Helft jonge artsen denkt weleens over stoppen

Werkdruk Jonge dokters willen dat de cultuur in de ziekenhuizen verandert. De werkdruk en stress worden velen bijna te veel, blijkt uit onderzoek.

Dokter Mia Wessels op de SEH van Treant Zorggroep in Emmen.
Dokter Mia Wessels op de SEH van Treant Zorggroep in Emmen. Foto Olivier Middendorp

De helft van de jonge artsen heeft weleens overwogen te stoppen als arts vanwege de werktijden en de hoge werkdruk. Ook de emotionele belasting, de werkcultuur en de prestatiedruk spelen hierbij een grote rol. Dat blijkt uit onderzoek van artsenorganisatie De Jonge Dokter in samenwerking met onderzoeks- en adviesbureau Sardes. Het afgelopen halfjaar vroegen zij 622 jonge artsen naar hun werkdruk en werkplezier.

Lees ook: Voor een jonge arts is het ziekenhuis niet altijd een veilige plek

De jonge artsen werken gemiddeld zo’n negen uur per week over. Ze moeten vaak snel handelen, veel werk doen onder tijdsdruk en extra hard werken om iets af te krijgen. Ongeveer driekwart van de respondenten krijgt overuren niet gecompenseerd in tijd óf geld. Slechts 9 procent ziet zijn overuren wel terug in vrije dagen, 5 procent krijgt ze uitbetaald.

Van de artsen die meewerkten aan het onderzoek, werkt 55 procent als arts niet in opleiding (anios), 20 procent als arts in opleiding (aios) en 15 procent als onderzoeker,

De beginnende artsen voelen zich niet altijd gesteund en begeleid door hun supervisoren, die soms weigeren uitleg te geven en hen mondjesmaat complimenteren. Een derde van de jonge dokters heeft geen vaste begeleider. „Daardoor is er meer risico op zwabberbeleid: van de ene supervisor moet een anios die behandeling in gang zetten, en de volgende dag zegt een andere supervisor iets anders”, zegt onderzoeker Meike Blezer (29) van De Jonge Dokter.

Meer dan de helft geeft aan dat een collega hun weleens iets vraagt waar zij zich niet prettig bij voelen. Een derde van de respondenten zegt op het werk niet te durven vertellen dat ze niet lekker in hun vel zitten. Dat is extra lastig als er sprake is van intimidatie. Zo heeft bijna een op de drie jonge artsen te maken gehad met machtsmisbruik door een collega; 8 procent van de deelnemende artsen zegt seksueel geïntimideerd te zijn door een collega. Ook zeggen vier op de tien jonge artsen weleens te maken hebben gehad met intimidatie door een patiënt, 15 procent van de ondervraagden meldde seksuele intimidatie door een patiënt.

Uiteindelijk weerhielden het plezier in het werk en het contact met patiënten de jonge dokters te stoppen met werken. Ze zijn trots op hun werk, enthousiast over hun baan en het werk inspireert hen.

Vanwege de hoge werkdruk en de beperkte begeleiding ziet driekwart van de respondenten de zorgstructuur graag veranderen. De hiërarchie, de prestatiedruk en het taboe op fouten maken spelen hierin ook een rol. In de toekomst wil De Jonge Dokter deze thema’s grondiger onderzoeken.

Blezer: „Jonge artsen vinden het moeilijk om vanuit hun positie de werkdruk en -cultuur te veranderen.” Zo onderhandelt het ziekenhuisbestuur – van bovenaf – over de cao. Maar daarin zitten artsen die vroeger zeventig uur per week werkten.” De Jonge Dokter probeert die cultuur van onderaf te doorbreken. „Gelukkig verandert die nu langzaam.”