we niet nodig hebben, ons huis niet te isoleren of een wasdroger te gebruiken. We zullen – allemaal – ons gedrag moeten veranderen om te voorkomen dat het ondraaglijk warm wordt op grote delen van de planeet. Een beter milieu, kortom, begint bij jezelf.

Met die bekende slogan werden Nederlanders begin jaren negentig in een overheidscampagne aangespoord om zich milieuvriendelijker te gedragen, bijvoorbeeld door huisvuil te scheiden of door de auto wat vaker te laten staan. Velen zullen zich het bijbehorende beeldmerk nog wel herinneren, van een kwetsbare aardbol die liefdevol wordt gedragen door twee handen.

Jaap Tielbeke gruwt ervan, zoals blijkt uit zijn boek Een beter milieu begint niet bij jezelf. Volgens Tielbeke, redacteur bij De Groene Amsterdammer, is alles wat je als individu onderneemt om klimaatverandering tegen te gaan nog niet eens een druppel op een gloeiende plaat, zolang grote bedrijven ongebreideld en ongehinderd hun vervuilende activiteiten mogen voortzetten. Dat Ben van Beurden de verantwoordelijkheid van Shell afschuift op gebruikers van zijn benzine is alleen bedoeld om door te kunnen gaan met geld verdienen ten koste van de planeet.

Lees ook: ‘Het eerlijke verhaal is dat we ongelofelijk diep in de shit zitten’

Individuele verantwoordelijkheid, oftewel ‘met de beschuldigende vinger in de spiegel blijven zwaaien’, is een van de mythes die Tielbeke met zijn boek wil doorprikken. Er zijn er meer. Zo is er ook de mythe van de groene consument, die bedrijven met zijn koopgedrag in een andere richting wil sturen. En de mythe van de CO2-bril, waarbij de klimaatcrisis alleen wordt uitgedrukt in tonnen broeikasgassen en gegoochel met cijfers. En ten slotte is er de mythe van de technofix, die ervan uitgaat dat we op het laatste moment vast wel een technologische oplossing zullen vinden om het klimaat te redden.

Het zijn mythes die échte veranderingen in de weg staan, omdat ze de politieke aard van de klimaatcrisis ontkennen, vindt Tielbeke. ‘Zo blijven de economische en maatschappelijke machtsverhoudingen buiten beschouwing en de ware schuldigen buiten schot. En wij blijven blind voor de ongemakkelijke waarheid dat het roer radicaal om moet.’

Daar sta je dan met je goede gedrag. Met zelfhulpboekjes als Red de wereld – denk groen, plant een boom… en 99 andere tips voor een groenere manier van leven of 50 eenvoudige dingen die je kunt doen om de planeet te redden en daarbij geld te besparen. Of met de rubriek ‘Groen doen’, waarin NRC (ja, ook ikzelf) lezers ‘gidst in de richting van een duurzaam leven’.

Een spannend alternatief

Vaak worden duurzaamheid en ‘groen’ leven in deze verhalen beschreven als een spannend en aangenaam alternatief voor het ‘gewone’ leven. Leuk om te doen en beter voor het klimaat, maar vooral ook voor jezelf. Vegetarisch eten scheelt niet alleen een hoop CO2, het is ook nog eens veel gezonder en een stuk lekkerder. Er valt zoveel moois te ontdekken tijdens een fietsvakantie rond het IJsselmeer, nergens voor nodig om met het vliegtuig naar Griekenland te reizen. Natuurlijk erkennen groendoeners dat een duurzamer leven niet altijd gemakkelijk is. Maar daar staat veel voldoening tegenover.

Een van de bekendste boeken van de laatste jaren op dit gebied is De verborgen impact van Babette Porcelijn, waarvan er sinds 2016 meer dan 20.000 zijn verkocht. In haar boek heeft Porcelijn de milieuschade van producten heel precies in kaart gebracht, met nadruk op de onzichtbare kosten. Dat in een spijkerbroek tot wel 10.000 liter water verborgen zit en dat de zestien grootste zeeschepen die dit soort spullen over de wereld verslepen evenveel zwavel uitstoten als alle auto’s bij elkaar, maakt de proporties van het probleem goed duidelijk.

Porcelijn teert nu op het succes van dit boek met een praktisch vervolg: EcoPositief in vijf stappen. Ze noemt het een ‘doeboek’, met tabellen, keuzelijstjes, invuloefeningen en opdrachten. ‘We hebben gemiddeld per persoon tien keer zoveel impact als mensen uit de rest van de wereld’, schrijft Porcelijn. ‘Wij draaien dus eigenlijk aan veel meer knoppen dan we zelf doorhebben. Met dit boekje ontdek je hoe je die knoppen het beste kunt bedienen.’ Maar hoe grappig af en toe ook, inhoudelijk voegt ze weinig toe aan wat ze eerder schreef.

De vernietiging van onze leefwereld gebeurt onder onze neus. Dat moet stoppen, aldus Philip Huff. Lees ook: Politici, de tijd van meer meer meer is voorbij

Op een heel andere manier begint ook Kees Aarts bij het individu. In De voetprintariër filosofeert hij luchtigjes over ‘een leven waarin alles kan met enthousiasme, genot en plezier maar zonder rotzooi en negatieve consequenties zoals opwarming van het klimaat’. Aarts beschrijft hoe het kan zijn om te leven als een voetprintariër, iemand die probeert het ‘gewenste welvaartsniveau’ te bereiken ‘tegen een zo laag mogelijke druk op milieu en omgeving’. De een doet dat volgens hem als een idealist, de ander misschien als pragmaticus of juist als activist. Maar het beste, vindt Aarts, is om die drie te verenigen. ‘Je kunt wel idealen hebben, maar je moet ook een keer handelen’, schrijft hij. ‘Je kunt wel dingen doen, maar het is goed om na te denken of je op die manier wel je doel bereikt.’

Het nieuwe sexy

Porcelijn en Aarts benadrukken beiden het ludieke element van het streven naar meer duurzaamheid. ‘Verduurzamen is een avontuur’, vindt Porcelijn. Volgens Aarts wordt duurzaamheid vaak gezien als ‘groot, abstract en zwaarmoedig’, maar is het eerder ‘het nieuwe sexy en sexy is leuk’. Die keuze heeft ongetwijfeld te maken met de vrees voor drammerigheid, die mensen gemakkelijk kan afstoten. Ook al lees je tussen de regels door hoe ernstig de situatie is, dat besef mag niet leiden tot moedeloosheid en apathie.

Zowel Porcelijn als Aarts doet zelf ook veel meer dan ‘op de kleintjes letten’. Porcelijn geeft lezingen en bedrijfstrainingen, en adviseert organisaties bij het verduurzamen. Aarts richtte het bedrijf Protix op, waarmee hij zoekt naar manieren om insecten te gebruiken als eiwitbron.

Maar wat gebeurt er als mensen ontdekken dat hun handelen ‘bezien vanuit het grote plaatje, geen enkel zichtbaar effect [sorteert]’, vraagt Jaap Tielbeke zich af. Hij vreest dat ze dan juist worden overvallen door een gevoel van machteloosheid. De nadruk op het individu dreigt af te leiden van de veel verdergaande veranderingen die nodig zijn, waarbij uiteindelijk het hele systeem op de schop moet, hoe we eten, hoe we wonen, hoe we onszelf verplaatsen en wat we kopen.

Bij zijn zoektocht naar ‘hoopvolle initiatieven die de weg vooruit kunnen wijzen’ vindt Tielbeke ‘de schuldvraag’ relevant. Een beter milieu kan daarom heel goed beginnen in de rechtbank. Internationaal zijn er verschillende voorbeelden; in Nederland spreekt vooral de Urgenda-zaak tot de verbeelding. Daarin werd de Nederlandse staat door de rechter gesommeerd het klimaatbeleid drastisch aan te scherpen. Het is nog steeds een ongekende uitspraak, ook wereldwijd.

Radicale verbeelding

Toch relativeert Tielbeke de juridische weg om druk uit te oefenen op bedrijven en overheden om in actie te komen. Veranderingen via de rechtbank gaan waarschijnlijk niet snel genoeg. En, belangrijker, zelfs een gewonnen rechtszaak biedt geen definitieve oplossing voor de klimaatcrisis, omdat ‘echte verandering een mentaliteitsverandering vereist bij politici, directeuren en burgers’.

Daarmee komt Tielbeke bij een tweede beginpunt voor een beter milieu: op de barricaden. Hij voert de lezer langs klimaatactivisten van allerlei pluimage, variërend van stakende schooljeugd, tot activistische aandeelhouders van Shell, en mild ongehoorzame actievoerders van Extinction Rebellion.

Tielbeke, die toegeeft dat hij zich meer op zijn gemak voelt achter een toetsenbord dan bij een wegblokkade, is blij met de hoop die activisten creëren. Maar hij aarzelt ook. Hij citeert een activist die zegt: ‘Wij vragen wat noodzakelijk is, niet wat politiek haalbaar is’. De zwakte van Extinction Rebellion is dat het zichzelf als een apolitiek netwerk beschouwt, schrijft Tielbeke. ‘„Willen overleven” is onvoldoende als politieke eis.’ Want die laat de belangrijkste vraag onbeantwoord: hoe dan?

Zo komt Tielbeke op het laatste moment toch nog aan op de plek waar volgens hem een beter milieu moet beginnen: bij de politiek. Hij is allesbehalve positief over wat daar tot nu toe is gepresteerd. Politici zijn in zijn ogen laks, schuiven hun verantwoordelijkheid af, stellen maatregelen uit en weigeren om ‘het grote plaatje’ te zien.

Wat Tielbeke zich onvoldoende afvraagt is hoe dat komt. Wordt dat gebrek aan daadkracht – zeker in een democratie – niet mogelijk gemaakt door burgers die er zelf maar weinig voor voelen om hun comfortabele leven op te geven om ‘het grote plaatje’ te zien? Hoe ver zijn de ‘vastberaden burgers’ waar Tielbeke zijn hoop op heeft gevestigd bereid te gaan?

Lees ook: ‘Het is de rijke minderheid die voor de grootste milieuproblemen zorgt’

Tielbeke ziet in de Amerikaanse Green New Deal – en een beetje in de Green Deal, het zwakke Europese aftreksel daarvan – het vergezicht (dat overigens liefst wel binnen tien jaar gerealiseerd moet zijn) dat de planeet kan redden. Hij is gecharmeerd door de alomvattendheid van dit door het jonge Amerikaanse congreslid Alexandria Ocasio-Cortez gloedvol verdedigde plan: niet alleen duurzame energie en netto nul CO2-uitstoot binnen tien jaar, maar ook een baangarantie voor iedereen, universele gezondheidszorg, gratis onderwijs en betere arbeidsomstandigheden.

Het geloof in zo’n groots plan is naïef en dapper tegelijk. Misschien moet dat ook wel, want deze tijd ‘vraagt niet om een redelijke politiek, maar schreeuwt om radicale verbeelding’, schrijft Tielbeke. Met zijn boek levert hij daaraan een zinvolle bijdrage.